Reis 1 2017: weer Marokko!

 

Dinsdag 17 januari

Een spannende dag: we gaan weer op reis na twee maanden in Apeldoorn te zijn geweest. En die twee maanden zijn omgevlogen. Op onze manier zijn we heel erg druk geweest. Verjaardagen, Sinterklaas, Kerst, Oud en Nieuw, naar vrienden toe, vrienden ontvangen enovoort. En de kleinkinderen natuurlijk: oppassen, naar de Efteling, de dierentuin, zwemmen, schaatsen, kerstshows en naar "Kinderen voor Kinderen". Hoog tijd om weer een beetje bij te komen. De dag begint erg koud en, nog erger, met het nieuws dat er een stroomstoring ergens in Amsterdam is. En dat vanaf Utrecht er vrijwel geen treinverkeer mogelijk is. En in de rest van het land is het uiterst onzeker of en wanneer je op de plaats van bestemming komt. En wij moeten via Utrecht naar Eindhoven, waar we om half acht de lucht in gaan. Na een hoop gedoe besluiten we om vroeg te vertrekken en via Zutphen en Arnhem te reizen. Om een lang verhaal kort te maken, om half drie gaan we de deur uit en om zes uur zijn we op het vliegveld. Om acht uur zijn we in de lucht en om half tien (Portugese tijd) zijn we in Faro. De taxi (André van Camperstop Messines) staat daar al te wachten. Om half elf zijn we terug bij de camper en André waarschuwt ons om vanacht de kachel in de camper aan te laten: het vriest hier 's nachts!

Winter in Apeldoorn (Mheenpark)

Woensdag 18 januari

Na een erg koude nacht volgt er een zonovergoten dag, met temperaturen tussen de tien en vijftien graden. Overigens vinden de Portugezen het nu wel erg koud. Overal waar je komt is het koud: in winkels en in een Ford garage (daarover straks meer). Deze lage temperaturen is men niet gewend en de huizen zijn er niet op berekend. Na het opstaan willen we de camper op een andere plaats zetten. Sleutel in het contactslot, omdraaien, en vervolgens blijft het stil. Via een donorauto krijgen we de boel uiteindelijk aan de gang en we besluiten een eind te gaan rijden. We moeten tenslotte tocht gas halen en boodschappen doen. Bij de "gasboer" slaat de moter af en is niet meer aan de gang te krijgen. We moeten wachten op een "donorauto" of op een monteur die morgen pas tijd heeft. En ja, het is net lunchtijd en die duurt hier zo'n anderhalf uur. Uiteindelijk belanden we in de prachtige maar erg koude Ford garage in Faro, waar twee nieuwe startaccu's gemonteerd worden. Terug op de camperplek, het is inmiddels al donker, blijkt de waterpomp het begeven te hebben. Daar hadden we rekening mee gehouden: een nieuwe pomp hadden we al uit Nederland meegenomen. Na een bijna avondvullend gepruts doet ook de watervoorziening het weer. Het camperen valt niet altijd mee.

Winter in de Algarve (Messines)

Donderdag 19 januari

De afgelopen nacht heeft het weer flink gevroren. Het toiletgebouw kan even niet gebruikt worden. Douches, toiletten en kranen, alles is bevroren. Als het zo doorgaat kunnen we hier over een paar dagen schaatsen. En laten wij die nou net niet bij ons hebben. Vandaag rijden we naar Albufeira en Falesia. In Falesia zit de vaste pedicure van Wobbie: die is anderhalf uur bezig voor twee euro per teen. Inclusief schuren, gronverven en aflakken. Daarna rijden we nog even langs de camperplek daar, en ook die staat bijna vol met overwinteraars. Via de Lidl in Albufeira, ook al koud daarbinnen, gaan we terug naar de camperplek. Daar kunnen we zelfs nog even buiten in de zon zitten. Uit de wind, met vesten aan, is dat nog even heerlijk. 

Vrijdag 20 t/m zondag 22 januari 

Het was weer koud vannacht. En weer is rondom het toiletgebouw alles bevroren. Zoals elke dag, na een hoop gedoe met een agregaat en een fohn, kunnen we in de loop van de middag weer douchen. 's Ochtends gaan we eerst op de fiets naar het dorp. Even naar de Chinese winkel en naar de supermarkt. Via een omweg komen we daarna in een gehucht (Campilhos) terecht bij een restaurant. We besluiten om er spontaan te gaan eten. Het is er barstensdruk, drie eetzalen vol. We kijken onze ogen uit. En wat we nou precies gegeten hebben, geen idee. Waarschijnlijk een soort menu van de dag. Het was in elk geval lekker. Op zaterdag gaan we wandelen. Er staan hier drie windturbines in de buurt, hoog op een heuvelkam. Een mooie route van alles bij elkaar zo'n tien kilometer. Met als bonus een prachtig uitzicht boven bij die turbines: de oceaan, de Monchique en de Alentejo. De zondag staat weer in het teken van eten. We wandelen met tien camperaars naar een restaurant in de buurt met de prachtige naam O Craixeiro. Gelukkig is er voor ons gereserveerd, want zonder dat kun je er op zondagmiddag niet terecht. We gaan met z'n allen steengrillen en met de nodige wijn er bij wordt het een gezellige boel. Inclusief de wandeling terug wordt het een middagvullend programma. Na het eten gaat Wim met medecamperaar Theo nog een keer met de satellietschotel aan de slag. Wat 's ochtends niet lukte, lukt ook in de middag niet. Ondanks updates en heractiveringen krijgen we de Astra 3 satelliet niet te pakken. Gelukkig krijgen we nu wel weer de Astra 1, waardoor we naar BVN kunnen kijken (de beste programma's van de publieke omroepen van Vlaanderen en Nederland).

Maandag 23 en dinsdag 24 januari

We vertrekken uit Messines, waar we toch weer langer zijn gebleven dan we eigenlijk van plan waren. We stoppen nog even in het dorp,waar vandaag de maandelijkse markt aan de gang is. Een vrij grote markt met veel streekproducten en gelukkig niet erg toeristisch. Onze buit deze keer is een gegrilde kip Piri Piri: hoeven we vanavond niet te koken. Via de Aldi en Lidl in Albufeira voor de nodige boodschappen rijden we via Quelfes (bij Olhao), voor het vullen van een gasfles, naar Manta Rota.
De officiele camperplek is overvol en dus zetten we de camper op de parkeerplaats ernaast. Ondanks de borden "Verboden voor campers" staan we er met twaalf andere campers. Zogenaamd te wachten op een plek op de eigenlijke CP. Na een wandeling beginnen we aan de kip piri piri, waarvan uiteindelijk alleen de zak met wat botjes overblijven. Na een stille nacht, voor het eerst zonder nachtvorst, gaan we op weg naar Spanje. We besluiten om de rit naar de haven van Algeciras in tweeen te knippen. Vandaag, dinsdag, deel één dus: van Manta Rota in Portugal naar de Spaanse kustplaats Sanlucar de Barrameda. Een paar jaar geleden hebben we daar ook al eens op een leuke camperplek gestaan. Als we er aankomen is echter het grote terrein helemaal leeg. En naast het terrein staan in een straat drie rijen campers stijf achter elkaar opgesteld. Met wat moeite vinden we een plek waar we aan kunnen sluiten. We zijn er niet achter gekomen waarom het camperterrein leeg is. "Op last van de politie" is het enige wat onze Belgische buurman weet. Uiteraard maken we weer een flinke wandeling door de vrij grote plaats met een aardige boulevard. En kennelijk is dit een wijnstreek: overal in de plaats staan zes gestapelde wijnvaten voor alle zaken die iets met wijn van doen hebben.

Woensdag 25 en donderdag 26 januari

Vandaag gaan we dus echt naar Algeciras. Tegen de middag zijn we op het grote industrieterrein Palmones. Met alle denkbare winkels en supermarkten. En het boekingskantoortje van Juan Carlos Gutierrez voor de overtocht naar Marokko. Vorig jaar kostte een open ticket nog €220, dit jaar zo maar twintig euro minder. Nog steeds inclusief een fles bubbels en een cake. De volgende actie is boodschappen doen, waarbij het vooral gaat om varkensvlees, wijn en bier. Na een bezoek aan drie supermarkten zijn we ruim voorzien. Daarna op naar de Mc Donalds: met laptop, tab en telefoon. We voelen ons verplicht er een kopje koffie bij te nemen. Dat is kennelijk niet genoeg om goede verbindingen te krijgen en we steken de weg over naar de Carrefour. Ook daar gratis WiFi en gelukkig een stuk beter. Tot slot willen we uit eten hier in de buurt. Hebben we vorig jaar in maart ook gedaan (nog met Jan en Pieta) en dat was toen erg leuk. Maar helaas, het restaurant is een broodjeszaak geworden. Bij gebrek aan beter gaan we naar de Carrefour, waar ze een buffet hebben waar je een maaltijd kunt samenstellen en meenemen. De donderdag wordt de dag van de overtocht. We zijn vroeg op want om negen uur moeten we bij het kantoor van de bootmaatschappij zijn. Er staat een lange rij met voornamelijk Franse campers. En hoewel dit Spanje is lopen er hier ook vreemde figuren rond. Eén van hen vraagt of we naar Tanger willen. Dat kan pas om één uur. Maar voor twintig euro kan hij regelen dat we toch om tien uur weg kunnen. We zwaaien vriendelijk naar hem en sluiten netjes aan achter in de rij. Uiteindelijk zijn we voor in de middag in de haven van Tanger Med zonder gedoe. En ook het invoeren van de camper via de douane gaat in een redelijk tempo. Rond half twee zijn we op onze eerste camperstop in Marokko, in de plaats Assilah. We parkeren de camper op de eerste camperplaats (voor het strand). Kost nog steeds vier euro per nacht. Als eerste gaan we naar het kantoor van Maroc Telecom. Het opwaarderen van de simkaart in de dongel kost tien euro: daarvoor heb je dertig dagen internet (tien gb). Die simkaart in de mifi router, die we meegenomen hebben, werkt ook volgens de man achter het loket. Want de ledjes knipperen. We nemen er nog maar een telefoontegoed van een uur bij en zijn in totaal dertien euro kwijt. We wandelen terug door het centrum van Assilah. Het is er erg rustig: veel te koud voor Marokkanen om buiten te zijn en te weinig toeristen om wat aan te verdienen. 's Avonds gaan we met het internet aan de slag. De dongel met de simkaart er in werkt in de laptop als vanouds. Maar met die simkaart in de mifi gebeurt er niets, wat we ook proberen. Uiteindelijk lezen we op het camperforum dat er mensen met dezelfde problemen zijn. Een simkaart van een andere profider zou mogelijk een oplossing kunnen zijn: iets voor de komende dagen dus. Welkom in de wondere wereld van internet en telecommunicatie.

