Eerste reis 2015: Marokko

 

Zondag 18 tot en met woensdag 21 januari

Zo, de feestdagen zijn weer achter de rug, de kerstversieringen opgeborgen en de kleinkinderen zijn weer naar school. We zijn uitgegeten en uitgespeeld. De camper is weer ingepakt en staat klaar voor vertrek. Wij om half tien ook, dus we gaan! Zoals we er nu over denken trekken we snel door naar Marokko. Maar eerst de Veluwe over, waar het sneeuwt, en de Ardennen door, waar de zon schijnt. We stoppen in Noord Frankrijk, in de plaats Stenay. En ondanks de zon is het hier knap fris. En fris blijft het ook op maandag: op het laatste stukje na vriest het de hele dag een paar graden. Na wat zoeken vinden we na 432 kilometer een camperplek met stroom in de buurt van Bourges (het gehucht heet Villequiers). De stroom is er handig vooral voor ons electrische kacheltje. Ook de dinsdag en woensdag zijn koude dagen. Op dinsdag overnachten we in de buurt van Bergerac (Lembras). Woensdagmiddag komen we aan in Biarritz. Daar vriest het niet maar komt de regen met bakken de lucht uit. Hebben we dat weer.

  

Donderdag 22 en vrijdag 23 januari

We gaan naar Spanje en nemen een mooie route door de Pyreneen. Mooi nu, omdat het er een beetje gesneeuwd heeft. Dat wordt anders als we van Pamplona naar Burgos rijden. Daar heeft het echt gesneeuwd. Gelukkig is de weg redelijk bereidbaar, wat niet geldt voor alles daar buiten, zoals dorpen en parkeerplaatsen. Even voorbij Burgos is opeens alle sneeuw weer verdwenen. Het zonnetje gaat schijnen en we komen op een schone camperplaats aan in Palencia. Als we op vrijdagochtend wakker worden is het zes graden onder nul. En dan is het verrekte koud in een camper. Reden om snel te vertrekken met de kachel volop aan. We hebben besloten om een camping op te zoeken in Caceres. Daar hebben we stroom, internet en een eigen "toilethok", met eigen douche, toilet en wastafel. Bij een grote Chinese winkel van Sinkel kopen we een zak vol rommeltjes voor weinig en zitten uit de wind in de zon bij te komen. Waarna alle pekelaanslag van de camper gewassen wordt en wij tot slot zelf aan een douchebeurt toe zijn.

    

Zaterdag 24 en zondag 25 januari

Vandaag, zaterdag, het laatste grote stuk Spanje: van Caceres naar de havenplaats Algeciras. We overnachten op een grote parkeerplaats van een aantal supermarkten, samen met veel, vooral Franse campers. We doen boodschappen bij de Lidl en kopen tickets voor de overtocht morgen. Nu € 220 voor een retour (20 euro duurder dan vorig jaar) en nog steeds een fles wijn en een cake. En we eten bij McDonalds, met eindelijk goede koffie en gratis WiFi. Op zondagmorgen zijn we vroeg wakker en zijn om acht uur al bij de haven, waar we pas om negen uur het terrein op kunnen. Op de boot is het erg rustig en we vertrekken al om kwart voor elf. Het weer is prachtig en het uitzicht daardoor ook. Tegen twaalf uur zijn we in Marokko, in de haven van Tanger-Med. En een uur later rijden we weer, voorzien van de goede documenten, stempels, Marokkaans geld etc. Na vijfentachtig kilometer stoppen we in de plaats Assilah, pal aan zee. We staan voor vier euro op een parkeerplaats met nog acht andere campers. In Assilah is het druk met vooral families in zondagse kleren. En zondag of niet, alle winkeltjes zijn open en in de straten wordt van alles verhandeld: groente, fruit, kleren, pinda's etc.

