Eerste Reis 2016

Dinsdag 19 januari

De twee maanden dat we thuis geweest zijn, zijn omgevlogen. Op onze manier zijn we erg druk geweest. Verjaardagen, de geboorte van ons zesde kleinkind (Otis), de feestdagen, op visite gaan, visite ontvangen, oppassen enzovoort. Hoog tijd om bij te komen dus. We gaan weer naar Porugal, waar de camper op ons wacht. Een reis in een aantal etappes. Eerst te voet naar het station Apeldoorn. Daar wacht de Flixbus op ons voor de rit naar Eindhoven. Via Internet geboekt: kosten € 1,00 per persoon. We zijn op tijd in Eindhoven drinken er koffie en eten wat. Daarna met de stadsbus naar het vliegveld, waar we om half acht met Ryanair de lucht in gaan. De vlucht duurt een kleine drie uur, maar omdat het in Portugal een uur vroeger is, zijn we om half tien al in Faro. En daar, zoals afgesproken, zit André van Camperstop Messines al op ons te wachten. Om half elf zitten we in de camper, met een borrel, bij te komen. Het is veertien graden boven nul en we slapen weer heerlijk.

  

Woensdag 20 en donderdag 21 januari

Twee "rommeldagen" in Messines. We zetten de camper op een andere plek, vullen de watertank en het toilet moet weer gebruiksklaar gemaakt worden. En we moeten boodschappen doen. We gaan op de fiets naar het dorp, zo'n zeven kilometer verder. Terug bij de camper blijkt de schotel van de tv het niet meer te doen. Het wordt een rustige avond met lezen en puzzelen: en op tijd naar bed. Was het op woensdag nog droog en zonnig, de donderdag miezert het een groot deel van de dag. We sturen een mail naar het bedrijf in Rijssen, waar de schotel vandaan komt, en krijgen al na tien minuten een reactie met instructies om de schotel weer aan de praat te krijgen: prima service dus. Daarna gaan we nog een keer op de fiets naar het dorp. In de middag worden we uitgenodigd door Belgische buren. Die hebben ook plannen om naar Marokko te gaan en willen daar alles van weten. Ze hadden ons opgespoord via Webklik en onze camper herkend die vlak naast die van hen geparkeerd stond. Erg gezellig en de middag vloog voorbij.

  

Vrijdag 22 januari

Tijd om Messines te verlaten en verder te trekken. We willen eerst naar Falesia: Wobbie wil nog naar haar "eigen" pedicure. Onderweg komen we langs bekende camperplaatsen en die zijn allemaal erg vol. Zo ook die in Falesia; we kunnen er niet meer bij. We weten een parkeerplaats in de buurt bij een gesloten restaurant, pal aan zee. Op het grote terrein staan drie Franse campers en we denken te begrijpen dat overnachten hier geen probleem is. We wagen het er maar op. De fietstocht van Wobbie naar de pedicure was ook al geen sukses: ook die mevrouw zat helemaal vol. Gelukkig is ondertussen de zon gaan schijnen: we zitten heelijk buiten en maken nog een flinke strandwandeling. De avond verloopt minder rustig dan gedacht. Om elf uur, we staan dan nog samen met één andere camper, begint er een soort avondmarathon. Een stoet van bijna twee uur met lopers voorzien van zaklantarens. Die komen uit de duinen, langs onze camper om vervolgens weer in de duisternis te verdwijnen. Het duurt even voor we in slaap vallen.

  

Zaterdag 23 januari

We vertrekken vroeg uit Falesia en rijden eerst nog even langs de pedicure. Helaas begint die pas om tien uur en we hebben geen zin daarop te wachten. Dus op naar de Lidl en Aldi in Albufeira. Er moet van alles ingeslagen worden vanwege de overtocht naar Marokko, het gaan dan vooral om varkensvlees en drank. Daarna op weg naar Spanje, met vlak voor de grens nog een lunchpauze in Manta Rota. Ergens op de snelweg in Spanje en halverwege de middag zien we de afslag naar El Rocio, het paarden- cq processiedorp. We hebben geen zin meer om nog veel verder te rijden en gaan daarheen. Vlak voor het grote zandplein, waar we met de camper mogen overnachten voor één euro, zien we twee "oude" bekenden: Roel en Janna die we kennen van de Vagebondreizen. Ook zij staan hier en zijn op weg naar Portugal. We zoeken een terras op en hebben zo'n twee uur bij zitten kletsen: erg gezellig dus. 's Avonds gaan we nog even het dorp in en uiteraard naar de kerk. Het is er erg druk: bovendien is er weer een processie aan de gang die als een lang lint, met kaarsen verlicht, door het dorp trekt. Het blijft een bijzondere plek.

  

Zondag 24 januari

Al vroeg in de ochtend komen de eerste tien bussen met bezoekers/kerkgangers al langs de camper rijden: het wordt weer een drukke dag in El Rocio. Wij besluiten om naar de haven in Algeciras te rijden en nemen afscheid van Roel en Janna. Voor in de middag komen we aan op het grote industrieterrein en parkeren de camper, zoals gewoonlijk, tussen de grote supermarkten. En die zijn hier allemaal gesloten op zondag: op een paar campers na is het uitgestorven. Gelukkig is het boekingskantoor voor de tickets voor de overtocht naar Marokko wel open: net als vorig jaar tweehonderdtwintig euro, inclusief een fles bubbels en een cake. Voor dat bedrag mogen wij en de camper maximaal negentig dagen in Marokko blijven. Tegen de avond gaan we nog even naar de McDonalds om te internetten. En we voelen ons verplicht om er wat te gebruiken. De koffie valt nog mee, maar die hamburgers..... 

  

Maandag 25 januari

De boot vaart officieel om tien uur de haven uit; je moet er een uur van tevoren zijn. Negen uur dus. Maar dan gaan de supermarkten hier pas open. We halen eerst de laatste boodschappen in Spanje: brood, melk, water en vooral bier. Om half tien zijn we in de haven, waar de campers als laatste de boot opgaan; deze keer maar vier stuks, waarvan drie uit Nederland. De andere twee Nederlandse campers kennen we: Co en Lia de Keizer die samen met Hannie en Nanda ook door Marokko gaan reizen. Co en Lia hebben we al eens ontmoet in Marokko, maar bovenal kennen we ze van hun prachtige website (de keizerreizen). We vertrekken op tijd uit een zwaar bewolkt Algeciras en komen een uur later in een zonnig Tanger-Med aan.En we zijn vlot door het grensgedoe heen. Er ontstaat alleen enige discussie over onze fietsen. We hebben een garage met twee deuren tegen over elkaar. Eerst moet de ene deur open. Een man met pet ziet twee voorwielen en vraagt wat dat zijn. Twee fietsen dus. Dan moet de andere garagedeur open. De man met pet ziet twee achterwielen en vraagt hoogstverbaasd wat wij met vier fietsen moeten. Iets uitleggen heeft geen zin, dus gaan beide garagedeuren open, waardoor je door de garage heen kunt kijken om te zien dat er echt maar twee fietsen in staan. En omdat we verder geen pistolen en sterke drank bij ons hebben mogen we snel verder. Een kleine tachtig kilometer naar het zuiden, via de tolweg voor zeven euro, stoppen we op een camper/parkeerplaats in de plaats Assilah, pal aan zee (vier euro). Een leuke plaats met, niet onbelangrijk, een aardige man in het kantoor van Maroc Telecom, die ons voorziet van een nieuwe simkaart voor de internet dongel.

    

Dinsdag 26 en woensdag 27 januari

We zakken verder naar het zuiden. Eerst willen we een camping met stroom. Onze schotel is weer van slag en om daar aan te prutsen is stroom wel zo handig. We gaan naar de camping in Moulay Bousselham, waar we bijna elk jaar of op de heenweg of de terugweg, wel een keer terecht komen. Al ver voor het dorp valt het op dat het er zo schoon is. Bijna geen plastic en vuilnis langs de weg, tussen de huizen en in het groen. Wij hebben het vermoeden dat de koning op bezoek geweest is. Anders is de grote schoonmaak voor ons niet te verklaren. Op de camping zelf is het erg rustig, maar twee Nederlanders, en paar Duitsers en verder Fransen. En het sanitair is erg schoon; waarschijnlijk is de koning ook hier op de camping geweest. Oh ja, en stroom, waarmee na wat gepruts, de schotel ons weer voorziet van de Nederlandse TV zenders. Op woensdag willen we veel kilometers maken richting zuiden. Het worden er ruim vierhonderd, over de tolweg voor vijftien euro. Om vier uur zijn we in de badplaats Oualidia: en we zijn niet de enige. Op de bewaakte parkeerplaats voor campers staan er 's avonds zestig! Achtenvijftig Franse-, één Belgische- en één Nederlandse camper. Ook hier zijn we vaker geweest en zijn blij verrast dat om zes uur "onze" tajine-koerier weer voor de camperdeur staat. Twee uur later komt hij de bestelde tajine-kip (extra gevuld omdat we vaste klant zijn) in een grote kist achter op zijn brommer bezorgen.  