Vrijdag 27 en zaterdag 28 januari

Gisteravond laat ging het hard regenen en waaien. De dakluiken moesten dicht en tv kijken was niet meer mogelijk. En het bleef regenen en waaien tot diep in de ochtend. We gaan weer rijden. In de buurt van Moulay Bousselham, waar je een aardige camping hebt, regent het nog steeds, dus rijden we verder. Na Rabat wordt het eindelijk droog en we besluiten om de camping Ocean Bleu in Mohammedia op te zoeken. Rondom de camping wordt al jaren gebouwd aan allerlei appartementencomplexen, waardoor deze steeds meer ingesloten raakt. Van de ooit zo fraaie ligging is eigenlijk niets meer over. Maar voor één nacht goed genoeg voor ons. Op de zaterdag gaan we weer verder naar het zuiden. De tolweg stopte vorig jaar nog bij de plaats El Jadida en is nu doorgetrokken naar Safi. Vijftig kilometer voor Safi nemen we de afslag naar de plaats Oualidia, met een mooie camper-parkeerplaats voor drie euro per nacht. Tijdens elke Marokkoreis komen we hier één, soms wel twee keer. En zoals elk jaar komen er om de haverklap vissers langs op brommers met manden en bakken vol vis, schelpen en wat niet al. Niets voor ons, maar er zijn vooral Fransen die hele voorraden inslaan. Er komt dit jaar één man langs op een fiets, met twee mandjes met schelpen. We zitten net buiten aan de koffie. De man is erg oud denken wij; het opstappen en afstappen is een hele toer. En zijn tanden zijn nog van ver voor de oorlog. Hij vraagt om koffie. Wobbie is in een goede bui en geeft hem een plastic beker vol koffie. Hij wil er graag melk en suiker in. De opgeschuimde melk wordt met het lepeltje zorgvuldig naar binnen gewerkt. Communicatie is vrijwel onmogelijk, maar het is lang geleden dat we iemand zo hebben zien genieten van een plastic bekertje koffie. Na de koffie lopen we onze min of meer vaste route via het dorp en met een omweg weer terug. We zijn dan inmiddels toe aan een borrel. Die drinken we samen met de enige Nederlandse buren hier, Herbert en Marian uit Lunteren. Dat kan nog buiten tot een uur of vijf. Daarna wordt het erg fris  en duiken we de campers in. Rond half acht gaan we eten: tajine-kip. Ook al een traditie hier: onze vaste tajine-courier is er nog steeds. Deze keer was het wel heel erg lekker. Noodgedwongen waarschijnlijk, want er was een concurrent bij gekomen.

     

Zondag 29 en maandag 30 januari

Vandaag de volgende tweehonderd kilometer, van Oualidia naar Essaouira. Via vijftig kilometer nieuwe autoweg, dwars door Safi en via een deels bar slechte kustweg naar Essaouira. We staan er weer op de camperparkeerplaats langs de duinen. Na het eten gaan we de stad in. We hebben iets met Essaouira. Een erg gezellig centrum en redelijk overzichtelijk; we kennen er inmiddels aardig de weg. En weinig irritante verkopers. Maar misschien komt dat door de smartfones die ook hier vrijwel iedereen heeft. Geen tijd om wat te verkopen. Inclusief de heen- en terugweg, het koffie drinken en de zoektocht naar kadootjes voor de kleinkinderen, ben je zo een middag onder de pannen. Om zes uur komt er een mannetje in een geel sos hesje het stageld ophalen: drie euro. Er staat een blikje bier op tafel. De onvermijdelijke vraag die volgt luidt (vrij vertaald): hebt u ook een kadootje voor de bewaker? Ook dat is Marokko. Op maandagmorgen gaan we eerst het centrum nog een keer in. Eerst naar het grote kantoor van Maroc Telecom: er moet een telefoonkaart opgewaardeerd worden. Er is één iemand voor ons, maar die heeft wel een half uur werk. Daarna mogen wij. We maken duidelijk wat we willen. Waarop de man wegloopt, wij denken om iets voor ons op te halen. Na ruim twintig minuten komt hij terug met een stapel dozen, pakt vanuit een rugzakje dat er al die tijd al lag, een opwaardeerkaart en we zijn binnen twee minuten klaar. Hoera, we kunnen weer bellen!Dan zoeken we het kantoor op van een andere internetprovider, INWI. Een simkaart van hen zou wel in onze mifi werken. De aardige man achter de toonbank weet precies wat we bedoelen. Maar om e.e.a. te regelen heeft hij zijn computer nodig. En laat nou net de stroom zijn uitgevallen. Met een minuut of twintig zou alles weer werken: tijd voor koffie dus. Dat doen we op een druk plein, in de zon, met bussen en taxi's: volop gezellige aktie. We doen er een uur over. Terug bij het INWI kantoortje wordt er nog hard gewerkt aan de stroomvoorziening. Een grote zwarte vlek boven langs een muur geeft de plaats des onheils aan. We besluiten er maar niet langer op te wachten en gaan terug naar de camper. We rijden vijfentwintig kilometer verder naar het surfdorp Sidi Kaouki. Met een mooie camping waar we een groot deel van de middag heerlijk, in de korte broeken, in de zon zitten (25 graden).

Dinsdag 31 januari en woensdag 1 februari

Als we wakker worden is het zwaar bewolkt en volgens de weersvoorspellingen komt er nog regen ook vandaag. We gaan maar weer rijden. Deze keer honderdvijftig kilometer naar het dorp Aourir, even voor Agadir. De route, zo dicht mogelijk langs de kust, kennen we, en is afwisselend en fraai. De weg is smal, de gemiddelde snelheid komt niet boven de zestig kilometer per uur. Tot het surfdorp Taghazoute: daaromheen ligt nu een prachtige vierbaanssnelweg. De mensen van de camping in Aourir kennen ons nog van de voorgaande jaren. We worden weer hartelijk welkom geheten. De camping zelf is goed bezet. Ook de Belgische wandelvrienden van Wobbie, Frank en Ria, zijn er. Nu nog mooi weer en dan is het helemaal goed. Of nee, toch niet helemaal want het internet is hier waardeloos. Maroc Telecom werkt hier nier (meer) en voor de WiFi van de camping moet je bijna op de schoot van de beheerder zitten bij de receptie. De voorspelde regen komt aan het einde van de middag. Tot laat in de avond gaat het behoorlijk te keer. En uitgerekend morgen is er de wekelijkse grote markt in Aourir. Op een zandvlakte, en wij hebben groente nodig. Op woensdagmorgen toch maar naar de markt dus. Op de fiets en met passend schoeisel. We zijn vroeg en de drukte valt nog mee. Tussen de kramen door ligt het bezaaid met stukken doorweekt karton en groenteafval om de ergste modder op te vangen. We hebben zelf tassen meegenomen en dat is maar goed ook. Bij de verkopers wordt niets meer in plastic zakjes verpakt. Die worden enkel nog door schooljongens verkocht. Op de terugweg gaan we nog even naar ons vaste "smoothie" adres, midden in het dorp. Op het terrasje, met enkel Nederlanders. Voor onze neus, zeg maar in de dorpstraat, is het één grote verkeerschaos. Alles krioelt door elkaar en het gaat nog goed ook, zij het af en toe maar net goed. 's Middags gaan we nog een keer fietsen, nu het dorp uit richting de enorme camping vol overwinteraars. In de campingwinkel kopen we een simkaart van "INWI", waarmee het internetten hopelijk wat beter gaat. Maar dat moeten we nog uitproberen.