  

Maandag 26 en dinsdag 27 januari

Als we opstaan is het negen graden, nog steeds aan de frisse kant. Na het ontbijt lopen we eerst naar het kantoor van Maroc Telecom om een internetverbinding te regelen. We worden, net als vorig jaar, geholpen door de directeur zelf. Onze dongel en sim-kaart hoeven niet vervangen te worden, alleen de sim-kaart moet opgewaardeerd worden. De directeur regelt het allemaal voor ons. Voor nog geen 10 euro hebben we een maand internet (8GO). Vervolgens rijden we vijfentachtig kilometer verder langs de kust, naar de camping in Moulay Bousselham. Aan alles is te zien dat het hier veel geregend heeft de afgelopen maanden. Het is rustig op de camping, we vinden een mooie plek en gaan eerst uitgebreid in de zon zitten. De temperatuur is inmiddels opgelopen naar dik boven de twintig graden. Daarna maken we een pittige wandeling langs het strand en tot slot, na het eten, uitgebreid onder de douche. De dinsdag is een rustdag, even geen autokilometers. We wandelen en rommelen wat. En kijken verbaasd op het strand naar de vissersbootjes die daar aankomen. Elk bootje komt met één of twee kistjes vis terug en die worden op het strand verhandeld. En dat gaat bijna de hele dag door. 

  

Woensdag 28 en donderdag 29 januari

We verlaten Moulay Bousselham en zakken verder af naar het zuiden. De planning is Mohammedia, een grote plaats tussen Rabat en Casablanca. Via de snelweg zijn we al tegen het middaguur bij Mohammedia en we besluiten door te rijden. Langs de kust, via El Jadida naar de parkeerplaats in Oualidia. Vlak voor het einde van de snelweg worden we aangehouden door de politie. In een bocht zouden we negentig kilometer gereden hebben in plaats van tachtig. Wij vinden allebei van niet: harder dan met tachtig kilometer was die bocht met onze camper niet te nemen. De agent begrijpt ons niet, of wil ons niet begrijpen, en wij begrijpen hem niet. We moeten driehonderd dirham betalen (ongeveer zesentwintig euro). Daarvoor willen we wel een bewijs en dat kost veel moeite. Gelukkig is er een agent in de buurt met twee sterren: die kan lezen en schrijven. Een half uur later en zesentwintig euros lichter kunnen we verder. In Oualidia worden we al opgewacht door de tajinecourier, net zoals de afgelopen twee jaren. Nog enigszins ontdaan door het onrecht dat ons is aangedaan, doen we ons tegoed aan een grote tajine met groente en kip. Op donderdag gaan we weer verder via de kustweg richting de plaats Essaouira. Het zijn maar tweehonderd kilometer, maar die duren lang omdat de weg vaak bar slecht is. We hebben een camping uitgezocht zo'n vijtien kilometer ten zuiden van Essaouira. Het heet hier Dar Ch'Tis en ligt in een soort niemandsland. Op zich een prachtige camping, van Franse eigenaren en van alle gemakken voorzien: maar voor ons veel te afgelegen.

  

Vrijdag 30 januari

We rijden vandaag zeventien kilmeter terug naar de grote badplaats Essaouira. Behalve een vervallen camping is er nog één parkeerplaats waar campers mogen staan (voor drie euro). Tegen de avond staan er zo'n veertig. Het weer is prachtig, alleen waait het flink. En met die wind komt er veel zand mee van een duinenrij achter ons. Essaouira is druk: veel westerse toeristen en dus veel horeca en winkeltjes. En een haven waar de hele dag vis verkocht wordt. Die wordt ter plekke schoongemaakt en het afval is voor de meeuwen. En die zijn heel groot en dik hier.