    

Donderdag 28 januari

Opnieuw een dag met veel sluierbewolking: overdag twintig graden, 's nachts zakt deze terug naar zo'n veertien graden. Weer verder naar het zuiden, vandaag tweehonderd kilometer naar Essaouira. Ook hier is het erg druk met vooral Franse campers: zo druk en vol hebben we het nog niet eerder meegemaakt hier. Ook in de stad is het druk: veel gezinnen met kinderen. We hebben het idee dat de scholen gesloten zijn vanwege een vakantie. Bij terugkomst van een wandeling naar het centrum blijken er twee Nederlandse campers bij gekomen te zijn. De eerste is van Jan-Hidde en Majorie: ook zij hebben een website met reisverslagen die we volgen. En we komen hun namen regelmatig tegen op het Camperforum. Zij zijn voor het eerst in Marokko. We kletsen heel wat af. Dat doen we daarna ook met de andere Nederlanders: Jan en Pieta. Die hebben we vorig jaar voor het eerst in Marokko ontmoet en we zijn de afgelopen zomer tijdens een rondje Nederland nog bij hun in Emmen op bezoek geweest. En ze staan nu, niet toevallig, pal naast ons. Ondertussen is de zon helemaal verdwenen en is het vooral door de harde wind erg fris geworden; en de camperplek is bastensvol gelopen. Morgen weer verder naar het zuiden.

  

Vrijdag 29 januari

We gaan nog even niet verder naar het zuiden, maar twintig kilometer terug het binnenland in. We nemen voorlopig afscheid van Jan en Pieta, waar we twee uur over doen, en van Jan-Hidde en Majorie. Via de het verslag op de website van Piet en Elly (toesjoeranroet), vorig jaar ook hier in Marokko ontmoet, lazen we gisteravond over een aardige camping hier in de buurt. Het dorp heet Ounara (of Ounagha) en de camping Des Oliviers. Midden in het dorp, mooi aangelegd en van alle gemakken voorzien. En keurig onderhouden. Het dorp stelt niet zo veel voor: een bonte verzameling van allerlei winkeltjes en zaakjes. We scoren er wel een krukje met een biezen zitting. Handig voor als we visite krijgen. De zaterdag is een rustdag. Veel in de zon zitten en een wandelingetje in een overigens saaie omgeving. Op zondag gaan we met vier andere Nederlanders, Jan en Pieta (ook hier neergestreken), Paul en Fien, op de fiets naar de zondagsmarkt in Had Draa. Een wel heel bijzondere markt. Enorm groot, rommelig, stoffig en hier en daar ronduit smerig: met name de afdeling "vleeswaren". We zullen onze lezers de details besparen. Er is werkelijk van alles te koop. We zien zeker tien schoenmakers hele oude schoenen verzolen, en evenzoveel kappers met een stoel onder een zeiltje vooral koppen en kinnen kaalscheren. Heel fascinerend om doorheen te slenteren, maar zeker niet om er iets eetbaars te kopen. En zomaar opeens is Wim z'n kleine fototoestel kwijt. Geen idee hoe: gerold, verloren? We leggen ons er maar bij neer dat het ons nu een keer is overkomen. Terug bij de campers gaan we met z'n zessen aan de cous-cous uit de keuken van de camping. Erg ruime porties, waar we met z'n allen wel twee dagen van kunnen eten. Daarna is het bijkomen in de zon. Die schijnt de afgelopen dagen volop en van de wind heb je hier op de camping geen last.

    

Maandag 1 t/m woensdag 3 februari

Weer verder naar het zuiden, richting Agadir. We rijden weer zo dicht mogelijk langs de kust, door een fraai, heuvelachtig landschap, met halverwege een heuse col. We rijden het dorp Aourir nog even voorbij om eerst bij de supermarkt Marjane in Agadir boodschappen te doen. Bovendien hebben we geld (dirhams) en diesel (0,70 eurocent) nodig. En dat kan daar allemaal. Op het parkeerterrein vindt er een kleine reunie plaats. We komen er Majorie en Jan-Hidde tegen, evenals Christine en Jos. Beide stellen zijn we onderweg al vaker tegen gekomen. En op de een of andere manier hebben we allemaal iets met het Camperforum, en dat schept een band. Na de boodschappen rijden we terug naar Aourir, naar de camping even buiten het centrum, waar we elk jaar wel een paar dagen staan. Wim wordt hartelijk verwelkomd door de Duits/Marokkaanse eigenaar en de man die de electra aan komt aansluiten. Er wordt geinformeerd naar onze gezondheid, onze kinderen etcetera. Wobbie vermoedt dat ze op een cursus klantvriendelijkheid geweest zijn. Neemt niet weg dat het hier als een beetje "thuiskomen" voelt. Zelfs "onze Belgen" zijn er, net als voorgaande jaren, weer. De camping ligt aan een doorgaande weg door een vallei, met aan beide zijden dus hoge bergwanden. Op dinsdagochtend hebben we zo'n wand beklommen via allerlei mogelijke en onmogelijke geitenpaden. Pittig, maar zeker de moeite waard, onder andere vanwege de mooie vergezichten. Aan het einde van de middag nog even naar de mega-camping Atlantic Imourane hier in de buurt gefietst. Erg groot en barstensvol met overwinteraars. Op woensdag is het in Aourir marktdag. Groente, fruit en kleding hebben er de overhand. En een relatief "schone" markt. Alleen vreselijk veel stof, zoals eigenlijk overal hier, ook op de camping. Het heeft hier al tijden niet meer geregend en alles is kurkdroog. Zelfs de struiken op de camping smachten naar water. Op de markt scoren we twee tassen vol met groente en fruit. We verbazen ons over de prijzen. Voor een paar euro hebben we voor een hele week te eten.

  

Donderdag 4 t/m zondag 7 februari

Eerst twee fietsdagen. Op donderdag zijn we naar het surfdorp Taghazout geweest. Op het terrein waar vroeger honderden campers vrij stonden, even voor het dorp, wordt nu volop gebouwd. En zoals op meer plaatsen hier zijn de wegen, de verlichting en de aanplant al klaar. De stroken die nu nog toegankelijk zijn, worden bevolkt door Marokkaanse gezinnen. Een soort picknick plek voor een dagje aan zee. Het dorp zelf moet het hebben van de golfsurfers. En dan vooral uit het westen. Op vrijdag op de fiets naar Agadir. En dat tijdens een bijna storm, met veel tegenwind en enorme stofwolken. Op de boulevard is het druk met westerse wandelaars. Geen strandweer, vandaar de wandelaars. We sluiten het bezoek af in de enorme overdekte markthal, de soek. Wobbie ontdekt er nog een mooie leren tas, die we na het afdingen van vijfendertig euro naar twintig op de kop tikken. Na het eten van pannekoeken met helaas iets te weinig honing, wordt het stil in de soek. Zo tegen één uur gaat iedereen naar de moskee. En daar passen ze niet alle in, dus de straten en de steegjes er omheen liggen vol met gelovigen, ieder op een eigen kleedje. Wij houden het voor gezien en gaan terug naar de camping, waar de was opgehangen moet worden. Op zaterdagmorgen gaat Wobbie eerst weer aan de wandel onder leiding van de Belgische buren, Frank en Ria. De wandelgroep bestaat inmiddels uit zeven personen. Verder rommelen we wat met internet: er is hier gratis WiFi, maar het is alles of niets. We hebben ook, zoals ieder jaar, een dongel van Maroc Telecom. Bijna in heel Marokko een redelijk tot goed bereik. Behalve hier dus in Aourir. We hadden een tegoed voor tien dagen en die waren voorbij. We hebben weer een kraskaart gekocht voor tien euro en na wat gerommel is het opwaarderen uiteindelijk gelukt. Nog een heel gedoe, want de simkaart moet uit de dongel en in een telefoon geplaatst worden, waarna je moet sms'n. Die simkaart past niet in nieuwe telefoons, gelukkig hadden we nog een oude Nokia bij ons. Het is weer erg warm vandaag dus we luieren wat bij de camper. Aan het einde van de middag fietsen we nog een keer naar het dorp. We hebben hier een bakker ontdekt die behalve brood, ook koekjes en gebak maakt. En hij verkoopt heerlijke verse vruchtendrankjes, ze lijken een beetje op smoothies. Wij vallen voor de avocado-variant. We hebben besloten dat zondag onze laatste dag is hier. We fietsen nog een keer de vallei in en drinken verse jus onderweg. Terug bij de camper begint het grote opruimen. Helaas werkt het weer niet mee: het is opnieuw erg warm. En het opruimen is ook betrekkelijk. Alles is stof hier en dat zit overal op, in, tussen en onder. De bedden zijn verschoond en we hebben de illusie dat dat de schoonste plekken in de camper zijn.

  

Maandag 8 t/m woensdag 10 februari

We gaan weer verder naar het zuiden. Eerst boodschappen doen bij de Marjane in Agadir, daarna proberen we de gasfabriek te vinden om er een gasfles te laten vullen. Via via hebben we coordinaten. Die brengen ons twintig kilometer buiten Agadir in een gehucht van niks. En ook geen gasfabriek. We gaan naar de kust, naar de camping Sidi Wassay Beach (het dorp zelf heet Sidi Ouassai). Pal aan zee, nogal afgelegen en behoorlijk bezet met vooral Fransen en Duitsers. Wij zijn weer de enige Nederlanders. Niet erg spectaculair hier, dus we wandelen elke dag een stuk en luieren in de zon. Aan de ene kant van de camping ligt een heel lang en breed zandstand, aan de andere kant loop je over hoge duinen langs de rotskust. Hoewel het lopen aan die kant betrekkelijk is: het is meer ploegen door het mulle zand. Ook hier heeft het al lang niet meer geregend en alles is kurkdroog. Op woensdag willen we proberen te fietsen in deze buurt. Maar dan blijkt de fiets van Wobbie het niet meer te doen. En fietsen zonder elekrische ondersteuning hier gaat eigenlijk niet. We sturen een mail naar de zaak waar de fiets vandaan komt en krijgen snel een eerste reactie. Ze hebben het framenummer nodig. Wordt vervolgd, hopen we.