Donderdag 2 en vrijdag 3 februari

Vanochtend staat er een wandeling gepland onder leiding van onze Belgische wandelvrienden Frank en Ria. Een bergroute door het achterland van de camping. Met z'n zevenen, en een klein hondje, zijn we twee uur op pad over enkel geitenpaadjes. Onder een stralende zon. En zo af en toe komen we een groepje van die geiten tegen. Onder begeleiding van vooral Marokkaanse dames die ons vriendelijk goedendag zeggen. In de middag gaat Wobbie nog een keer het dorp in, op de fiets met Frank en Ria. Die weten ergens in het dorp een warme bakker te zitten. Het is even fietsen, maar het brood is vers en erg lekker. Op de vrijdag staat er weer een fietstocht op het programma. We gaan naar Taghazout, een dorp verder.
We rijden dwars door een gebied langs de kust waar enorme hotels en appartementencomplexen gebouwd worden. Van de camperplaats daar, waar voorheen honderden campers stonden, is vrijwel niets meer terug te vinden. Taghazout is nog altijd een combinatie van een oud vissersdorp en een hippie-achtige golfsurfspot voor westerse toeristen. Met z'n nauwe straatjes en smalle doorgangen zou het een leuk dorp zijn, als het er niet zo smerig zou zijn. Overal ligt alval en vuilnis. Op de terugweg gaat Wim nog een keer onderuit met de fiets op een gravelpad. En hij had toch al last van PHPD (pijntje hier, pijntje daar). Het zijn nu pijntjes geworden.

Zaterdag 4 en zondag 5 februari

Er is weer een wandeltocht gepland. Ergens in de verte, op een bergkam, ligt een wit huis. En dat is het doel voor vandaag. Nu met z'n zessen en een hondje. Na een mooie tocht door door een verlaten gebied bereiken we ons doel. Het blijkt een groepje huizen te zijn waar enkele dames en wat kinderen op ons staan te wachten. Vol verbazing over wat die toeristen aan het doen zijn. Helaas geen café of Mc Donalds hier. Na een korte pauze beginnen we aan de terugweg. We komen geen geiten tegen deze keer maar wel een groep drommedarissen. En wij zijn op onze beurt verbaasd over het eetgedrag van deze beesten. Van struiken, waar je met je vingers niet aan moet komen vanwege de naaldachtige dorens, worden hele stukken afgetrokken en met smaak opgegeten. Terug bij de campers hebben we er tien kilometer opzitten. Tijd voor een lange middagpauze. Aan het einde van de middag gaan we nog maar weer even een vers broodje halen. En we nemen gelijk maar een kilo bananen en twee kilo mandarijnen mee. Alles bij elkaar voor net een euro. Zondag is onze laatste dag in Aourir. Omdat we nog steeds met het internet zitten te hannessen, fietsen we nog maar een keer naar de campingwinkel, tien kilometer terug. De aardige man gaat aan de slag met twee eigen telefoons, onze mifi router en de Iphone van Wobbie. Het simkaartje vliegt van het ene apparaat naar het andere. Gesneden koek voor de man. En zoals zo vaak met techneuten, installeren is geen enkel probleem, maar uitleggen wat hij nou precies gedaan heeft, lukt voor geen meter. We snappen er niets van, maar het werkt! We zijn op tijd terug bij de camper, want we hebben een tajine-kip besteld. En die wordt keurig op tijd bezorgd. Een soort vast gebruik hier op de camping: op zondag wordt hier tajine gegeten.

Maandag 6 t/m woensdag 9 februari

We nemen afscheid van Aourir en vooral van de Belgische wandelvrienden Frank en Ria. Die zien we ongetwijffeld nog terug in Tafraout. We gaan tachtig kilometer naar het zuiden, naar het gehucht Sidi Wassay. Maar we moeten eerst boodschappen doen in Agadir, bij de Marjane- supermarkt. Erg groot en van alles te koop, behalve varkensvlees en alcohol. En ondanks dat geliefd bij camperaars: er staan er wel dertig op de parkeerplaats. De temperatuur loopt ondertussen aardig op en als we op de camping aankomen is het er bloedheet: dik boven de dertig graden. We vinden een mooie plek aan zee, op een camping die nog niet voor de helft bezet is. Aan het einde van de middag maken we nog even een strandwandeling. Over een vlak, breed strand ben je zo een eind weg. Daar komen we na vier kilometer pas achter; en die moeten we dus ook nog terug. Terug bij de camper kunnen we nog even bijkomen in de zon. Dat kan hier nog tot een uur of zes. Daarna verdwijnt hij langszaam achter de horizon. Op dinsdagmorgen maken we een wandeling de andere kant op. Geen zandstranden, maar een rotsachtige kust. Met hier en daar half verscholen in die rotsen allerlei vissershutjes. Soms van riet en plastic, anderen van beton met zelfs zonnepanelen. Het landschap is kaal en heuvelachtig en op wat vissers na kom je er vrijwel geen mens tegen. In de middag lopen we nog even door het dorp. Met relatief vrij veel nieuwe huizen in de vorm van blokkendozen. De straten zijn echter zandpaden met veel puin en vuilnis. Geen dorp voor een vakantiefolder. Woensdag wordt onze laatste dag in Sidi Wassay. We lopen nog een keer over het strand en hebben het dan wel gezien hier. Ter afsluiting gaan we nog even het restaurant in voor koffie. Mooi verbouwd sinds vorig jaar, maar nog altijd weinig klanten.


Donderdag 9 en vrijdag 10 februari

Voor we wegrijden laten we eerst de camper wassen. Een nieuwe service van de camping en dat kost vijf euro. Eerst een hoge drukspuit, daarna een handborstel en shampo, afspuiten en tot slot met de hand droogzemen. De man die het voor ons doet is er bijna een uur mee bezig en het resultaat is er naar. Daarna op weg naar de wat grotere plaats Tiznit. De camping in het centrum is "complet", daar hadden we al op gerekend. We denken een camping te weten op zo'n zes kilometer buiten Tiznit. Als we daar aankomen ziet die er heel anders uit dan wij in gedachten hadden. We hebben geen zin om verder te rijden en zoeken een plek. Het is een prachtig aangelegde camping, Camping Tazerzite, met erg mooie voorzieningen; een beetje on-Marokkaans. Het grote nadeel is echter de ligging, midden in een niemandsland. En van de weg naar Tiznit, slechts zes kilometer verder, zijn de eerste vier levensgevaarlijk op de fiets. Een razend drukke, vrij smalle, tweebaansweg. En men is hier kennelijk niet gewend aan fietsers; er wordt wat afgetoeterd. En hoe leuk Tiznit ook is, met de fiets vanuit deze camping niet te doen. Op vrijdagmorgen dus maar weer verder naar het zuiden. De weersvoorspellingen houden niet over voor de komende drie dagen.Vooral in het weekend wordt er erg veel regen verwacht. Hopelijk valt dat dieper in het zuiden wat mee. Voorlopig is het nog droog als we gaan rijden. We gaan naar de kustplaats Sidi Ifni. Een mooie route door een groen landschap. Een paar kilometer voor Sidi Ifni ligt hoog boven de zee een bungalowpark en beneden, bij het strand, een aantal restaurantjes. Dat alles heet Legzira. Waar het daar vooral om gaat, of ging, waren twee natuurlijke bogen in rotswanden. Twee rotspunten die uitlopen in de zee en waar je door uitgesleten bogen over het strand verder kunt lopen. Vorig jaar oktober is de tweede boog ingstort. En dat willen we zien natuurlijk, we zijn er nu toch. Een enorme massa rood-bruin grind en zand verraad de plek des onheils en blokkeert een verdere strandwandeling. Een groot deel van de charme van deze plek lijkt voorgoed verdwenen. In Sidi Ifni kiezen we weer voor Camping Gran Canaria. Rondom de camping wordt nog volop gewerkt aan nieuwe wegen en afwateringsystemen. Alles nog het gevolg van de overstromingen in 2015. Eigenlijk is het nog steeds een puinhoop. En tot onze schrik is de camping zo goed als vol met bijna enkel Franse camperaars. Met wat moeite vinden we nog een plekje ergens tussen. Niet geweldig, maar we doen het er maar mee. Na wat gemiezer in de middag gaan we nog even de stad in. En kopen weer een opwaardeertegoed voor de telefoon. En dat opwaarderen moeten we zelf doen, de mevrouw in de winkel begint er niet aan. Terug in de camper gaan we dat zelf doen: en natuurlijk lukt dat weer niet.