  

Zaterdag 31 januari en zondag 1 februari

Als we opstaan hebben we twee nieuwe buren met wel erg bijzondere campers (zie foto). Als we uitgekeken zijn, wandelen we eerst naar een gloednieuwe supermarkt van Carrefour. Groot, mooi en nog erg rustig. Essaouira moet kennelijk nog wennen aan een supermarkt. Na de boodschappen rijden we een stukje naar het zuiden, naar de camping in het gehucht Sidi Kaouki. Het waait er hard, het is zwaar bewolkt en het miezert zelfs even. We maken een pittige wandeling en drinken koffie op een soort dorpspleintje. Mensen zijn er amper, des te meer honden en katten, in alle soorten en maten. Op zondag schijnt de zon weer volop, alleen raast er een harde wind over de camping. We rommelen wat en kletsen wat met andere Nederlanders. Vooral de ontvangst van de Nederlandse zenders is een hot item. Wij hebben nog ontvangst, anderen niet hier. En waar dat aan ligt? Niemand die het precies weet, maar het houdt je van de straat en aan de praat. Gisteren zijn we rechts het strand afgelopen, vandaag gaan we dus linksaf. We zijn de enigen, op wat geiten, schapen, koeien, ezels en drommedarissen na. Oh ja, en een mevrouw van een koffietentje.

  

Maandag 2 en dinsdag 3 februari

We hebben genoeg van de harde wind en reizen richting Agadir. Een mooie route door een fraai, heuvelachtig landschap. Zo'n vijftien kilometer voor Agadir kennen we twee campings en een enorm terrein waar campers "vrij" staan. Daar gaan we eerst kijken (Taghazout). Het staat er barstensvol, het aantal campers is niet te tellen of in te schatten. Dus zoeken we één van de campings op, Terre d'Ocean, hoog op een rotswand boven de kustweg. En ook die camping is bijna vol met vooral Franse overwinteraars. Met wat moeite vinden we nog een mooie plek en, erg belangrijk, het is hier korte-broeken-weer. Geen wind, volop zon en vijfentwintig graden. Op dinsdagochtend zijn we vroeg wakker. Het is rumoerig op de camping. En voor de tweede keer hebben we geen stroom meer. Het blijkt dat de hele camping zonder stroom zit. We hebben geen zin om langer te blijven en gaan twintig kilometer verder naar de camping in Aourir. Onderweg komen we langs de enorme camperplaatsen in Taghazout: daar lijkt een hele uittocht aan de gang. In Aourir is het ook al druk op de camping. Van andere Nederlanders horen we dat de gedoogplaatsen in Taghazout worden ontruimd. Zeker vijfhonderd campers moeten daar weg. En in de loop van de dag komen er hier dus een heleboel campers bij. 's Middags gaan we op de fiets het dorp in. De oogst: mandarijnen, bananen, postzegels en medicijnen tegen hooikoorts.

  

Woensdag 4 en donderdag 5 februari

We hebben wat afgefietst deze dagen. Op woensdag naar het surfdorp Taghazout. Alles staat daar in het teken van het golfsurfen, vooral gericht op westerse jongelui. Waarbij vooral de dames er erg on-marokkaans bij lopen. De Marokkanen zelf liggen daar niet wakker van hier (zie foto). Onderweg komen we langs de nu uitgestorven ex-camperplek. Daar moet een enorm vakantiecomplex met een golfbaan verrijzen. Maar dat zal nog wel een paar jaar duren. Op donderdag zijn we naar Agadir geweest. Groot, modern, een enorme boulevard, veel luxe hotels en dus westerse toeristen. En een enorme soek, een overdekte permanente markt. Erg ruim en voor Marokkaanse begrippen erg schoon. Er is van alles te koop: kleren, schoenen, meubels, tapijten, groente, fruit, vis, kruiden, kippen, te veel om op te noemen. En je kunt er eten: wij een pannekoek met honig en koffie, alles bij elkaar twee euro vijftig. Eenmaal terug op de camping hebben we er vijftig kilometer opzitten.