  

Donderdag 11 en vrijdag 12 februari

Weer verder naar het zuiden. We krijgen enthousiaste berichten uit Tiznit, zestig kilometer verder en een stuk het binnenland in. Daar staan Jan en Pieta, uit Emmen, en nodigen ons uit om langs te komen. De Camping Municipal ligt midden in de plaats en is een echte stadscamping. Als we aankomen mogen we er niet in: "complet". Gelukkig zien Jan en Pieta ons wegrijden en zij regelen alsnog een plek voor ons. De camping is erg groot en staat mudvol met vooral Franse campers. Het grote voordeel van deze camping is dat als je de poort uitloopt, midden in het centrum zit. Tiznit is druk en levendig en vol met allerlei winkeltjes en zaakjes. En er zijn veel zilveren sierraden te koop. Bovendien is men is gewend aan toeristen, en dat maakt het "shoppen" tot een ontspannen bezigheid. En dat doen we doen twee dagen, met alweer prachtig weer. Overigens zijn de voorspellingen voor de komende week minder fraai. Morgen toch maar verder, naar Tafraout.

  

Zaterdag 13 t/m maandag 15 februari

Naar Tafraout dus, via een prachtige route over de Col du Kardous, elfhonderd meter hoog. We zoeken weer de "vrije" camperplaats op dicht bij het dorp. Er staan wat minder campers dan vorig jaar, maar nog altijd veel. En "oude bekenden" hier: Nederlanders en Frank en Ria, de wandelvrienden van Wobbie. Zowel de camperplek als het dorp zelf zijn ten opzichte van vorig jaar niet veranderd. Nog altijd komt er 's avonds iemand langs om tien dirhams (negentig eurocent) te vangen als staangeld, de bakker komt 's ochtends en er rijdt af en toe een tankwagen rond om de campers van water te voorzien. Alleen de hariri soep-mevrouw hebben we nog niet gezien. Verder komen er regelmatig verkopers langs met: kleden, ruitenwissers, argaanolie, honing, zonnepanelen, crepes (pannekoeken), cocosmakronen en wat niet al. En op zondag helaas ook kinderen die bedelen om snoep; geen school vandaag, vandaar. Onderweg hebben we een Marokkaanse gasfles gekocht en die sluiten we aan. Na een paar uur stinken we de camper uit. De smerige lucht komt vooral achter de koelkast vandaan. Na overleg met een aantal deskundigen hier, is er maar één oplossing zinvol. De koelkast schoonmaken aan de achterkant. En laten wij nou net weer een systeem hebben dat het hele ding uitgebouwd moet worden. Dat doen we op maandagmorgen. Het weer is er naar: half bewolkt, maar een harde koude wind. We zijn even bezig, maar met wat assistentie van deskundige buren, wordt de klus geklaard. Morgen het Marokkaanse gas maar eens weer aansluiten en hopen dat het euvel verholpen is.

    

Dinsdag 16 t/m donderdag 18 februari

Na een steenkoude nacht, min één, begint de dag prachtig. De temperatuur loopt snel op tot dik boven de twintig graden. Wobbie begint de dag met een wandeling met de Belgische wandelvrienden Frank en Ria. Hier in de buurt op een hoge rotspunt steekt een rotsblok uit die op een duikplank lijkt. Dat was het doel cq de uitdaging vandaag, en dat hebben ze bereikt. Een tocht van een dikke drie uur; een hele prestatie. Na het eten komen Jan en Pieta het terrein oprijden. Ook zij kennen weer andere Nederlanders hier. Het begint wat weg te krijgen van een reunie. Daarna is het tijd voor een viertal dames om naar het dorp te gaan. Zij moeten om drie uur in de hammam zijn. De dames zijn dik twee uur onder de pannen en komen als nieuw weer te voorschijn. De behandeling was een beetje Spartaans, maar dan heb je ook wat. En de lol was er niet minder om. Ondertussen zijn er weer bekenden binnen gekomen; Co en Lia (de Keizer) en Nanda en Hannie. Het wordt hier steeds gezelliger! Oh ja, de lokale gasfles hebben we vanochtend ook weer aangesloten. We ruiken voorlopig nog niets en alles doet het. Maar één zwaluw....... De woensdag is hier marktdag en dan is het in het dorp een drukte van belang. Bewoners, toeristen en kopers uit andere dorpen: het is af en toe schuifelen. We kopen er twee tassen groente en fruit en komen bij op een terrasje onder het genot van verse jus. Ook in de middag gaan we nog even het dorp in. Bij een smid halen we de bestelde grondpennen voor een windscherm op. Volgens een tekening van ons in elkaar gelast. In de avond komt "buurvrouw" Lia de Keizer even op bezoek. We hebben een wireless router, waarmee je met drie apparaten tegelijk kunt internetten. Maar we krijgen het ding niet aan de praat. Lia probeert samen met Wim het probleem op te lossen. Helaas lukt dat niet direct. Maar als Lia net terug is naar haar eigen camper, begint het ding opeens te werken. We hadden Lia eerder moeten vragen. Op donderdag gaat Wobbie eerst weer aan de wandel met de Belgisch-Franse-Nederlandse wandelgroep. En na de koffie gaan we het dorp in met een gescheurde korte broek. Die leveren we in bij een kleermaker. Een aardige man, trots op zijn (oude) naaimachine. Als Wobbie vertelt dat zij thuis ook een naaimachine heeft, maar niet in de camper, moet de man hard lachen. De broek halen we morgen weer op: kosten één euro. Daarna gaan we eten: tajine-kefta (gehaktballen) met Marokkaanse salade. Een beetje droog, dus de volgende keer maar weer tajine-kip. Terug bij de camper schuiven er wolken voor de zon en gaat er een koude wind waaien. We draaien de camper en zetten een windscherm op. Jan en Pieta komen nog even op de borrel: gezellig, maar na een uur wordt het wel erg koud en vluchten we onze campers in. 

  

Vrijdag 19 t/m zondag 21 februari

De vrijdag is qua weer de slechtste dag tot nu toe in Marokko. Zwaar bewolkt en af en toe vlagen motregen: en koud! In de middag gaan we met Jan en Pieta aan de wandel en we komen terecht in een erg oud Berberhuis, nu ingericht als museum. Vijf jaar geleden zijn we er ook al eens geweest. En ook nu een rondleiding door dezelfde man als destijds. Het hele gebouw is opgetrokken uit leem en stro en na elke forse regenbui moeten de muren en vooral het dak gerestaureerd worden, anders stort de boel in. Na het bezoek nog even het dorp in voor uiteraard koffie en een kritische blik op de vele schoenenwinkeltjes. We hebben een bestelling meegekregen uit Nederland voor een aantal "babouches" (Marokkaanse sloffen). 's Avonds gaan de kachel en de boiler aan. We zijn weer toe aan een douchebeurt. Op zaterdag gaan we vroeg met de camper naar de garage van Mohamed Farih. We hebben afgesproken om de voorbumper te laten spuiten. We zijn netjes op tijd en de man van de garage gelukkig ook. Maar het is druk: er zijn zo'n tien wachtenden voor ons. Dat wordt dus niks vandaag en morgen ook niet. De zondag is de uitslaapdag. Het wordt maandag: inchallah (zoiets als Allah het goed vindt). We maken maar een tocht met de camper, vijftig kilometer door een prachtig landschap. Dezelfde tocht hebben we vorig op de fiets gemaakt en we verbazen ons erover dat we dat toen volbracht hebben. Tussen de middag gaan we met Jan en Pieta uit eten bij Restaurant Marrakech, één van de betere eetgelegenheden in Tafraout. Heerlijke tajines daar. Daarna gaan we op schoenenjacht: we hebben beiden lijstjes met maten van familie en vrienden die bestellingen geplaatst hebben. Alleen blijkt het vinden van de juiste en mooiste modellen nog een hele klus. Uiteindelijk komen we beiden met een tas vol "babouches" terug. De zondag is weer een koude dag. We lopen naar het dorp om te bellen, maar de telefooncel doet het niet. Wim probeert met buurman Cees de electrische fiets van Wobbie weer tot leven te brengen, en dat lukt ook al niet. Dan maar aan de borrel, met z'n zessen in een camper. Buiten waait er een harde wind en het regent zelfs: binnen is het uiteraard erg gezellig.