   

voor oktober 2016                              na oktober 2016

Zaterdag 11 en zondag 12 februari

Volgens de deskundigen hier krijgen we erg veel regen vandaag. Omdat het in de ochtend nog droog is, gaan we de stad in. Het winkeltje waar we de telefoonkaart gekocht hebben, is en blijft gesloten. Hoe vaak we er ook langs lopen. Bij een buurman, ook een specialist, leggen we het probleem voor. Volgens hem hebben we een beltegoed voor enkel in Marokko. Voor opnieuw tien euro kunnen we een tegoed kopen voor het bellen naar Europa. "Je kunt de pot op" zeggen we in het Nederlands tegen hem: gelukkig de enige taal waar hij helemaal niets van weet. Na nog wat groente ingeslagen te hebben op het terrein waar morgen de echte markt plaats vindt, gaan we terug naar de camping. Daar vragen we de man van de receptie om raad over het telefoongedoe. Hij, een erg aardige vent, gaat met de telefoon aan de slag. Na tien minuten pielen krijgen we de telefoon terug. Conclusie: we kunnen naar Europa bellen en hebben nog een beltegoed van 399 dirham (zo'n 35 euro). Vraag niet hoe het kan, maar we profiteren er van. Na de middag gaan we eten, buiten op een soort pleintje. Dat hebben we er voorgaande jaren al eerder gedaan. Voor Wobbie een tajine-geit, voor Wim eentje met kip. En hoewel het nog droog is, is het er fris en het waait iets te hard. En of het daaraan ligt weten we niet, maar we hebben er wel eens beter gegeten. En tot overmaat van ramp raakt Wobbie ook nog eens een halve kies kwijt omdat er een pit in een olijf zit. We zijn net op tijd terug terug bij de camper als het gaat regenen, honderd dirham en een halve kies lichter. Tijd om het internet af te struinen naar goede tandartsen in Marokko. Mogelijk zit er morgen ook één op de markt hier; maar die trekt waarschijnlijk alleen maar. Op zondag gaan we naar Tafraout, in het binnenland. Daar hebben we vorig jaar meer dan drie weken gestaan en vinden het geweldig daar. Dat we er nu al heen gaan heeft een reden. Van kennissen hebben we het adres van een tandarts in Tafraout gekregen. En daar willen we morgen naar toe. Als we wegrijden uit Sidi Ifni worden we aangehouden door een politieagent. We hebben een stopbord genegeerd. En inderdaad staat tien meter terug een stopbord dat een functie had voor de wegomleidingen van nu. Hij laat een Arabisch formulier zien waar ergens 700 dirham (circa € 65) op staat. Maar omdat wij het zijn of omdat het zondag of nog een andere reden, kost het nu maar 400 dirham. Inmiddels heeft de man alle documenten al en wij geven hem vierhonderd dirham. En wij willen een copie van de Arabische bon, met ook zijn naam daarop. Waarop hij vraagt of wij Arabisch spreken. Wij niet, maar we kennen iemand die dat wel kan en daar gaan we nu net naar toe (zeggen we). De man schrikt zichtbaar en roept dat we een waarschuwing krijgen omdat we voor het eerst in Marokko zijn. Eén voor één krijgen we alle documenten en bankbiljetten terug. Er worden geen handen geschud bij het afscheid. De verdere reis verloopt gelukkig zonder problemen. In Aglou-Plage dinken we koffie en op de "Col de Kardous" (erg hoog) eten we een broodje tussen de middag. Tot die hoge berg is het wisselend bewolkt en zien we regelmatig de zon. Eenmaal de berg over is de zon verdwenen en krijgen we regelmatig een regenbui voor de kiezen. Tegen half vier zijn we in Tafraout, in het keteldal. En komen uiteraard terecht in de "Nederlandse" hoek. Er staan veel bekenden hier: Dinie en Kees (van de Fiat 500), Dik en Nanda (uit Deventer), Elly en Piet van de website "toesjoeranroet" en Joske en partner (van het Camperforum). Tegen zes uur begint het te regenen en niet zo zuinig ook: welkom in Tafraout! Morgen maar verder met de begroetingsronde.

Maandag 13 en dinsdag 14 februari

Na een erg natte avond en nacht volgt er een droge maar frisse dag. We gaan eerst het dorp in op zoek naar de tandarts. Het eerste wat opvalt zijn de werkzaamheden aan de wegen in het dorp. Overal is men bezig met stoepen, rotondes, een brug, een park, een speeltuin, noem maar op. En overal is men tegelijk bezig. De wekelijkse markt is verplaatst naar een ander terrein; het voormalige terrein wordt nu schoongemaakt en geegaliseerd. Maar wij zijn op zoek naar een tandarts. Die vinden we snel en ook de diagnose is snel vastgesteld. Er moet een kroon geplaatst worden. Dat kost hier driehonderd euro en de totale behandeling duurt twee weken. Daar moeten we even over nadenken en terug bij de camper zoeken we contact met de ziektekostenverzekering en onze eigen tandarts. De uiteindelijke conclusie is, dat we zelf moeten beslissen over de wel of geen behandeling hier. We blijven nog maar even nadenken. Na de middag gaan we weer naar het dorp, naar een smid. Vanwege de wind willen we een windscherm opzetten en hebben ijzeren stangen nodig: een stok krijg je hier niet de grond in. Het duurt twee kopjes koffie op een terras en even sjouwen met die dingen, maar na de installatie kunnen we heerlijk uit de wind zitten. Tot slot van de middag maken we nog een rondje keteldal. Het blijft een heel bijzonder landschap, vooral met het laatste zonlicht. Op dinsdag moeten we er vroeg uit. Een buurvrouw, Dinie, is jarig vandaag dus moeten er ballonnen opgehangen worden. Dat moet natuurlijk stiekum en geruisloos gebeuren. Wat later in de ochtend blijkt dat prima gelukt te zijn. Na een bezoek aan de eerste van de twee marktdagen voor groente en fruit, worden we om één uur verwacht in een restaurant op een binnenpleintje. We gaan met z'n tienen eten ter gelegenheid van de verjaardag van Dinie. En dat wordt een lekker, gezellig en middagvullend programma. Na de avondwandeling en een prachtige zonsondergang zit er alweer een dag op.

Woensdag 15 en donderdag 16 februari

Weer een drukke dag. We beginnen met een bezoek aan de tandarts. Na goede afspraken over de prijs en de duur van de behandeling gaat ze (het is een mevrouw) voortvarend aan de slag. Voor Wim is het een "feest" van herkenning; hij heeft dit in Nederland al vaker meegemaakt. De behandeling hier verschilt niet met die bij ons. Verdoven, wortelkanaal schoonmaken, foto maken voor controle en het wortelkanaal weer in- cq opvullen. Komende vrijdag volgt fase twee. Op de terugweg lopen we nog even over de markt (vandaag is de officiele marktdag). Gezellig druk met een mix van Marokkanen en camperaars. In de middag gaan we naar een nieuwe hammam. We zijn toe aan een goede wasbeurt. Een gloednieuwe hammam, schoon, erg warm en er wordt niet gekeken op een emmer warm water meer of minder. Voor dertien dirham (€ 1,15) moet je alles zelf doen. Je laten wassen kan ook, dan is het wat duurder. Gelukkig kunnen we dat zelf nog. Op donderdag gaan we wandelen en vooral in het begin, klimmen. We denken een route te kennen door een fantastisch landschap. Helaas zitten we na twee en een half uur helemaal klem in een kloof met iets te veel water. Als we uiteindelijk terug zijn in het dorp hebben we veertien kilometer in drie en een half uur gelopen. Uitgeput zoeken we het terras op van een eettentje. Zelf koken zit er vandaag niet meer in.  

Vrijdag 17 en zaterdag 18 februari

De dag begint met een bezoek aan de tandarts: vandaag fase twee. Dat wat er nog over is van de kies wordt bijgeslepen in een vorm waar later de kroon over heen past. Vervolgens worden er afdrukken gemaakt. En die gaan naar Agadir waar de uiteindelijke kroon gemaakt wordt. En dat ding moet dan weer naar Tafraout verzonden worden. We worden gebeld als er nieuws is. De rest van de dag brengen we in gepaste rust door. In de zon zitten en later aan de borrel met Dinie en Kees. Op vrijdag gaan we fietsen. En, zoals ieder jaar hier, naar de gekleurde of blauwe rotsen. Verspreid in een vallei heeft een Belgische kunstenaar een aantal rotsen van vooral de kleur blauw voorzien. Elke keer weer een bizar schouwspel. Daarna weer uitblazen in de zon, nog een wandeling naar een uitkijkpunt en verse jus op een terras. Alweer een dag voorbij.

Zondag 19 en maandag 20 februari

Vandaag zijn de gymlessen hier op de camperplek weer begonnen. Onder leiding van een Duits echtpaar en op de muziek van echte Duitse schlagers worden er een half uur lang allerlei ritmische oefeningen gedaan. Wobbie is één van de deelneemsters. Daarna gaan we weer wandelen, dat kan hier eindeloos. En de rotsformaties blijven prachtig. Uiteindelijk komen we uit bij de garage van Mohammed. Daar staan weer tien campers die geheel of gedeeltelijk over of bijgespoten moeten worden. Buren van ons zitten er ook op hun beurt te wachten: op stoeltjes lekker in zon. Die zon is er ook de rest van de dag, maar het gaat er geweldig bij waaien. En aan het einde van de middag, na een wandelingetje door het dorp, vluchten we de camper in. Tv kijken zit er niet in 's avonds, maar we hebben nog Top 2000 uit 2011: voor uren luisterplezier. Op maandag gaan we eerst weer naar de tandarts. Een stuk van de beruchte kies is verdwenen. Gelukkig vindt de tandarts het nog wel meevallen en kan de boel restaureren. Vervolgens gaan we rijden. Het is vrij zonnig maar ook heel erg fris. En we hebben geen zin om binnen te blijven zitten. We gaan naar het gehucht met de naam Ait Mansour, waar ook een camperplek zou zijn. Over de dertig kilometer doen we zo'n drie kwartier. Veel klimmen, veel haarspeldbochten door een kaal, ruig en verlaten landschap. Uiteindelijk komen we in een diepe, nauwe kloof. Met water, veel palmbomen en een smalle asfaltweg. En tegen de bergwanden wat huizen geplakt. De camperplek is een parkeerplaats, waar een stuk of vijf campers kunnen staan. In een restaurantje drinken we koffie en eten er wat. Het heeft iets aandoenlijks, alleen jammer van de koude wind die er door de kloof waait. Terug in Tafraout moeten we nog een keer het dorp in. Wobbie heeft laarzen waar nieuwe hakken onder moeten. En we weten een schoenmaker te zitten: letterlijk en figuurlijk. Die man zit dus de hele dag ergens op een hoek met wat gereedschap en materiaal om zich heen verzameld. Morgenmiddag zijn de laarzen klaar. We wachten het af.