  

Vrijdag 6 en zaterdag 7 februari

De vrijdag is een rommeldag. Nog een keer fietsen, wandelen, opruimen, schoonmaken en meer van dat soort gedoe. En we proberen de website bij te werken. Helaas lukt dat niet echt. We zitten in een dal en door de hoge heuveltoppen om ons heen is een goede verbinding niet mogelijk. Op zaterdagmorgen pakken we de boel in, nemen afscheid van de buren en zakken honderd kilometer naar her zuiden. Na eerst boodschappen te hebben gedaan bij de Marjane in Agadir: de voorraden zijn weer aagevuld. Even na de middag zijn we op de camping Sidi Wassay Beach, pal aan het strand. Ook hier ook veel overwinteraars uit Frankrijk. In de zon is het erg warm, maar, zoals vaker aan zee, steekt aan het einde van de middag de wind op. En die is erg fris. En, dat hebben wij weer, er loopt een pup om onze camper zijn moeder te roepen. Staan hier honderd campers, zit dat beest onder die van ons.....Nog geen idee wat we er mee moeten.

    

Zondag 8 en maandag 9 februari

Gelukkig hebben we de pup de afgelopen nacht niet meer gehoord, en niet meer gezien. Vanochtend een eind langs de zee gewandeld. Er zitten veel vissers hier die een onderkomen hebben in allerlei bouwsels in of tegen de rotswand aan. Behalve de vissers veel vogels in een kaal, rotsachtig gebied. De maandag is weer een rustdag. Beetje lezen en wat wandelen. En aan het einde van de middag aan de borrel met buren die we onderweg al drie keer zijn tegengekomen. Het zijn Nederlanders die in Frankrijk wonen en daar een camping runnen; Camping River in de buurt van Gap. Was erg gezellig. Het weer vandaag: zonnig met nog steeds een koude wind.

  

Dinsdag 10 en woensdag 11 februari

We willen nog één etappe langs de kust rijden voordat we het binnenland intrekken. Via een mooie kustweg komen we in de plaats Sidi Ifni. Een keuke plaats waar we vorig jaar ook op een camping gestaan hebben. Maar die camping is er niet meer: weggespoeld tijdens een noodweer de afgelopen winter. Van de vijf campings in Sidi Ifni zijn er twee-en een halve camping verdwenen. De ravage aan die, lage, kant van de plaats is nog enorm. De campings die nog wel open zijn, staan mudvol. We hadden gehoopt op een gedoogplaats op een enorm marktplein aan de rand van het centrum, maar daar mag niet overnacht worden. We gaan eerst maar uit eten: twee tajines, soep, brood en koffie, en dat alles voor negen euro. Tijdens het eten besluiten we om nu al een stukje het binnenland in te trekken. Vlakbij de grote plaats Guelmim ligt een gehucht met de naam Abaynou met drie campings. We gaan naar "De la Vallee", die zoals de naam al aangeeft, in een vallei ligt, twee kilometer buiten het dorp. Op woensdag lopen we een uur de vallei in. Nu helemaal droog, maar aan alles is te zien dat er de afgelopen winter een enorme watermassa doorheen gegaan is. Na een uur komen we bij wat huisjes, waar kinderen rondhangen waarvan wij vinden dat ze op school zouden moeten zitten. Bij het zien van (westerse) wandelaars zijn de gevleugelde vragen: bon-bon (snoep) en stylo's (pennen): we hebben echter niets bij ons. De middag gebruiken we om bij te komen van de toch wel pittige wandeling. Vanavond maar eens kijken waar we morgen heen gaan.

  