  

Maandag 22 t/m woensdag 24 februari

We zijn vroeg op vanochtend: we moeten naar de garage. Daar is het nog rustig en er wordt meteen een monteur aan het werk gezet. De bumper wordt schoongemaakt, ontvet en afgeplakt met Arabies krantenpapier en twee keer gespoten. Maar goed dat we op tijd waren, na ons komen er nog een twaalftal campers bij en voor hen is het wachten tot er een monteur beschikbaar is. Tijdens het drogen gaan wij het dorp maar in en eten er wat. Tegen half drie staan wij weer op "onze" plek in het keteldal. Wat de bumper betreft zijn we helemaal tevreden. Dan komt net de waterwagen voorbij en we laten de boel aanvullen voor twee euro: kunnen we weer douchen. Daarna uit de wind en in de zon bijkomen van alle belevenissen. Op dinsdagmorgen gaat Wobbie weer wandelen. Dit keer iets te ver, te hoog en te gewaagd. Onderweg, ergens op een bergwand, glijdt ze uit en valt op haar neus. Terug bij de camper is de neus rood en blauw en dat zal wel een paar dagen zo blijven. Er mag geen foto van gemaakt worden. De rest van de dag tutten we wat bij de camper, het is weer erg heet vandaag. Aan het einde van de middag gaan we nog een keer op schoenenjacht voor de laatste bestellingen. Op woensdagmorgen komt er bijna uit het niets een kapper langs: zeg maar een camper-kapper. Daar maakt Wobbie natuurlijk dankbaar gebruik van. Een kam, schaar en mes heeft hij zelf, wij moeten voor water zorgen. En dat onder toezicht van een erg kritische Duitse buurvrouw die ook geknipt wil worden, maar zeker wil weten dat het goed komt. We hebben medelijden met de kapper. Maar het komt goed: Wobbie tevreden, de kapper ook. En de kapper wordt meegenomen door de buurvrouw om ook bij haar zijn kunsten te vertonen. Vervolgens weer het dorp in om een zak wasgoed naar de wasserette te brengen. Rommelen weer wat bij de schoenenzaakjes en kopen een boel fruit op de markt. De middag wordt verder in gepaste rust doorgebracht, met als afsluiting een borrel met Jan en Pieta.

  

Donderdag 25 t/m zondag 28 februari

Weinig nieuws vanuit Tafaout. Wandelen in de bergen (Wobbie), wat boodschappen doen, koffie of verse jus drinken en veel in de zon zitten. Dat is het wel zo ongeveer. Maar op vrijdagavond begint het plotseling enorm hard te waaien. De satellietschotels staan te zwaaien op de camperdaken; tv kijken is er even niet bij. En ook op zaterdag en zondag waait het erg hard. De hele dag veel zon maar erg fris. Op zondagochtend doet Wobbie mee aan de fitnesles. Onder leiding van een Duits stel, midden tussen de campers, elke dag een half uur. En voor in de middag gaan we met een internationaal gezelschap van veertien man uit eten bij Restaurant Marrakech. En dat was weer erg gezellig en lekker. En voor de mensen die zich zorgen maken over de neus van Wobbie: dat gaat goed. De kleur is nu hoofzakelijk bruin (gelukkig).

  

Maandag 29 februari t/m donderdag 3 maart

We staan nog altijd in Tafraout, nu al bijna drie weken. Nog niet eerder hebben we zo lang op één plek gestaan. En het bevalt nog steeds prima. Wandelen en gymen (Wobbie), regelmatig het dorp in en op donderdag eten met Cees, Dinie, Jan en Pieta. We hebben allemaal iets klaar gemaakt en eten er goed van: daar doen we dik drie uur over. Alleen de "echte " drank is een groot probleem. De voorraden slinken aardig of zijn inmiddels uitgeput. Drank is hier eigenlijk niet te krijgen: en daar waar dat min of meer stiekum wel kan, betaal je een vermogen. En dan smaakt het opeens een stuk minder. We leven dus erg gezond hier: veel verse groenten, sapjes en water. Bij de Belgische vrienden Frank en Ria is het gas op. Dus moet er een eigen fles gevuld worden met Marokkaans gas. De donorfles gaat op de kop in een boom, de eigen fles staat er onder. Ze worden verbonden met een slang met daartussen een benzinefiltertje. Die vangt de eventuele troep op uit de Marokkaanse fles. Dat willen wij natuurlijk ook en het blijkt nog een hele uitdaging om de juiste onderdelen bij elkaar te krijgen. Ondertussen wordt het dorp in gereedheid gebracht voor het jaarlijkse Amandelfeest, dit weekend. Er is een enorm muziekpodium gebouwd, er staan tenten met kramen met streekprodukten en het dorp hangt vol vlaggen. We zien zelfs hier en daar mannen met bezems de goten schoonvegen. Op donderdagavond gaan we er even kijken en we worden gelijk in de kraag geval door een cameraploeg voor een intervieuw. Wat we van Tafraou en het feest vinden. Wij vinden Tafraout natuurlijk de mooiste plek in Marokko.

  

Vrijdag 4 t/m zondag 6 maart

Het feest is inmiddels in volle gang in Tafraout. Het is dan ook razend druk in het dorp. Vooral in de middag en avond opvallend veel dames. Het ziet er dan zwart van de vrouwen (letterlijk en figuurlijk). Het centrum van het gebeuren is een groot plein bij een school. Een tentencomplex ingericht als beursterrein en een groot muziekpodium. Daar omheen allerlei tafeltjes en kleedjes met allerhande koop-  en etenswaren. Een soort Veluwse braderie, maar dan op z'n Marokkaans. Op zaterdag komen Thea en Emile het Keteldal binnenrijden. Zij zijn in veertien dagen tijd van Noordwijk naar Tafraout gereden. 's Avonds met zijn vieren wezen eten, natuurlijk in Restaurant Marrakech, en uitgebreid bij zitten kletsen. En op zondagochtend afscheid genomen van Pieta en Jan, zij gaan langszaam aan weer naar het noorden. Tot laat in de avond klinkt er nog muziek uit het dorp en dan om een uur of  één is het plotseling doodstil. Tafraout moet weer een jaar wachten op het volgende "Amandelfeest".

  

Maandag 7 t/m woensdag 9 februari

We zijn ons aan het voorbereiden op het vertrek uit Tafraout. Woensdag willen we verder. We laten nog wat kleding wassen, doen de laatste boodschappen en gaan nog een keer uit eten met Thea en Emile. En op dinsdagmorgen is plotseling ons Marokkaanse gas op. Die fles dus omgeruild in het dorp: voor vier euro heb je weer een volle fles. Die hangt Wim in een palmboom, een dik uur in de brandende zon. Daarna onze eigen gasfles eronder (die moet koud zijn) en beiden verbinden met de slang met het filtertje ertussen. Na een uur is onze gasfles voor tachtig procent volgelopen en dat vinden we mooi genoeg. Voorlopig hebben we weer gas genoeg. Dinsdagavond slaan we de laatste harirasoep in en op dinsdagochtend maken we een afscheidsrondje. Daarna gaan we op pad, honderdnegentig kilometer verder landinwaarts, naar de plaats Tata. We laten de TomTom de route kiezen. En of de wegen op de kaart nu rood, geel of wit zijn aangegeven, maakt helemaal niets uit hier. Op alle kleuren kom je evenveel slechte als hele goede stukken tegen, qua wegdek. Het landschap is prachtig en erg afwisselend. Veel heuvels cq rotsachtige bergen, soms kaal, dan weer vol amandelbomen en enorm grillig. En dan plotseling een lange kloof met bossen palmbomen. En het is een uitgestorven gebied, en dat is wel handig bij rijden door enkele dorpjes met smalle wegetjes. In Tata staan we nu op camping Hayat, niet ver van het centrum. Met stroom, douches en een uitstekende internetverbinding.

  

Donderdag 10 maart

We staan dus in de plaats Tata, op Camping Hayad. Zo ongeveer tegenover het dorp aan de oever van de gelijknamige rivier de Tata. We hebben een plek aangewezen gekregen door de nog jonge beheerder, vlak voor de andere Nederlandse camper hier: hij denkt kennelijk ons daar een plezier mee te doen. Deze buren komen al jaren in Marokko en staan hier al weken. Vroeger, ook op campings, kwam je deze mensen ook wel eens tegen. Een vaste plek met uitzicht op alles en alles (beter) weten. Elke "nieuweling" was de klos. En dat zijn wij dus nu ook. We worden ongevraagd voorzien van boeken, informatie en meningen over van alles en nog wat. Als er dan ook nog allerlei onzinverhalen over Tafraout te berde worden gebracht, vluchten we snel naar het dorp. De twee campings daar zijn matig bezet; een groot verschil met vorig jaar. Toen waren ze overvol. Op de tweede camping komen we Thole en Everdien tegen. Bekend van het Camperforum en bovendien hebben we elkaar al vaker ontmoet in Marokko. We hebben even gezellig bijgekletst. Het dorp zelf vinden we wat tegenvallen. Een beetje leuk restaurantje hebben we nog niet kunnen vinden. 