Dinsdag 21 t/m donderdag 23 februari

Een slechte dag in Tafraout wat het weer betreft. In de ochtend gaat het nog: we gaan op de fiets naar de hammam en drinken daarna koffie met Dinie en Kees. Na het eten willen we wandelen, maar daar komt niets van. Het gaat regenen en dat blijft het de hele middag doen. Zo ook een groot deel van de woensdag. Het enige voordeel van de regen is dat we drie jerrycans water op kunnen vangen. En dat hebben we nodig omdat de waterwagen vanwege de doorweekte bodem niet langs kan komen. We moeten echter eerst naar de tandarts. Gisteravond laat werden we gebeld: de kroon is binnen en kan morgen geplaatst worden. Dat is met een half uurtje gepiept. De tandarts en wij zijn helemaal tevreden. En hopelijk ook de ziektekostenverzekering. Voor de prijs hier heb je in Nederland nog niet eens een halve kroon. Na de tandarts zitten we een groot deel van de dag in de camper te schuilen voor de regen. En af en toe even naar buiten om waterbakken te wisselen. In de middag, als het even droog is, gaan we snel naar de markt voor wat fruit. Ook daar is het een trieste, natte boel. Op donderdag is het weer droog. Veel zon, maar ook een frisse wind. We maken weer een stevige wandeltocht door het "achterland" van de camperplaats. Terug bij de camper komen we Jan en Pieta tegen; die zijn net aangekomen. Het is meteen een stuk levendiger in de hoek waar wij staan. In de loop van de middag krijgen we weer water uit de gemeentewagen. En of je nu vijftig of honderdvijftig liter water inneemt maakt wat de prijs betreft niet uit: zo'n twee euro vijftig per camper. Daarna scoren we in het dorp een snelkookpan. Wobbie is enthousiast geraakt door de verhalen van Dinie en Kees. Gaan we morgen uitproberen: we hebben gelukkig veiligheidshandschoenen bij ons. Tot slot, er was geen ontkomen aan, gaan we aan de borrel met z'n achten. Het wordt steeds gezelliger hier. 

Vrijdag 24 t/m maandag 27 februari

De dag begint zwaar bewolkt en het is erg fris. Tijd voor de hammam dus. Weer een grote wasbeurt in combinatie met heerlijk opwarmen. De eigenaar kent ons ondertussen en we krijgen een rondleiding door het gedeelte wat nog afgemaakt moet worden. Behalve de hammam, die dus klaar is, komer er tien aparte douches, een dames en heren kapsalon, een fitnessruimte en een soort sauna. De douches zijn over een paar weken klaar, de rest zal wel volgend jaar worden. De man is apetrots om het allemaal te laten zien en wij zijn onder de indruk. Op de terugweg kopen we bieten. Die gaan in de snelkookpan. Met wat assistentie van Dinie zijn die in nog geen dertig minuten gaar. En ze zijn nog lekker ook. We denken er over om een handeltje te beginnen: de belangstelling hier is groot. De rest van de dag tutten we wat heen en weer. Brengen nog een waszak naar de wasserij, in twee keer overigens. De eerste keer zat die dicht vanwege moskeebezoek. Tja, het is vrijdag en dat waren we even vergeten. Op zaterdag zien we de zon weer: de hele dag en dat werd tijd ook. Naar buiten, de zon in dus: wat gymen, wat eten, een beetje prutsen met schotels en de was ophalen. Allemaal niet zo heel erg spannend. Op zondagmorgen gaan we weer wandelen met Frank en Ria: onze Belgische wandelvrienden zijn hier vrijdag aangekomen. Deze keer een route waarbij we uiteindelijk langs de waterzuiveringsinstallatie en de vuilnisbelt van Tafraout komen. Weten we die ook te vinden: de volgende keer echte een andere route. Na de middag gaan we eten met z'n zessen "bij het zwembad". Het is tenslotte zondag, en dan gaan de camperaars in Tafraout uit eten. Maandag is weer wasdag, of beter hammamdag. Deze keer gaan Jan en Pieta met ons mee. We worden weer enthousiast ontvangen. Wij maken een foto van de hammam, de eigenaar maakt er een van Jan en Wim. We vertellen hem dat we die foto op internet gaan zetten. Hij glundert van oor tot oor: gratis reclame! In de middag gaan we nog even boodschappen doen. Onder andere naar een telefoonwinkeltje. We moeten de simkaart uit de dongel van Maroc Telecom opwaarderen. De aardige man in de winkel adviseert een tegoed van vijftig dirham (zo'n €4,50) voor een maand. Maar dan mogen we van hem geen films en muziek downloaden, anders zijn we snel door het tegoed heen. Dat beloven we plechtig.

Dinsdag 28 februari t/m vrijdag 3 maart

We hebben een zware ochtend voor de boeg. We gaan wandelen en wel naar de "duikplank". Op een hoge rotspunt ligt een horizontaal stuk rots en dat lijkt vanaf de camperplek op een duikplank. Om er te komen moet je een half uur lopen en een half uur omhoog klauteren. De beloning is een geweldig uitzicht. Na een half uur genieten cq uitblazen, beginnen we aan de terugtocht via de andere kant van de rotspunt. Uiteindelijk komen we bijna heelhuids beneden. Alleen Wim heeft er een aantal schrammen en een blauwe kont aan overgehouden. In de middag gaan we nog even naar de markt. Donderdag gaan we eten met vijf andere stellen en het marktbezoek staat in het teken van de voorbereidingen. Op woensdag, de officiele marktdag, gaan we nog een keer. Het is er druk en gezellig. We zijn met z'n zessen en behalve naar groente en fruit is iedereen wel op zoek naar iets. Handelen dus, zoals zo vaak een vermakelijk gedoe. Na het bezoek van de waterwagen gaan we in de middag nog even op de fiets weg. Heerlijk fietsweer in een prachtige omgeving. Donderdag eerst weer een wandeling. We gaan weer een bergwand op onder een stralende zon. We zijn op tijd terug voor de laatste voorbereidingen voor de middagmaaltijd. Die begint om één uur. Een soort zes gangen menu: door elk stel is er iets klaargemaakt. We zijn met twaalf personen: Jan, Pieta, Kees, Dinie, Cor, Josje, Frank, Ria, Gerrie, Annie en wij dus. Het wordt een middagvullend programma. Met tot slot een partijtje kegelen. Een Zweeds spel, Kubb, waarbij er dus blokken omgegooid moeten worden. De precisie ontbreekt enigszins bij een aantal spelers. De mogelijke oorzaak is drank. De vrijdag is weer een "gewone" dag in Tafraout. Gymmen (Wobbie), naar de hammam, luieren in de zon en een wandeling een eindje een kloof in. En we worden regelmatig opgeroepen voor het vrijdaggebed.

Zaterdag 4 t/m maandag 6 maart

We gaan weer wandelen cq bergen beklimmen. Kwart over negen weg en om half twee weer terug. Vier Nederlanders, twee Belgen en twee Fransen. Terug op de camperplek moeten we bij de Fransen, Joseph en Mary Jo wijn komen proeven. De man maakt zelf wijn en is daar erg trots op: en die is inderdaad erg lekker. Het wordt een gezellige boel, er wordt niet op een glaasje meer of minder gekeken, en tegen drie uur zijn we pas terug bij de camper. De rest van de middag is het bijkomen van het wandelen en vooral van de wijn. Aan het einde van de middag gaan we nog even het dorp in voor gebak, pinda's en een halve gebraden kip. Het is tenslotte weekend. Op zondag gaan we weer uit eten. Deze keer bij Restaurant Marrakech. De tajines met rundvlees daar zijn de lekkerste van heel Tafraout. Op maandagmorgen gaan we weer wandelen. Deze keer door een kloof. Naar de kloof toe mag je het nog wandelen noemen, in de kloof zelf is het klauteren en klimmen. Na twee uur ploeteren, we zijn dan halverwege, glijdt één van de deelneemsters uit. Waarop we besluiten om terug te gaan. Even buiten Tafraout komen we een aardige Marokkaan tegen die de geblesseerde deelneemster in zijn auto terugbrengt naar de camperplek. Het blijft toch een uitdaging om de hele kloof nog een keer te nemen, maar vandaag niet meer. Wij zijn tegen half twee terug bij de camper. Hoog tijd om het vochtgehalte weer op peil te brengen, het is een bloedhete dag, wat te eten en uitgebreid te evalueren.