Donderdag 12 en vrijdag 13 februari

We gaan verder het binnenland in: van west (de kust) naar oost (richting woestijn). Op onze wegenkaarten wordt er een rode weg aangegeven, de N12, die het meest logisch en bereidbaar lijkt. Via Guelmim, waar we boodschappen doen bij een gloednieuwe Marjane, komen we terecht in een kaal landschap met mooie doortekende heuvels. Volgens onze kaart heet het "Anti Atlas" hier. De weg is smal, maar goed bereidbaar. We stoppen in het dorp Icht, op een vakantiecomplex inclusief camping. Van Franse eigenaren, mooi aangelegd en dito sanitair. Het dorp zelf is niet bijzonder, de omgeving is kaal en ruig. Meer een omgeving voor 4x4 campers/auto's. Op vrijdag trekken we verder langs de Algerijnse grens. We hebben de wat grotere plaats Tata als eindbestemming. De tweede helft van het traject gaat over een nieuw geasfalteerde weg: breed, vlak en rijdt heerlijk. het landschap is onveranderd kaal en ruig en vrijwel verlaten. In de buurt van Tata kleuren plotseling een aantal heuvels om ons heen paars: een explosie van bloemen, prachtig om te zien. Het vinden van een plek is nog een hele toer. We hebben twee campings op het oog. De eerste, midden in het dorp, is afgeladen vol. Daar willen we zo wie zo niet staan. De tweede camping, zeven kilometer buiten het centrum en van een Nederlander, is er niet meer. Op wat vervallen gebouwen na, lijkt het in niets meer op een camping. We gaan terug het dorp in en komen min of meer bij toeval terecht op een hotelcomplex met camping, drie kilometer buiten het dorp (Oasis Dar Ouanou). We vinden er nog een mooie plek: om ons heen palmbomen en paarse heuvels.

  

Zaterdag 14 en zondag 15 februari

Voor ons doen zijn we er vroeg uit vanochtend. Er is werk aan de winkel: er moet gewassen worden (kleding) en de camper aan de achterkant. Daarna wandelen we naar het dorp. Daar doen we drie kwartier over. Wij vinden het er leuk: veel mensen op straat en dus veel bedrijvigheid. We dinken koffie voor een euro (twee kopjes) en eten tussen de middag allebei een ommelet met wat garnering voor iets meer dan twee euro. Op de markt kopen we wat fruit, groente en een nieuwe scrubhandschoen. Oh ja, en een zilveren damesring. De vraagprijs was tien euro, wij betalen uiteindelijk acht euro: man blij, wij blij. Wat opvalt hier is dat de bevolking erg donker getint is , en er wordt heel veel gefietst. We zien zelfs een Marokkaan op een Gazelle. En allemaal even vriendelijk, we zwaaien en groeten wat af. Kennelijk goede ervaringen met toeristen of het heeft een economische reden. We rijden nog steeds van het westen naar het oosten. Vandaag, zondag, van Tata naar Foum Zguid. De heuvels onderweg kleuren steeds minder paars en rondom Foum Zguid is alles weer bruin. We kunnen kiezen uit twee campings. Eén bij het begin van het dorp, de andere ligt er midden in. Het wordt de laatste, Camping Khayma Park. Een wat rommelig geheel, maar mooi gelegen in het groen, tussen palmbomen en andere struiken. Het dorp stelt niet veel voor, veel kleine erg rommelige zaakjes en heel veel gesloten deuren. Mogelijk is er veel gesloten omdat het zondag is, maar dat hebben we eigenlijk nog niet op deze manier meegemaakt in Marokko. Het dorp ligt als het ware in een soort oase waar dus water door heen stroomt: vandaar de palmbomen. Als we achter de camping een pad aflopen belanden we midden in de kleine veldjes waar groente verbouwd wordt. Via een soort slotensysteem worden deze veldjes voorzien van water. Ziet er mooi uit, maar er doorheen wandelen is niet te doen. Binnen de kortste keren zak je tot de enkels in de modder. Het weer vandaag: erg heet. De luifel moest vanmiddag uit om buiten te kunnen zitten.