     

Vrijdag 11 en zaterdag 12 maart

Aan het einde van de donderdagmiddag begint het enorm te waaien. Tot diep in de nacht gaat dat door. Als we opstaan is de zon niet te zien: de hele lucht is bruin van het stof, de bergen om ons heen zijn niet meer te zien. We besluiten om te vertrekken uit Tata. We pakken geruisloos in om de buurman niet te storen, zeggen ze snel even goedendag en zijn weg. We besluiten weer richting de kust te trekken. Na honderdrieenveertig kilometer over een goede weg door een verlaten gebied stoppen we in het dorp Icht. De bergen onderweg zijn nu bruin en kaal. Een enorm verschil met vorig jaar: toen waren ze paars van de bloeiende bloemen. Of we zijn te laat of het ligt aan de enorme droogte dit jaar. We belanden, net als vorig jaar, op de prachtige camping cq "bungalowcomplex" met de naam Borj Biramane. Tien jaar geleden gebouwd door Fransen. En ondanks dat er maar vijf campers staan, mogen we er maar één nacht blijven. Dit weekend verwacht men tweehonderdvijftig man met 4x4 voertuigen, bezig met een ralley door de woestijn. En allemaal mee-eten: de voorbereidingen zijn in volle gang. Onze stoelen staan nog maar net buiten of een medewerker vraagt of we een rondleiding willen in het dorp. Dat kost vijf euro, voor ons samen, en dat willen we wel. De gids spreekt een paar woorden Nederlands, een zus van hem zou in Rotterdam wonen. Hij is aan het sparen om haar te bezoeken. In het dorp beginnen we in een huis, waar drie dames zitten te haken. We krijgen uitgelegd dat de vuilnis hier, en dan met name de plastic zakjes, worden hergebruikt. Ze worden gewassen en in smalle stroken geknipt. En daar worden dan tasjes, beursjes, sleutelhangers en wat niet al van gehaakt. En verkocht natuurlijk, daarom zijn we naar binnen geloodsd. Na het kopen van een beursje gaan we verder, naar het oude dorp. Een enorm complex, opgetrokken uit leem en stro. Drie á vier etages hoog, met een wirwar van lage donkere gangen, enge trapjes en kleine kamertjes. En ergens daartussen een heuse moskee. Er zouden nu nog drie gezinnen wonen, de rest is verhuisd naar elders in het dorp. Het hele complex is enorm vervallen. Na elke bui regen stort er weer een deel in: restauratie is onbegonnen werk. En daar is zo wie zo geen geld voor. We maken nog een wandeling door de tuinen van het dorp. Kleine beschutte veldjes, met aardappelen, wortelen en veevoer. Erg groen vanwege een slim watersysteem via betonnen slootjes. Tot slot moeten we aan de thee. Via een gasbrander uit het jaar nul wordt er water gekookt in een theepotje. Half gevuld met theeblaadjes (uit China). En als je er niet op tijd bij bent krijg je en half glas suiker aangevuld met thee. We waren voorbereid, dus uiteindelijk viel het allemaal wel mee. Op zaterdagochtend dus verder richting de kust. Eerst naar de grote plaats Guelmim, boodschappen doen bij de Supermarkt Marjane. Heerlijk om na vijf weken weer eens alles wat we nodig hebben tegelijk te kunnen inslaan. Daarna proberen we een camping te vinden die we nog niet kennen. Als we er bijna denken te zijn, geeft de TomTom plotseling aan dat we nog achtentwintig kilometer te gaan hebben en worden we een grindpad in gestuurd. En daar hebben we geen trek in. We besluiten om naar camping "De La Vallee" in het dorp Abaynou te gaan. Daar zijn we al vaker geweest. En ondanks de andere vijftien Franse campers die er zijn, is er nog plaats genoeg. 

    

Zondag 13 en maandag 14 maart

De zondag is een rustdag hier en daar passen wij ons moeiteloos bij aan. We maken 's ochtends een wandeling door het dorp. Niet veel bijzonders overigens. Maar wel twee badhuizen: één voor vrouwen en de ander voor mannen (op een terrein waar ook campers kunnen staan). Uit beide badhuizen klinkt veel lawaai: er wordt druk gebadderd. En we komen een grote groep vrouwen tegen. Mooi gekleed met sluiers in alle kleuren van de regenboog. Ook die verdwijnen in het badhuis. Er zijn drie restaurantjes in Abaynou. Bij één ervan drinken we koffie. Dat wil zeggen we krijgen een glas warme melk en een glas warm water plus twee zakje Nescafé: één euro voor de beide doe het zelf glaasjes. Op de terugweg naar de camping zien we overal groepjes mensen onder bomen, in de schaduw, aan het picknicken. De middag brengen we bij de camper door. Het is erg warm, dus we lezen en puzzelen wat. En we proberen een paar leuke foto's te maken van de vele vogels hier. Waarbij we regelmatig nieuwschierig bekeken worden door mensen die de picknick even onderbreken voor een rondje camping. Op maandagmorgen gaan we echt naar de kust, naar de plaats Sidi Ifni. Een relatief korte rit door een landschap met heuvels vol met cactussen. In 2014 zijn we ook in Sidi Ifni geweest. In november van dat jaar zijn er na een noodweer twee en een halve camping weggespoeld. Vorig jaar rond deze tijd was het er nog een grote ravage. Nu is Camping Gran Canaria weer open: nog niet geheel in oude luister hersteld, maar alles werkt weer. Inclusief een redelijke Wifi verbinding, mits er niet teveel gasten tegelijk gebruik van maken. Op deze camping en de twee andere hier vlakbij, in het lage gedeelte van de stad, staan alles bij elkaar zo'n vijfenzeventig campers. Eén Italiaan, twee Duitsers en wij als enige Nederlanders: verder enkel Fransen. Het centrum van de stad ligt hoog en is te bereiken via trappen langs de zee of via een steile verkeersweg.

  

Dinsdag 15 t/m donderdag 17 maart

Op dinsdagmorgen wandelen we de stad in. Een relatief grote stad, helaas zonder echt centrum. Er is een kleine, half overdekte markt, maar meer dan de helft van de zaakjes zit dicht of staat leeg. We nemen nog even een kijkje op de vierde camping van Sidi Ifni, Camping Municipal, als enige in de "hoge" stad gelegen. Foeilelijk, oud en vervallen en in een hoek grote bergen grind. Kennelijk heeft men plannen om e.e.a. op te knappen. Niettemin staat de camping bomvol met enkel Franse campers, dicht op elkaar gepakt. Wij houden het voor gezien en gaan terug naar onze eigen camping. Daar vlakbij zien we opeens een uithangbord van Heineken (bier dus) boven een restaurant. Het bier zelf is er niet meer te krijgen. Het bord is kennelijk een herinnering aan de goede oude tijd toen Sidi Ifni nog een Spaanse enclave was: ook voor Marokkanen. De rest van de middag brengen we in gepaste rust door: het is weer erg warm. Twee dagen Sidi Ifni vinden we genoeg. We hebben besloten om niet verder naar het zuiden te trekken. Anders gezegd; de terugreis is aarzelend begonnen. Na tien kilometer gereden te hebben vanuit Sidi Ifni komen we bij een nieuw bungalowpark, Kasbah Lagzira. Hier zijn we ook al vaker geweest. Naast het park loopt een steil pad naar beneden, naar het strand met kleine hotels en restaurantjes. Langs het strand lopend kom je bij twee natuurlijke bogen, uitgesleten in de rotsen en waar je onderdoor kunt lopen. Elke keer weer een leuke wandeling. Daarna rijden we langs de kust verder tot we bij Sidi-Bou-Ifedail (of Sidi Boufedail) komen. Een vissershaventje met een fraaie toegangspoort en vissershuisjes. Daarachter zit het "oude" dorp: inderdaad oud en vervallen. Op een erg groot soort parkeerterrein voor de toegangspoort staan zo'n twaalf Franse campers. Een gedoogplaats zonder voorzieningen. We besluiten hier een nacht te blijven: heel veel ruimte, een riant uitzicht en heel erg rustig. En na een inderdaad erg stille nacht gaan we op donderdag weer verder noordwaarts. Even voor Aglou Plage zien we plotseling een Nederlands camper aan komen en dat begint bijzonder te worden nu. In een flits menen we Everdien en Thole te herkennen en we zwaaien uiteraard. Helaas is de weg er niet naar om te stoppen en elkaar weer te begroeten. We zeiden tegen elkaar: die gaan vast naar de plek waar wij vanacht ook gestaan hebben (en op hun site gelezen dat dat inderdaad zo is). Na honderdtwintig kilometer komen we aan in Sidi Bibi en rijden naar de kust. Het landschap is er uitgesproken saai, kaal en dor. Bij de zee staat weer een bonte verzameling vervallen onderkomens van vissers. Niets wijst er op dat hier wel eens een toerist komt. Drie kilometer terug, landinwaarts, ligt Camping Takat. De camping, van een Frans stel, is prachtig aangelegd, zowel wat de beplanting als de gebouwen betreft.  Alle plaatsen zijn afgezet met bloeiende struiken en planten. Helaas wordt de stroom opgewekt via een agregaat, tussen zeven uur 's ochtends en elf uur 's avonds. 's Nachts dus geen gebrom van dat ding maar wel geblaf van een roedel honden vlak achter de camping. Als we net buiten zitten komt Stoffel de Schildpad even langs. We zijn met onze laatste mandarijnen bezig en die lust Stoffel ook wel. Daarna sukkelt hij voldaan verder.