 

Dinsdag 7 t/m donderdag 9 maart

Een "gewone" dag in Tafraout. Gymmen en hammam in de ochtend, 's middags wat boodschappen doen en naar de markt. En Wobby heeft een handwerkzaakje ontdekt. Ritsen, textielverf en grote klossen garen voor Marokkaanse prijzen. De eerste bestelling uit Nederland is al binnen. Woensdag is weer wandeldag. Maar eigenlijk is het daar veel te warm voor. Toch houden we dat nog negen kilometer vol, waarna we hard aan de verse jus toe zijn. Gelukkig komt in de loop van de middag de waterwagen weer langs en kunnen we weer lekker douchen. Op donderdag gaan we een paar keer het dorp in: wat boodschappen doen, eten, verse jus etc. Dit weekend is er het beroemde Amandelfeest en de voorbereidingen zijn in volle gang. Er heerst een soort opgewonden drukte. Overal worden kraampjes en eettentjes gebouwd. Vorige week was er nog maar één pindakar met vers gebrande pinda's; vanmiddag al vier. Het komende feest is het evenement in Tafraout. Terug op de camperplek komen we Thole en Everdien tegen: die kennen we van het Camperforum en hebben we hier in Marokko de voorgaande jaren ook al een paar keer ontmoet. Komen ook uit Gelderland en dat schept toch een band.

Vrijdag 10 t/m zondag 12 maart

Eerst wandelen en een berg beklimmen, daarna bijkomen en vervolgens moet er een verjaardag gevierd worden. Buurman Cor, van even verderop, is zevenenzeventig jaar geworden. En dat wordt een middagvullend programma. Alom feest dus: in het dorp en bij Cor voor de camper. Alleen bij Cor hebben we er een lekker drankje bij. Zaterdag, weer een bloedhete dag, is een beetje een tutdag. Drinkwater en een gasfles halen, een paar schoenen en pinda's kopen en meer van dat soort gedoe. 's Avonds gaan we naar het festival terrein. Het is er razend druk: het hoogtepunt van het festival. Diverse optredens op een groot podium, waarvan er één voor ons duidelijk er uit springt, met de naam Ali Faiq. Een soort Racoon op z'n Arabisch. Verder op het plein allerlei kleedjes en kraampjes met speelgoed, sierraden en etenswaar. En allerlei gokspelletjes: munten gooien op een bord met nummers, een soort balletje-balletje met kaarten, voetbalspelletjes en schietspelletjes zoals die lang geleden ook bij ons op een kermis gedaan werden. Het bleef nog lang onrustig in Tafraout. De zondag staat in het teken van het naderende afscheid hier. Als Allah het goed vindt gaan we dinsdag weer naar het noorden. 's Ochtends gaan we voor de laatste keer wandelen. Weer naar de "duikplank", nu met vier Nederlanders, vier Fransen, twee Belgen en twee Duitsers. Wij vinden dat we in Europa moeten blijven. 's Middags houden we een soort afscheidsdiner en wel met acht andere Nederlanders die al een paar weken om ons heen staan. Er zijn zelfs al ideeen uitgewisseld voor een reunie deze zomer. Maar dan wel in Nederland natuurlijk. 

 

Maandag 13 t/m woensdag 15 maart

Het Amandelfeest is voorbij en Tafraout is weer tot rust gekomen. Het grote podium, de expositietenten en de kraampjes worden afgebroken en de werkzaamheden aan de wegen en rotondes worden hervat. De dag staat in het teken van het afscheid. Afscheid van de gymjuf, van de hammam en uiteraard van vrienden, kennissen en buren. We hebben hier ruim vier weken gestaan. Een record; niet eerder stonden we zo lang op één plek. Het einde van de reis in Marokko komt in zicht. En voor ons niet alleen, het is een ware uittocht uit Tafraout. Op dinsdagmorgen gaan we richting Agadir via de plaats Ait Baha. Tot die plaats is de route prachtig. En bergachtig landschap met hier en daar een dorp tegen een bergwand geplakt. En een redelijke tot goede weg. Hoe dichter we echter bij Agadir komen, hoe drukker het wordt en is het wat het rijden betreft oppassen geblazen. We gaan eerst naar de grote Marjane voor boodschappen. Het is er opvallend rustig: weinig campers en in de winkel zelf meer personeel dan klanten. Daarna gaan we naar de campig in Aourir, waar we weken geleden ook gestaan hebben. Het is er nu wel erg rustig. Een stuk of vijftien campers, waarvan vandaag drie Tafraout gangers. En nog steeds heerlijk weer, weinig wind en veel zon. Op woensdagmorgen zijn we, en vooral Wobbie, druk met de was. We hebben drie wasmachines nodig en gelukkig zijn die erg goed hier. Daarna naar de markt met heel veel groente en fruit en prachtig wat de kwaliteit betreft. En voor weinig, voor een paar euro hebben we drie fietstassen vol. En we kopen nog een aantal potjes creme en flesjes olie: allemaal bestellingen uit Nederland. Op ons vaste adres voor advocado-smoothies komen we ook weer de Nederlanders tegen die hier in de buurt een huis hebben. En blij zijn dat ze in het Nederlands een praatje kunnen maken. Aan het einde van de middag gaan we bij Annie en Gerrie, twee andere Tafraout gangers, op borrelvisite. En we nemen er een extra als toast op een spannende verkiezingsuitslag.

 

Donderdag 16 t/m zaterdag 18 maart

Eerst nemen we afscheid van Annie en Gerrie, zij gaan vandaag verder naar het noorden. Daarna gaan we weer wandelen door de bergachtige heuvels rondom de camping. Waarbij het opvalt dat vrijwel alles in bloei staat: de lente is begonnen hier. In de middag proberen we nog even te internetten. En dat is nog steeds een uiterst moeizaam gebeuren hier op de camping. Het goede nieuws is dat er in de buurt van de camping een zendmast geplaatst is. En er loopt zelfs al een electriciteitskabel naar toe. Het wachten is enkel nog op het schroeven van de apparatuur op die mast door de providers. En dat zullen we deze reis wel niet meer meemaken. Als we nog even naar het dorp fietsen komen we Cor en Josje tegen. Die komen uit Tafraout en maken hier in Aourir ook een tussenstop. We fietsen nog even naar de zee. Ook daar is het rustig, en zitten nog lang in de zon onder het genot van verse jus. De vrijdag is een rommeldag. De camper wat opruimen, ontdoen van de ergste stof, internetten, de site bijwerken en een bosje bloemen plukken: voor op tafel. Tot slot nog even op de fiets naar Aourir voor een smoothie. Ons afscheid van Aourir. Op zaterdag rijden we honderdzestig kilometer langs de kust naar het noorden. We maken een tussenstop in het surfdorp Sidi Kaoki en zijn tenslotte voor in de middag in Essaouira. Waar we weer langs de duinenrij staan. We komen even bij in de zon voor we naar de haven wandelen. Het is er weer een drukte van belang want de vis is binnengekomen. Verkopers, kopers, kijkers, meeuwen, katten, afval en de bijbehorende vieze lucht. Maar het blijft een fascinerend gebeuren. Terug bij de camper drinken we een borrel met Cor en Josje, die kennen we uit Tafraout en Aourir en zijn hier ook neergestreken. Dat doen we binnen want er pakken zich donkere wolken boven Essaouira. Af en toe een klap onweer en een harde windvlaag. En wat later in de avond krijgen we voor het eerst sedert weken een forse regenbui over ons heen.

Zondag 19 t/m dinsdag 21 maart

We gaan eerst boodschappen doen bij de Carrefour. Behalve dat het een moderne, westers aandoende supermarkt is, wordt hier ook alcohol verkocht. Een aparte afdeling, met eigen kassa's met cassieres en een bewaker. En aparte openingstijden en op vrijdag gesloten. Veel bier- en wijnsoorten en sterke drank; maar alles fors aan de prijs. Een eenvoudig blikje bier kost al snel omgerekend één euro. Maar als de nood hoog is.....Na de middag gaan we Essaouira in. We hebben nog wat spullen nodig voor de kleinkinderen. Het onderhandelen over de prijs valt niet mee hier. Mogelijk komen er hier veel toeristen die de gevraagde prijzen toch wel betalen. Of wij zijn onderhand onderhandelingsmoe: als de prijs ons niet aanstaat lopen we gewoon weg. Op maandagmorgen gaan we weer verder naar het noorden. We waren vroeg wakker. De camperplek ligt aan een drukke weg. Veel verkeerslawaai en dat begon vanochtend al heel vroeg. Na zo'n tweehonderd kilometer stoppen we, zoals gebruikelijk in de badplaats Oualidia. Het is er druk op de parkeer-cq camperplaats. Allemaal camperaars op de terugweg naar Europa. En ondanks de mindere weersvoorspellingen kunnen we nog heerlijk in de zon zitten. Samen met Cor, Josje, Annie en Gerrie. Zonder iets af te spreken kom je elkaar regelmatig weer tegen. En, zoals elke keer hier, bestellen we een tajine-kip. Dit keer telefonisch, de tajine-man komt niet meer langs om bestellingen op te nemen. Wij vermoeden vanwege een concurrent. Twee uur later wordt de bestelling keurig bij de camper afgeleverd en smaakt zoals vanouds, weer erg lekker. Als we opstaan op dinsdagmorgen is het zwaar bewolkt. We besluiten min of meer spontaan om te vertrekken. Gaan de tolweg op en stomen op naar het noorden. Uiteindelijk stoppen we in de grote kustplaats Kenitra. We staan op een soort stadscamping met de welluidende naam "Complexe Touristique La Chenaie". Het voordeel van deze camping is dat je maar zo in het gezellige centrum bent. En dat is één grote openlucht souk. Erg druk, levendig en weinig toeristen. Erg opvallend hier zijn de vele stadsbussen. Niet meer de modernste, maar bijna allemaal met in plaats van ramen aan de troittoir- en achterkant, zwarte houten schotten. Het ziet er niet uit en wij vermoeden de gevolgen van een fors uit de hand gelopen demonstatie. Hoe leuk het centrum van Kenitra is, des te triester wordt je van de camping. Overvol, chaotisch en slecht sanitair. Zowel bij de dames als bij de heren is er één warme douche (tien dirham). De overige douches zij koud en je staat met je voeten in in zo'n Franse mikput cq hurktoilet. Morgen gaan we verder.