  

Maandag 16 en dinsdag 17 februari

We hebben een onrustige nacht achter de rug vanwege een heuse storm. Tijdens het ontbijt zitten we te dubben wat te doen. We willen naar de grote plaats Zagora, maar daarvoor moeten we nog honderdveertig door de woestijn, en dat met die wind. Uiteindelijk besluiten we om toch te gaan rijden. En we zijn nog maar net het dorp uit of de storm is over. Het traject naar Zagora (via de N12) is goed te rijden. Wel zijn er drie kleine en één grote omleiding vanwege de overstromingen de afgelopen winter. Daar zijn hele stukken van de geasfalteerde weg verdwenen. Zagora is een grote, drukke plaats met veel campings. Tot onze verbazing vinden we nog een mooie plek op een redelijk groene camping in het centrum (Les Jardins de Zagora). Enige nadeel: vliegen. Tot de zon is verdwenen, dan is de plaag voorbij. Op dinsdag gaan we weer fietsen. En dat is goed te doen in Zagora. De wegen zijn breed en voorzien van goed asfalt. Onderweg komen we weer een Engels stel tegen die we al eerder ontmoet hebben. We wisselen de wederzijdse belevenissen uit. We willen eigenlijk nog een route van honderd kilometer naar het zuiden nemen, richting de echte woestijn. Zij raden dat af omdat de weg er naar toe bar slecht is en uren in beslag neemt. We nemen het mee in de overwegingen. Na onderweg gegeten te hebben gaan we bij de camper even in de zon zitten. Inderdaad maar even, want er steekt weer een storm op. En de wind is niet het grootste probleem, we staan redelijk beschut, maar het zand en de stof die we over ons heen krijgen wel. Het lijkt af en toe op een zonsverduistering. We vluchten maar een tijdje het restaurant in en kunnen daar internetten. Aan het einde van de middag zijn we allebei aan een douchebeurt toe. En als de zon eenmaal onder is gegaan neemt de wind snel af en om negen uur is het weer windstil.

  

Woensdag 18 en donderdag 19 februari

Geen wind vandaag, maar nu regent het!! En dat doet het de hele dag. De stof wordt modder en daar wordt ook alles smerig van. We hebben besloten dat Zagora de meest oostelijke plaats in Marokko is geweest deze reis. Dus rijden we weer een stukje terug naar het westen, naar de plaats Agdz. De camping heet "Kashba de la Palmeraie" en ligt in een nu droge rivierbedding. Gelukkig regent het niet hard en we hopen maar dat we droge voeten houden. Behalve de regen is het nog koud ook: het is hier maar vier graden. Gistermiddag was het nog vierentwintig graden! Aan het einde van de middag komen we twee "oude" bekenden tegen, Hans en Emy, de Nederlanders met een camping in Frankrijk die we onderweg al een paar keer eerder ontmoet hebben. Onder het genot van koffie en een borrel hebben we weer gezellig bij zitten kletsen. Op donderdag is het gelukkig weer droog. Af en toe een bleek zonnetje, maar aan de frisse kant. We beginnen de dag met een rondleiding door de kasbah, door de mevrouw van de camping, in het Duits. De camping ligt naast die kasbah en was vroeger een groot familiegebouw waar reizigers overnachten en handel bedreven. Deze kasbah lag aan een belangrijke handelsroute. Een enorm groot, uit leem opgetrokken gebouw. Na elke forse regenbui moet er gerestaureerd worden: volgens ons een gebed zonder einde. Aansluitend zijn we met drie andere Nederlanders met een taxi naar de markt geweest. De taxi's hier zijn auto's die veertig jaar geleden bij ons in Nederland ook veel reden. De motoren doen het nog, de portieren ook en je kunt zitten; en daarmee heb je het wel gehad. We slaan weer wat groente in en gaan weer met een taxi terug. Na de lunch zijn we nog even teruggelopen naar het dorp Agdz. Heel veel kleine zaakjes, alles is hier te koop. Overigens geen echt mooi dorp, erg rommelig. Aan het einde van de middag met nog twee andere Nederlandse stellen de dag in stijl afgesloten, met een drankje en een hapje uiteraard.