    

Vrijdag 18 t/m zondag 20 maart

We gaan vandaag weer een stuk het binnenland in, naar de grote plaats Taroudant. Daar vlakbij is een mooie camping (Du Jardin) en aanstaande zondag is er een grote markt en daar willen we nog een keer naar toe. Bovendien zijn Thea en Emile daar ook neergestreken: altijd leuk om elkaar weer tegen te komen. Na de middag gaan we Taroudant in. We denken de stad een beetje te kennen, maar dat valt tegen. Met wat hulp echter komen we waar we heen willen: het grote plein en de twee souks. Het is overal erg rustig, mogelijk omdat het vrijdag is. We komen opvallend veel mannen tegen in witte gewaden: die gaan naar of komen uit de moskee. En veel kinderen: het is een gewone schooldag en veel scholen zitten in het centrum. Gaat er een school uit dan ontstaan er files bij de snoepwinkeltjes. Op zaterdagmorgen zijn we druk met de grote schoonmaak. De garage wordt uitgepakt, geveegd en gesopt en er moet kleding gewassen worden. Ook de binnenkant van de camper proberen we enigszins stofvrij te maken. Het voordeel van deze camping is dat we veel ruimte hebben om alles even buiten te stallen. En het weer werkt mee: het is 's ochtends bewolkt en niet zo warm. 's Middags fietsen we naar de stad. Het is hier vrij vlak dus zonder electrische ondersteuning is het te doen. We pauzeren op het grote plein. Altijd druk en van alles te zien. Zo zien we een mevrouw druk in de weer met slangen. Geen idee wat het voorsteld, maar aan belangstelling geen gebrek. Een kind van een toerist krijgt een slang om de nek gehangen, waarna er een discussie ontstaat met de moeder van het kind over de prijs van deze act. Vermakelijk om te zien. Tot slot van de dag volgt er nog een evaluatie met Thea en Emile; met een borrel natuurlijk. De zondag is marktdag in Taroudant. Met z'n vieren wandelen we erheen. Weer een enorme zandvlakte buiten het centrum van de stad. Het is er razend druk. Bijzonder op deze markt is de grote hoeveelheid levende dieren, en dan met name schapen, geiten en koeien. Er wordt druk gehandeld via een soort handje-klap idee, zoals dat vroeger bij ons ook gebeurde. De verkochte dieren worden in en op allerlei voertuigen geladen. Zo blijken een paar schapen makkelijk in de kofferbak van een auto te passen. Naast de dieren wordt er ook veel veevoer verkocht en dan vooral stro. En ook hier passen er heel veel strobalen op een vrachtwagen. Behalve de gebruikelijke spullen als kleding, schoenen, groente, fruit en huishoudelijke zaken, is er ook een "afdeling" oude spullen. Oud ijzer, oud hout en wat niet al. We kunnen ons niet voorstellen dat daar nog iets bruikbaars tussen zit. Na anderhalf uur vinden we het mooi geweest, zoeken een terras op en gaan aan de verse jus. En een eind verder ontdekken we een aardig eettentje. Een eenvoudige maar voedzame maaltijd kost er twee-euro-vijftig. Weer buiten komen we de baas van de camping tegen en we mogen meerijden. Waar we dankbaar gebruik van maken. Het is onze laatste dag hier in Taroudant. Dat geldt ook voor Thea en Emile. Zij gaan morgen naar de kust, wij naar Agadir.

  

  

Maandag 21 en dinsdag 22 maart

We nemen afscheid van Thea en Emile: zij gaan naar de zee, naar Sidi Wassay. We zullen ze deze reis waarschijnlijk niet meer tegenkomen. En ook onze Nederlandse buren zeggen we gedag; zij zijn net begonnen aan de rondreis. Wij gaan naar Agadir. Eerst naar de supermarkt om de voorraden weer aan te vullen. Onderweg krijgen we na weken weer eens wat regendruppels op de voorruit, niet veel maar toch. Na de boodschappen gaan we op zoek naar een soort gedoogplek voor campers bij een stadion cq sportcomplex. Via via hebben we de coordinaten gekregen en we zijn er snel. Helaas staat bij de inrit een volgens ons gloednieuw bord met "verboden voor campers". We rijden een rondje over het mooie terrein. Ruimte genoeg, echter geen camper te bekennen. We hebben er beiden geen goed gevoel bij en gaan verder. We besluiten om weer naar de camping in Aourir te gaan, daar zijn we begin februari ook geweest. Het is er erg stil. Als we komen staan er maar zes campers; tegen de avond zijn er dat twaalf. We hebben het idee dat het bijna einde van het seizoen is hier. Het waait hard tijdens een wandeling en we zijn net op tijd terug voor een pittige regenbui. We gaan maar wat internetten, althans dat proberen we. Mooi niet dus. De WiFi van de camping doet het niet en ook Maroc Telecom laat het hier afweten. Balen dus, we hebben echt het gevoel dat de terugreis begonnen is. Na een nacht met veel regen zitten we op dinsdagmorgen te dubben wat we zullen doen: nog een dag blijven of verder reizen. Nog steeds geen internet, veel wind en wolken. We pakken de boel in en rijden zeventien kilometer naar het noorden. We gaan naar Camping Terre d'Ocean, voorbij het dorp Taghazout. Prachtig gelegen, hoog boven de zee en met een prachrig uitzicht. We maken een pittige wandeling, waarna de stoelen in de ruststand gaan. Veel vogels hier die gek zijn op broodkruimels; weer een paar leuke foto's gemaakt. En we hebben internet, achter de receptie in een aparte kamer. Vandaar dat we de verslagen weer bijgewerkt hebben. Morgen verder naar het noorden, naar de grote plaats Essaouira.

  

Woensdag 23 en donderdag 24 maart

We zouden vandaag dus eigenlijk naar Essaouira gaan. Maar toen we gisteravond de weersvoorspellingen zagen, bleek dat het daar nog veel meer zou gaan regenen dan op de plek waar we nu zitten. We blijven dus nog een dag hier. In de ochtend valt het weer nog mee. We gaan wandelen. Klimmen een bergwand op in het achterland van de camping. Ook hier mooie uitkijkjes en wonderlijke rotsformaties: we zijn ruim twee urr onderweg. Terug bij de camping begint het te regenen. En dat gaat bijna de hele middag door. Van die miezerregen waar je chagrijnig van wordt. Wat het weer betreft de slechtste dag in Marokko tot nu toe. Als we opstaan op donderdagmorgen ziet de wereld er weer heel anders uit: het is droog en er is heel veel zon! We pakken in en gaan afrekenen, het is de duurste camping die we tot nu toe gehad hebben: twaalf euro per nacht. We gaan nu echt naar Essaouira, zo'n honderdvijftig kilometer naar het noorden. Via een goede weg door een mooi landschap rijden we nog even om via het surfdorp Sidi Kaoki. Op de twee campings daar hebben we al vaker gestaan. Er is niets veranderd. Wel veel kitesurfers nu op de zee vanwege de harde wind. En we komen de drommedarissen ook weer tegen, die daar altijd rondscharrelen. Rond één uur zijn we op de grote camperparkeerplaats in Essaouira. En die staat al behoorlijk vol: bijna allemaal camperaars die, net als wij, op de terugreis zijn naar Europa. In de stad zelf is het gezellig druk, alle winkeltjes zijn open en de terrassen zitten vol. Er lopen hier opvallend veel Europese toeristen rond, hetgeen mogelijk iets met de paasvakantie te maken heeft. Terug bij de camper valt vooral de bewaking op: er lopen mannen in groene uniformen rond. Die hebben we hier op deze plek nog niet eerder gezien. Maar goed ook misschien, want van de "gardien" moeten we het niet hebben. Bij het ophalen van het parkeergeld, dertig dirhams, vraagt hij ongegeneerd om "kado's". Als zijn ronde er op zit heeft hij een goed gevulde plastic tas met drank verzameld. Die slaapt erg vast vanacht.

  

Vrijdag 25 en zaterdag 26 maart

De volgende stop is de camperparkeerplaats in Oualidia. We rijden zo dicht mogelijk langs de kust. Helaas is die weg bar slecht en als chauffeur ben je enkel bezig met het ontwijken van gaten en scherpe wegranden. Voor de grote plaats Safi is het helemaal bar en boos. De laatst tien kilometer daarvoor rijd je door een heel groot industrieterrein met enorme gaten in het wegdek; en een erg vieze lucht. Maar Safi heeft wel een Marjane supermarkt; handig voor onze laatste boodschappen in Marokko. We zijn rond één uur in Oualidia en ook hier is het al druk met campers op de terugreis. En alweer zijn we de enige Nederlanders. Er staat veel wind, maar achter de camper zitten we heerlijk in de zon. Om drie uur komt onze vaste tajine-courier weer langs. Alsof hij op ons heeft zitten wachten. Hij kent ons nog van de voorgaande keren en we worden hartelijk begroet. We gaan weer voor de tajine-kip, welke om half zeven bezorgd zal worden. Wij gaan nog even aan de wandel en ergens aan de koffie cq verse jus. Terug bij de camper kunnen we aan tafel, de tajine-courier is keurig op tijd en we eten er goed van. Als dan 's avonds ook nog blijkt dat we hier nu een prima gratis WiFi verbinding hebben kan onze dag niet meer stuk. Op zaterdag maken we een lange rit naar het noorden. We zijn vroeg op, naast ons staat de leiding van een Duits-Zwitserse campergroep. En om zeven uur wordt daar een doos brood bezorgd voor de deelnemers. Met het nodige kabaal. En om acht uur staat de tajine-courier bij de camper. Wij denken om onze lege tajine op te halen, maar hij heeft eerst iets anders te doen. De groep heeft tulbandcakes besteld en die moeten uitgedeeld en afgerekend worden. Gelukkig blijft er nog één over en die pikken wij in. Daarna is het rijden geblazen, vierhonderd kilometer, voor het grootste deel over de tolweg. Het kost wat, naar het rijdt ontspannen en het schiet op. Rond half vier zijn we in Moulay Bousselham, waar we op de heenreis ook geweest zijn. Het is onze laatste stop in Marokko. We zijn nog honderd kilometer verwijderd van de haven in Tanger-Med: maandag gaan we terug naar Spanje, "inchallah". Ook hier in Marokko is in de nacht van zaterdag op zondag de klok een uur vooruit gezet. Het duurt even voordat op zondagmorgen de camping op gang komt. Het wordt een stralende dag, echt Paasweer vinden wij; hoewel het begrip Pasen volgens ons geen Marokkaan iets zegt. Het wordt een beetje een rommeldag, we gaan aan de schoonmaak. Dit keer is de cabine aan de beurt en de keukenkastjes worden heringedeeld. Rond het middaguur is het mooi geweest en de stoelen gaan in de ruststand. Aan het einde van de middag lopen we nog een rondje door de stad, pinnen de laatste dirhams en drinken nog wat op een terras. Morgen de boot op, altijd weer spannend. 