Woensdag 22 t/m vrijdag 24 maart

We rijden vandaag één uur verder naar het noorden en stoppen op de camping bij de lagune in Moulay Bousselham. Het is ook hier druk, maar we weten de weg en vinden een prachtige plek met een mooi uitzicht. En, ook belangrijk, het is hier heerlijk weer. In de middag gaan we even naar de naburige camping waar Cees en Diny (van Tafraout) zijn beland. We hebben weer even gezellig bijgepraat. Tot slot maken we nog een wandeling door het dorp. Zo smerig het er in het verleden was, zo schoon is het er nu. Zelfs een aantal huizen, waar jaren aan gewerkt is, zijn nu klaar. Het wordt een steeds leuker dorp. Morgen de laatste etappe in Marokko, we gaan terug naar Europa. Op donderdag naar de boot dus. Volgens het vaarschema vertrekt die om twaalf uur. We zijn ruim op tijd en hebben binnen tien minuten alle formaliteiten afgehandeld en zijn dan zelfs al door de scanner geweest. Daarna is het wachten op de boot. Die is er rond twaalf uur en moet dan eerst leeg voordat wij er op kunnen. Om half twee gaan we varen. Als we in Algeciras de boot afrijden is het al vier uur (een uur later dan in Marokko). We parkeren de camper op het bedrijventerrein van Palmones (bij "Factory") en staan er tussen zo'n dertig andere campers. We doen nog wat boodschappen en eten iets bij de Mc Donalds en daarna is het mooi geweest voor vandaag. De vrijdag wordt een fietsdag. Daarvoor trekken we honderdzestig kilometer landinwaarts. Ergens tussen Algeciras en Sevilla ligt een fietsroute over een voormalig spoorbaantje (met dank aan Marinus en Catrien). Met de mooie naam Via Verde De La Sierra. Het dorp aan de ene kant heet Puerto Serrano, en aan de andere kant Olvera. Wij beginnen in Puerto Serrano. Van de totale lengte, zes en dertig kilometer, fietsen we er vandaag twintig. Het landschap is heuvelachtig, bijna uitgestorven en fraai. Met name de talrijke tunneltjes, soms met, soms zonder verlichting geven de tocht iets avontuurlijks. Terug bij de camper hebben we er dik veertig kilometer opzitten en gaan binnen uitpuffen. Hoewel het vrij zonnig was vandaag, was het ook uitgesproken fris: de temperatuur is niet boven de veertien graden geweest.

 

Zaterdag 25 t/m maandag 27 maart

Als we wakker worden waait het hard en is het koud buiten. Kortom geen fietsweer en we besluiten om te vertrekken: op naar Portugal. Na een lange rit met veel regen en wind kijken we eerst in Vila Real de Santo Antonio, vlak over de grens met Spanje. Een leuke stad met een minder fraaie camperplaats. Daarna nemen we een kijkje in Manta Rota, waarna we nog een gasfles laten vullen. Terug in Vila Real zoeken we toch de camperplek op daar en vinden met wat moeite nog een vrije plek tussen de vele andere campers en de plassen water. De weersvoorspellingen zijn niet best voor morgen: hopelijk houden we droge voeten. De zondag is inderdaad de slechtste dag qua weer deze reis. In de ochtend valt het nog mee en kunnen we nog een flinke wandeling maken. Vlak na de middag krijgen we eerst een heuse storm. Als die gaat liggen begint het te regenen: uren achtereen. En langszaam maar zeker zien we het water om ons heen omhoog komen. We houden droge voeten, als we maar in de camper blijven. Op maandagmorgen is er een ware uittocht uit Vila Real. Ook de afgelopen nacht heeft het nog flink geregend en het halve terrein staat onder water. Wij gaan ook rijden. Eerst naar de "NOS" winkel: we willen weer een goede internetverbinding. Voor vijftien euro kunnen we weer vijftien dagen vooruit. We moeten er wel twee keer heen om de boel aan de gang te krijgen. Overigens een aardige en handige jongen in die winkel: het lijkt Marokko wel. Vervolgens naar de Lidl voor het aanvullen van de voorraden. Daarna naar Manta Rota. We hebben geen idee of er plaats is. En dat blijkt mee te vallen. Je hebt nu een soort overgangsperiode. De eerste overwinteraars zijn aan het vertrekken en de lege plekken worden opgevuld door de voorjaarsreizigers. En die blijven meestal maar een paar dagen, waardoor er steeds meer doorstroming komt. Voor ons is Manta Rota niet echt spannend meer, maar je kunt er wel heerlijk bijkomen. We hebben weer gas, water, wat te eten, drank en kunnen internetten. De komende dagen nog iets meer zon graag.

Dinsdag 28 t/m donderdag 30 maart

We gaan weer fietsen: de bekende route naar Monte Gordo via de fietsroute. Onderweg, voor het bos bij Monte Gordo, zien we weer campers staan: bij "Adam and Eve". Vroeger een bekende camperplaats, jaren achtereen verboden, nu kennelijk weer gedoogd. Er stonden er zeker twintig. In Monte Gordo hoor je enkel Nederlands. Overal op de terrassen grijze landgenoten aan de koffie. Wij gaan op zoek naar een supermarkt van Pingo Doce: daar hebben ze heerlijke gegrilde kip. En zelfs een restaurant waar je kunt eten: voor elf euro heb je twee complete maaltijden. De kip kan wachten tot morgen. Tegen twee uur zijn we terug in Manta Rota. Mooi op tijd voor de afspraak bij de Nederlandse kapster Jacqueline. Wobbie is hard aan een knipbeurt toe. Bij die kapster ben je overigens meer geld kwijt dan voor het eten bij Pingo Doce. Tot slot van de dag, en ons verblijf in Manta Rota, maken we nog een wandeling door het lagunegebied naar het gehucht Cancela Velha. Het is af en toe zoeken naar begaanbare paden; er staat overal veel water. En alles is groen: het gevolg van een erg natte winter. Op woensdag trekken we weer verder, nu naar Falesia, in de buurt van Albufeira. De camperplaats daar is op één plaats na vol. En hoewel het niet de mooiste plek is, pikken we die maar in. Op het strand komen we de eerste vakantiegangers al tegen. Engelsen, ook met kinderen. Er zijn kennelijk weer schoolvakanties begonnen. Op donderdag gaan we fietsen. Via Vilamoura naar Quarteira. Tot het einde van de boulevard daar, waar we zoals altijd als we daar komen, op ons vaste adres koffie drinken. Ergens in de middag gaan we nog een keer fietsen: onze mandarijnen zijn op. En overal langs de weg worden hier sinaasappels en mandarijnen verkocht. Voor Portugese prijzen en dat is weer even wennen voor ons. Hier twee-euro vijftig, in Marokko veertig eurocent.

Vrijdag 31 maart t/m zondag 2 maart

We gaan eerst naar Olhos de Aqua, een dorp verder. Naar de Intermarche met de grote wasmachines. De was er in, wat boodschappen doen en koffie drinken. Daarna de was weer ophalen. Blijkt dat de wasmachine het niet gedaan heeft. Na wat gedoe krijgen we het geld terug en gaat de vuile was weer mee naar de camperplaats. Dus uiteindelijk daar gewassen. Je maakt wat mee op zo'n reis. Na de middag gaan we naar het strand: uit de wind heerlijk in de zon. Behalve de temperatuur van het zeewater. Daar wagen we ons nog maar niet aan. Op zaterdagmorgen gaat Wobbie weer naar de pedicure in Falesia. Helaas werkt die mevrouw niet met een klantenkaart: dat zou een boel schelen. In de middag lopen we naar Olhos de Aqua. Heen over het strand en na de pauze op een terras, deels terug over de rotsen. Alweer veel Engelsen in Olhos. En grote tv schermen met Engels voetbal: en natuurlijk bier, veel bier. Als afscheid van Falesia gaan we uit eten. Bij een Portugese pizzaria even verderop. Eigenlijk niets Portugees aan, de pizzabakker is een rasechte Italiaan (foto) maar wel erg lekker. En met de muziek van Rocco Granata: Marina.....Op zondagmorgen dus verder langs de kust. Voorbij Albufeira en Portimao, naar Alvor. Ook daar is het druk op de camperplek. Maar de bodem is er droog, dus vooralsnog geen moddertoestanden. We zijn vroeg, dus eerst maar even naar de markt. Het is er gezellig druk. Dat in tegenstelling tot het strand, waar het uitgesproken rustig is. Aan het einde van de middag begint het weer te waaien en houden we het zonnebaden voor gezien. Terug bij de camper waait het veel minder hard en we kunnen zelfs buiten eten.