  

Maandag 28 en dinsdag 29 maart

De dag van de overtocht naar Europa. Om half negen rijden we weg uit Moulay Bousselham en om half elf zijn we op het haventerrein van Tanger Med. Daar gaat het als volgt: tickets ophalen bij de bootmaatschappij, langs de politie voor het inleveren van de twee gele "vertrekbriefjes", langs de douane voor het inleveren van het auto-invoer-briefje en tot slot door de scanner. Zo'n acht voertuigen op een rij waar dan een vrachtauto met scanapparatuur langs rijdt. Om elf uur staan we op de boot, die dan zou moeten vertrekken. Dat wordt dus half een; de boot is zo goed als vol met vooral vrachtwagens en campers. In de zon en uit de wind kunnen we de één uur durende reis buiten op een dek zitten. Om half twee Marokkaanse tijd zijn we in de haven van Algeciras; hier is het dan inmiddels half drie. We rijden naar de parkeerplaats in Palmones, in de buurt van het boekingskantoor van Gutierrez en de vier grote supermarkten. Het staat er vol met campers op de parking achter de Mercadonna en voor de Factory (de parking bij Gutierrez is nu verboden voor campers). Er staat één Nederlandse camper, die van Jan en Pieta, en die van ons zetten we er naast. Het weerzien is als van ouds, erg gezellig. We doen boodschappen, de dames gaan naar de kapper en we gaan met z'n allen shoppen in een paar Chinese winkels. We scoren een "music mini speaker" en gaan daarna aan de borrel. Tot slot gaan we met z'n vieren eten: vijf euro voor een menu, exclusief drank. Geweldige tent, leuk personeel en heerlijk gegeten. Op maandagochtend doen we de laatste boodschappen in Palmones. We nemen opnieuw afscheid van Jan en Pieta; zij gaan naar het noorden, wij naar het oosten. Van Algeciras langs de kust van de Costa del Sol. En daar is het druk en vol, zowel wat het verkeer betreft als de bebouwing. Eén lang lint van hotels, appartementencomplexen, winkelcentra en horecagelegenheden. Zonder veel hoogbouw overigens, waardoor het er vriendelijk uitziet. We stoppen in de plaats La Cala De Mijas, ergens tussen Marbella en Torremolinos. Daar is een aardige gedoogplek even buiten de stad. Voor ons een groot marktterrein en achter ons een drukke golfbaan. Een gratis plek, hoewel je ingeschreven moet worden door de politie die in het gemeentehuis zit. Ze moeten alles weten en overal worden kopietjes van gemaakt: paspoort, autopapieren en de groene kaart. Zelfs willen ze een telefoonnummer. In ruil voor dit alles krijgen we een briefje wat achter de voorruit geplakt moet worden. We mogen twee dagen blijven. La Cala De Mijes is een leuke, gezellige plaats met nu erg veel Engelse Paasvakantiegangers. Pal aan zee en omdat het erg warm is hier gaan we in de middag naar het strand. Daar zijn we in Marokko helemaal niet aan toe gekomen.

  

Woensdag 30 en donderdag 31 maart

Dag twee in La Cala De Mijas: het is marktdag en nog wel pal voor onze neus. Die komt overigens laat op gang. We maken eerst nog een wandeling door het achterland van de camperplaats. Daarna naar de markt. Het gaat dan vooral om kleding, schoenen, horloges en sierraden. De markt wordt vooral bezocht door toeristen. De duur van de markt is kort maar krachtig, even na de middag is het terrein al weer opgeruimd. In de middag gaat Wim naar het internetcafe in de buurt. De site moet bijgewerkt worden. Drie kwartier internetten kost er twee euro veertig. Eén maand internetten in Marokko kostte negen euro.... Tot slot wandelen we nog een keer het centrum door. Weinig winkels, des te meer horeca met bijna enkel Engelse gasten. Op donderdag gaan we weer verder langs de kust. Langs de giga plaatsen Torremolinos en Malaga. Voorbij Malaga verandert het landschap vrij snel. Steeds minder verkeer en aardige bebouwing. Die bebouwing maakt plaats voor enorme aantallen plastic kassen. Grouw en smerig. Dat levert kennelijk het nodige op; op elk min of meer recht stuk grond staat een kas. het ziet er niet uit ( vinden wij). We hebben een lijstje met camperplaatsen tussen Malaga en Almeria. We zoeken er twee op. Beiden zijn voorzien van borden met "verboden voor campers". Er is nergens een camper te bekennen. Uiteindelijk komen we terecht in Almerimar, in de buurt van Almeria. Een erg grote camperplek even buiten de plaats, waar nu zes campers staan voor € 8,50 per nacht (excl. stroom). In de haven van Almerimar kun je ook staan voor ongeveer dezelfde prijs. Daar zouden douches zijn, wij kiezen voor de WiFi hier. Vandaag weer een zonovergoten dag, alleen waait het enorm. En in Almerimar stormt het. Op de wandeling naar het dorp hebben we de wind in de rug en we zijn er zo. De weg terug verloopt minder soepel en duurt wel drie keer zo lang.

  

Vrijdag 1 t/m 3 april

Vandaag een kort ritje van zesentwintig kilometer. Van Almerimar naar Roquetas de Mar, ook een badplaats. Er zou een gedoogplaats zijn aan de boulevard. En dat klopt: aan het einde van de boulevard en de plaats staan op drie plaatsen campers geparkeerd. We kiezen een plek dicht bij het strand, waar nog zes andere campers staan. We beginnen met een wandeling naar het centrum. Over de boulevard van een kilometer of vier. En we zijn niet de enigen. We komen een heleboel bejaarde Spanjaarden tegen. Allemaal in het zondagse pak en met bussen aangevoerd. Een dagje uit dus. We vallen een beetje uit de toon vanwege onze korte broeken. Na de middag gaan we naar het strand: uit de wind, in de zon. Tot slot lopen we nog een keer het natuurgebied in even buiten de plaats. Met in de verte de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada. En aan de voet van de bergkammen het plastic van de kassen. Op zaterdag rijden we het natuurgebied van Cabo de Gata in. Een natuurgebied omdat het vooral een ruig gebied is, zowel qua weer als het landschap. We rijden er rond en stoppen op het meest markante punt: Punta Negra. Een rotspunt hoog boven de zee. Veel dagjesmensen die, net als wij, van het uitzicht genieten. Uiteindelijk komen we terecht in San Jose. Eén van de weinige badplaatsen in deze streek. We staan op een kale vlakte midden in het centrum, samen met nog twintig andere campers. Keurig in het gelid. Campinggedrag, en dan met name spullen buiten zetten mag niet. Het is enkel een parkeerplaats, anders is het concurrentie ten opzichte van de camping in de buurt. Waar je overigens gratis kunt lozen en water kost er één euro voor dertig liter. We wandelen in en rond het dorp en komen bij op het strand. Al met al niet ongezellig in San Jose, ook al omdat het heerlijk weer is. Op zondag weer verder naar het noorden. We proberen zo dicht mogelijk langs de zee te rijden. Een leuke route, aardige plaatsjes en behoorlijk druk. Het is zondag en dan gaan de Spanjaarden ook zelf op pad. Bij één van de dorpen onderweg met de mooie naam Villaricos is het een drukte van belang. We zijn nieuwschierig en parkeren de camper tussen vijftien anderen aan het strand; ook een soort gedoogplek. In het dorp is een grote markt, met de gebruikelijke spullen die je hier op elke markt ziet. Wij gaan voor pinda's, appels, aardbeien en wat groente. En we pauzeren tot slot op een terras. Terug bij de camper besluiten we nog wat verder te rijden. Uiteindelijk stoppen we voor de plaats San Juan de Terreros. Een soort parking aan het strand maar dan vol met struiken waartussen een tiental campers staan. We zoeken een mooi plekje waar bijna niemand ons ziet en zitten nog even heerlijk in de zon. Nu kan het nog, want de weersvoorspellingen voor de komende dagen zien er niet goed uit.

  

Maandag 4 en dinsdag 5 april

We gaan vandaag op visite bij Marinus en Catrien, die we kennen van eerdere camperreizen. Zij staan op een camping in Puerta de Mazerron (Las Torres) en hebben daar een vaste plaats gevonden. Veel bijkletsen uiteraard onder het genot van koffie en een warme maaltijd tussen de middag. En tussendoor even de site bijwerken: Marinus heeft een uitstekende prive-internetverbinding. Aan het einde van de middag gaan we met z'n allen naar een kroeg in de buurt. Daar vinden de repetities plaats van een Nederlands Shanty-koor, waar Marinus ook in zit. Het is één van de laatste repetities want het seizoen van overwinteraars loopt ten einde. Van de meer dan twintig deelnemers zijn er nog tien over. Maar met twee gastzangers, waaronder Wim, wordt er nog een aardig volume  aan geluid voortgebracht. En volgens het vrouwelijke publiek klinkt het nog heel aardig ook. De repetitie duurt van vijf tot zeven uur. Met een pauze er tussen e een evaluatie na afloop. Vooral bedoeld om de kelen weer te smeren. Ondertussen is het serieus gaan regenen en dat gaat door tot diep in de nacht. De avond brengen we door in de caravan van Marinus en Catrien. Weer veel kletsen onder het genot van een hapje en een drankje. Uiteindelijk zoeken we onze eigen camper weer op. Die staat op de parkeerplaats van de camping. We hebben er heerlijk geslapen. Op dinsdagmorgen, na de koffie bij Marinus en Catrien, nemen we afscheid en trekken verder. Het miezert nog steeds en we stoppen dertig kilometer verder in de grote plaats Cartagena. Omdat het nog steeds regent duiken we een groot warenhuis in van El Corte Ingles. Een soort Spaanse Bijenkorf waar werkelijk van alles te koop is. Als we er uitgekeken zijn is het buiten droog geworden en we besluiten een overnachtingsplek te zoeken. Die vinden we in de badplaats Los Alcazares op een vrij nieuw camperpark. Elf euro, zonder stroom, maar met verder alles wat er bij hoort.

  

Woensdag 6 en donderdag 7 april

Na heel veel regen de afgelopen nacht is het bij het vertrek vanochtend gelukkig droog. Wel zwaar bewolkt en onderweg steeds meer wind. We proberen weer zo dicht mogelijk langs de kust te rijden, maar met een boog om Allicante en Benidorm. We verbazen ons over het aantal winkelcentra die we onderweg tegen komen. Oude, bijna leeg, en nieuwe vol Mercadonna's, Carrefours, Lidl's en Aldi's. We stoppen in het dorp Tavernes de la Valldigna Playa. Hier schijnt eindelijk de zon en er staat weinig wind. We staan weer op een camperpark met de naam La Finca. Vrij nieuw en groot en van alle gemakken voorzien. Het valt ons op dat er langs de hele kust steeds meer van dit soort parken verschijnen. hetgeen ten koste gaat van de "vrije" plekken. De prijzen liggen tussen de acht en tien euro, de stroom kost bijna overal drie euro. En dat vinden wij aan de hoge kant. Het park staat overigens helemaal vol en ligt pal aan zee. Helaas is het een foeilelijk dorp met veel hoogbouw met het nodige achterstallige onderhoud. En nu uitgestorven. Hier en daar wordt geklust, maar verder is er geen mens te bekennen en vrijwel alles is gesloten. De enige bezienswaardigheid is een oude toren aan de rand van het dorp. Niet meer te beklimmen helaas: maakt ook al geen vrolijke indruk. De donderdag is weer een rustdag. Wat wandelen en in de zon zitten. We passen ons moeiteloos aan aan het ritme van de medecamperaars. Ook hier zijn er veel die lang blijven staan. Niets voor ons, daarvoor vinden wij de omgeving veel te saai. 

  

Vrijdag 8 t/m zondag 10 april

Het regent hard bij het opstaan. En dat is lastig want we moeten nog het één en ander doen voor we verder kunnen. Rond half tien kunnen we eindelijk weg. Vandaag hondervijftig kilometer naar het noorden, via de snelste route. En ruim om Valencia heen. We stoppen bij de grote plaats Castello. De haven van die plaats heet El Grao de Castello en heeft een gloednieuwe camperplaats, zelfs met water. Gratis en aan het begin van van een soort boulevard met daarlangs een mooi aangelegd park. De plekken zijn wat aan de krappe kant en het waait hier hard: je kunt ook niet alles hebben. Maar in elk geval schijnt de zon hier en dat vinden we al heel wat. Op zaterdag gaan we weer verder, richting Barcelona. Langs de tolvrije kustweg: eerst rustig, maar naar mate de dag vordert steeds drukker. Voor Barcelona gaan we een stuk het binnenland in en komen terecht in een wijnstreek. Zelfs de camperplek ligt op het terrein van een wijnboer. Het dorp waar we staan heet Avinyonet de Penedes. Het dorp zelf stelt niet veel voor maar er zijn een aantal aardige wandelroutes in de buurt. Eén ervan komt uit bij een opgraving uit de oudheid. Een ruine noemt de Engelse mevrouw het die ons de weg wijst. Meestal duidt dat op veel stenen die hopeloos in de war liggen. Maar zelfs die stenen zijn hier niet meer te vinden. Vanuit de camperplek, gratis, hebben we overigens een prachtig uitzicht op de omgeving. In de verte zien we zelfs de beroemde bergketen Sierra de Montserrat liggen. Met de zon er op prachtig. Op zondagmorgen zijn we vroeg op. We willen naar de Costa Brava en misschien wel naar Frankrijk. We rijden een prachtige route door het binnenland , onder andere langs de plaats Vic. En hoewel het behoorlijk waait is het opnieuw een zonnige dag. Als we weer in de buurt van de kust komen besluiten we naar Platje de Aro te gaan. Daar zijn we al eerder geweest. De officiele camperplaats is weer afgesloten, maar een lange straat vlakbij staat weer vol met campers. We sluiten netjes aan op een nog lege plek en gaan boodschappen doen. Vrijwel alle winkels zijn open en het is er gezellig druk. Terug bij de camper zijn er een aantal campers om ons heen verdwenen. En we hebben een bon achter een ruitenwisser zitten. Blijkt dat daar waar wij staan, dat niet mag. Honderd meter verder wel weer, maar daar staat alles vol. Geen idee wat we met die bon moeten: voor ons niet te lezen wat de bedoeling is. We hebben ineens genoeg van Spanje en rijden verder naar Frankrijk. Tegen zessen zijn we in Leucate-Plage, ook al een bekende plek voor ons. Ook hier veel zon, maar ook een enorm harde wind. Van de twee camperplekken is er één leeg, de ander halfvol. Kost even tien euro tachtig, terwijl de naastgelegen camping twaalf euro kost, inclusief stroom, douches en meer beschutting tegen de wind. De volgende keer wat beter opletten dus. 

  

Maandag 11 t/m woensdag 13 april

We hebben genoeg van de harde wind in Leucate Plage en rijden verder naar het noorden. Via Narbonne, waar we wat boodschappen doen, rijden we door naar St. Pierre le Mer en stoppen op de mooie camperplaats daar. Als we er aankomen is het nog zonnig. Op de camperplek zelf is het nog erg rustig: een enorm verschil met het najaar, wanneer het er razend druk is. En die rust geldt voor de hele omgeving en het dorp zelf. Alles lijkt nog in de winterslaap, saai en uitgestorven. In de loop van de middag verdwijnt de zon en wordt het erg fris. We besluiten dat morgen de echte terugreis gaat beginnen. Op dinsdag gaan we dus kilometers maken. We rijden via de A75 naar het noorden. Via de brug van Millau naar Clermont Ferrand, waar de autobaan ophoudt. Waarna we nog zestig kilometer doorrijden en stoppen op de bekende camperplaats in St. Pourcain. We hebben er dan 423 kilometer opzitten, met wat zon en wat regen af en toe. Op de brug van Millau was het tien graden, in St. Pourcain 16; we hebben de lange broeken weer aan. Op woensdag weer verder. Ook nu geen tolwegen en de route is fraai. Overal gele velden met koolzaad in een heuvelachtig landschap. En af en toe een verstild dorp met erg veel leegstand en vervallen huizen. Om een uur of twee hebben we er genoeg van en stoppen in het dorp Aix-en Othe. Daar hebben we vorig jaar ook op de mooie camperplek gestaan. Mooi aangelegd en op de WiFi na, van alle gemakken voorzien. Zonder stroom kost dat zes euro.

  

Donderdag 14 en vrijdag 15 april

Op naar Nederland. We kiezen weer voor de route door de Ardennen. En het is druk onderweg. Bij de Frans-Belgische grens stoppen we even voor koffie. We waren gewaarschuwd voor controles vanwege de recente aanslagen. Maar we merken er helemaal niets van. En dat geldt ook voor de Belgisch-Nederlandse grens. Voor we het goed en wel in de gaten hadden zaten we al in Maastricht. En daar stoppen we. Er is een gloednieuwe, grote camperplaats. Een "Topplatz", zelfs vermeld in de bekende Duitse gids met (dure) camperplaatsen. Ook deze vinden wij knap aan de prijs: € 15,--, exclusief stroom en water. Van de honderd plaatsen zijn er acht bezet. Het grote voordeel van deze camperplek is de ligging, op loopafstand van het centrum. Ook wij gaan dus Maastricht in. Het is er gezellig druk. En weer of geen weer, de terrassen zitten weer behoorlijk vol. Terug in de camper beginnen we alvast het één en ander uit te zoeken en op te ruimen. Alvast een voorbereiding op het echte werk als we weer thuis zijn. Vrijdagmorgen naar huis dus. Op de A50 komen we in de buurt van de afslag naar Oosterbeek. En omdat we zo dicht bij zijn gaan we maar even langs bij onze dochter en schoonzoon. En natuurlijk naar de kleinkinderen. De jongste, Luca, is thuis en herkent ons gelukkig nog. Als of we helemaal niet weggeweest zijn. De oudste, Tessel, halen we na de middag onaangekondigd van school. De verrassing was groot. Daarna naar Apeldoorn dus. Daar eindigt de reis na 7040 kilometers. Negentig keer hebben we ergens in de camper overnacht: gemiddeld kostte dat € 4,55 per nacht. De meeste indruk maakte uiteraard weer de tijd in Marokko. Weer veel mooie en leuke dingen gezien en meegemaakt. Maar ook een fototoestel kwijtgeraakt, dat gebeurt ook in Marokko. Maar vooral veel leuke mensen ontmoet: bekenden, onbekenden, Marokkanen, Nederlanders, leden van het Camperforum, Belgen, Duitsers en zelfs enkele aardige Fransen. Tot slot willen we alle volgers van deze site bedanken voor de belangstelling, de berichten in het gastenboek of anderszins.