Maandag 3 t/m woensdag 5 maart

Drie dagen Alvor: wandelen, fietsen, zonnebaden en meer van dit soort nuttige tijdsbestedingen. Op de fietstocht naar Portimao kijken we nog even bij de giga-camperplek die in december gesloten is. Op hoogtijdagen stonden daar wel vierhonderd overwinteraars. Nu is het een kale vlakte, aan niets is meer te zien dat dit een camperplaats geweest is (zie foto's). En ook geen enkele activiteit die duidt op een andere bestemming. Nog steeds erg mooi weer: volop zon en een verkoelend zeewindje.

   

                   tot 2017                                          na 2017

Donderdag 6 t/m zaterdag 8 april

Onze laatste dag in Alvor en weer een wandeling. Dit keer langs en over de rotskust richting Portimao. Halverwege komen we op een mooi strand met de naam Praia da Vau. Het keerpunt na een koffiepauze. Terug bij de camper hebben we er elf kilometer opzitten. Het bijkomen doen we op het strand. Als alles volgens plan verloopt zijn het onze laatste uren aan zee deze reis. Op vrijdag de laatste stop in de Algarve. En op de camperplek waar we op 17 januari deze reis begonnen zijn. Camperstop Messines, bij de plaats Sao Bartolomeu de Messines. Met twaalf campers aardig bezet en, weer, bijna allemaal Nederlanders. Geen stroom, maar verder alle denkbare voorzieningen. Op zaterdagmorgen gaan we eerst op de koffie bij Ron en Annelies, die we nog kennen van twee jaar geleden. Heerlijke koffie: voor het eerst deze reis drinken we weer Senseo koffie. Net als thuis, maar dan hier buiten in de stralende zon. Daarna op de fiets naar het dorp voor wat boodschapjes en vervolgens uit eten. Bij "O Petisco" in het gehucht Campilhos. Daar hebben we in november vorig jaar ook gegeten en is toen de pet van Wim blijven liggen. Die hangt nu keurig aan een brandblusser: we nemen hem maar weer mee. Als het eten opgediend wordt, denken we dat het voor vier personen is. Maar nee, het is echt voor ons tweeen. Als we ons helemaal klem gegeten hebben, blijft er evengoed nog de helft over. 

 

Zondag 9 maart

Onze laatste dag in de Algarve. Wat opruimen, een wandelingetje en een beetje rommelen. En 's middags eten bij een restaurantje in de buurt: O Caixeiro. Zoals het hoort, ook hier, ga je op zondag uit eten en wel tussen één en ongeveer drie uur in de middag. Het restaurant zit dan helemaal vol. Daarna gaat de camperplaats in de ruststand en wij passen ons moeiteloos aan. Morgen gaan we vroeg rijden, op naar het noorden.

Maandag 10 t/m woensdag 12 april

We gaan vroeg op pad voor de vierhonderd kilometer naar de Spaanse plaats Caseres. We rijden via Beja, Evora en gaan bij Bajadoz de grens over. In Caseres hebben we vaker gestaan, maar dan op de camping. Nu zoeken we de camperplaats op. Vlakbij een soort jeugdherberg en een ruime parkeerplaats voor autobussen. Als we aankomen, zo rond half vier (het is hier een uur later dan in Portugal), is de camperplek al barstensvol. We pikken een parkeerplaats in voor een bus. Dat doen er meer en na een uur staat alles werkelijk vol met campers. En dan vooral Spaanse campers: allemaal vakantiegangers vanwege de komende paasdagen. Dan voltrekt zich een wonderlijk schouwspel. De ene na de andere camper die verkeerd staat vertrekt weer. De vrije plekken worden meteen weer opgevuld door nieuwkomers, waarvan er een aantal na een half uur ook weer vertrekken. Er zijn geruchten over politiecontroles en wegsturen als je verkeerd staat. Na overleg met Duitse buren besluiten we om te blijven staan waar we staan. En gaan het mooie oude centrum van Caseres in. Veel kerken en oude gebouwen, mooie steegjes en een groot plein vol terrassen. En veel toeristen, zelfs een grote groep Chinezen. Terug op de camperplek is het nog steeds een gaan en komen. Zo tot een uur of negen, als alles weer vol staat, keert de rust terug. En de politie hebben we niet gezien. Op dinsdagmorgen gaan we opnieuw vroeg verder. En weer bijna vierhonderd kilometer, maar nu over enkel snelwegen. We zijn dan ook vroeg in de middag in Palencia, onze volgende stop. Op een mooie parkeerplaats, bijna in het centrum en nu nog rustig. We zijn hier al veel vaker geweest en "onze" plek is nog vrij. De stoelen gaan naar buiten en we gaan heerlijk in de zon zitten. Met het park voor onze neus, waar op alle nivo's gesport wordt. Wat je overigens overal in Spanje ziet. Vrijwel alle parken en groenstroken zijn voorzien van paden voor trimmers, hardlopers en (snel)wandelaars. En daar wordt volop gebruik van gemaakt. De stad zelf staat helemaal in het teken van Pasen. In het centrum allemaal keurig geklede Spanjaarden die een nieuwe Paasoutfit aanschaffen. En we komen een kraam tegen met informatie over de talloze processies dit weekend. Op woensdag onze laatste etappe in Spanje. Van de inmiddels volgelopen parkeerplaats in Palencia naar St.Jean-Pied-De-Port, negen kilometer over de Spaans-Franse grens.En route door de Pyreneen, erg groen nu en heel veel bochten. In "Pied-De-Port" is het gezellig druk. Veel vakantiegangers maar vooral wandelaars op weg naar Santiago de Compstella. Vrijwel alle winkeltjes en horeca staan in het teken van de wandeltocht. En een drukke camperplaats; een populaire stop voor reizigers op weg naar het zuiden of terug naar het noorden.

Donderdag 13 t/m zaterdag 15 april

Een lange rit vandaag tot vlak in de buurt van Limoges. In het dorp St.Laurant-sur-Gorre zit een voormalige camping aan een meer, met stroom en WiFi. En het gaat ons vooral om de WiFi. De voormalige camping is nu een camperplaats. Erg rustig gelegen, in een soort bos en aan een meer. Tot zover klopt de informatie. De rest helaas niet. Het toiletgebouw zit op slot, de stroom is afgesloten en de WiFi staat uit. Ergens op een briefje denken we te lezen dat alles weer in bedrijf is vanaf 1 juni. En daar wachten we natuurlijk niet op. Overigens staan we prachtig: het meer voor ons en vogels en eekhoorns boven ons in de hoge bomen. En nog één andere camper een eindje verder. Daar hebben we geen last van, want ondanks het prachtige weer zitten die alleen maar binnen. Op goede vrijdag rijden we via Limoges een klein stukje verder. Naar een camperplek aan het "Lac de Saint-Pardoux". Hier hebben we al een keer eerder gestaan. We zijn toen om het meer heen gelopen en dat liep een beetje uit de hand: een wandeling van meer dan twintig kilometer. Het belangrijkste voor ons is dat er een infocentrum zit met een prima WiFi verbinding. We maken er dankbaar gebruik van: mail binnenhalen, de site bijwerken en facebooken. En ook gaan we fietsen. Er ligt hier een prachtige fietsroute. Alleen is die maar vijf kilometer lang. Gelukkig stopt die bij een VVV kantoortje, waar de vriendelijke mevrouw ons vertelt dat we echt terug moeten zoals we gekomen zijn. En het weer? Hoe noordelijker we komen, hoe frisser het wordt. We denken dat dit onze laatste "korte-broekendag" is. Op zaterdagmorgen is het zwaar bewolkt en erg fris: en dat blijft de hele dag zo. In de lange broeken en met vesten aan trekken we verder naar het noorden via een route die we al eerder gereden hebben. We stoppen weer even voor Troyes, op de camperplek in het dorp Aix en Othe. Een mooie plek met prima sanitair. Het dorp stelt niets voor en maakt een wat trieste indruk. Erg veel leegstand en achterstallig onderhoud. Een dooie boel, zoals veel dorpen hier in deze hoek van Noord-Frankrijk.

Zondag 16 april

Als we opstaan is het zwaar bewolkt: het is gelukkig nog wel droog. We gaan weer vroeg op pad, op weg naar de Belgische Ardennen. De hele route rijden we met de kachel aan. De buitentemperatuur is niet boven de tien graden geweest. Een kilometer of zestig voor Luik stoppen we op een soort camper-parkeerplaats, pal naast de snelweg. Met de naam Baraque-Fraiture. We zitten zo maar midden in een wintersportgebied met hotels, restaurants en pistes. Nu geen sneeuw meer, en dus uitgestorven, maar wel stervenskoud. Op de TomTom zien we dat we nog maar drie uur moeten rijden om in Apeldoorn te komen. En dat doen we dus, waarmee deze reis dus zo maar een dag eerder is afgelopen. Het is weer een mooie reis geweest en dan vooral de tijd die we in Marokko gezeten hebben. We blijven het een geweldig camperland vinden. Weer veel leuke mensen ontmoet zowel in Marokko als in Portugal. Een reis dus voor herhaling vatbaar. Of zoals ze in Marokko zeggen: inshallah. Tot slot willen we alle "volgers" bedanken voor de belangstelling en reakties. Via het gastenboek, sms'jes, app's en facebook.