  

Vrijdag 20 en zaterdag 21 februari

Het is weer tijd om verder te reizen. We nemen afscheid van de Nederlandse buren en gaan naar Ouarzazate. De lucht is weer blauw, de zon schijnt volop, alleen de wind is fris. De afstand is maar vierenzeventig kilometer, maar gaat over een heuse pas. En dat maakt het kale landschap fraai, vooral door de vergezichten. Ouarzazate is een grote stad met onder andere een fraai plein met mooie terrassen. Er is zelfs een heuse drankwinkel waar alle merken en soorten alcoholische drank verkocht worden. Er zijn twee campings hier en wij kiezen voor "Camping Municipal". Niet de mooiste van de twee, maar wel het dichtst bij het centrum. In de loop van de middag komen er weer twee bekende campers binnen rijden. het zijn twee stellen die we al vaker in Portugal ontmoet hebben. Het is hun eerste reis in Marokko, onder andere geinspireerd door onze verhalen en verslagen op deze site. Vonden we leuk om te horen. Op zaterdag trekken we weer honderdzeventig kilometer naar het westen, naar de plaats Taliouine. We rijden pal langs het hooggebergte met de naam "Hoge Atlas". Gedurende de hele rit zien we de besneeuwde bergtoppen en de eerste honderd kilometer krijgen we stijle beklimmingen, heuse afdalingen en een heleboel haarspeldbochten voor de kiezen. Helaas is de weg slecht. Regelmatig moeten we diepe kuilen en scherpe wegranden omzeilen. Op "Camping Toubkal" in Taliouine is het opvallend rustig, vergeleken met andere jaren. We vinden dan ook probleemloos een plek met een prachtig uitzicht. Ook vandaag weer volop zon, maar helaa ook hier weer veel wind. Er wordt wat gewassen (snel droog dankij de wind...) en de bedden worden verschoond. Daarna gaan we het dorp in, een dik half uur lopen. Marokkaans druk, gezellig, weinig toeristen en opvallend netjes. Veel bestrating en weinig rommel. En zestig cent voor een kopje koffie is natuurlijk ook leuk. Ook leuk zijn de goede douches hier op de camping. Na een paar slechte ervaringen de afgelopen dagen waren we daar wel weer aan toe. Tot slot nog even dit voor de liefhebbers. Hier op de camping hangen borden met de tekst "Hammam". Wobbie wilde daar heen, maar deze hammam is alleen beschikbaar voor groepen.

  

Zondag 22 en maandag 23 februari

Vandaag weer honderd kilometer verder. Over een op onze kaarten aangegeven rode weg. Die weg was misschien ooit rood en zal in de toekomst ongetwijffeld weer rood moeten worden, maar is nu een ramp. Vol gaten en omleidingen en dus ook heel veel stof. We doen er lang over om van Taliouine in de grote plaats Taroudant te komen. Via internet zijn we aan de coordinaten van een landelijk gelegen camping gekomen (Du Jardin), zo'n drie kilometer buiten het centrum. De coordinaten kloppen niet helemaal, maar met wat moeite komen we er. Een nieuwe keurige camping van een Fransman. Hij spreekt helaas geen woord over de grens en zijn Frans heeft een geweldig accent en dat in een enorm tempo, wat de communicatie erg lastig maakt. Aan het einde van de middag hebben we nog een wandeling gemaakt. Een landbouwgebied hier, want er is water. Heel veel sinasappelbomen en akkertjes met alle soorten groene gewassen. Helaas ook erg veel vuilnis en mest, wat kennelijk maar zo langs de kant van de weg gedumpt wordt. Op maandag gaan we op de fiets naar Taroudant. Een mooie plaats, vroeger goed beschermd door een zeven kilometer lange, hoge en dikke muur. We drinken koffie op een plein waar van alles te doen is. Slangenbezweerders, goochelaars, verhalenvertellers en een balletje-balletje achtige act. En enkel mannelijke toeschouwers. We willen nog naar de overdekte Berbermarkt en voor we er erg in hebben worden we begeleid door een "gids". We moeten mee naar zijn huis en naar zijn winkel. Met wat moeite raken we die man gelukkig kwijt in de drukte. Hij gaat ons voor, slaat rechtsaf en let even niet op: en wij gauw linksaf. Weg gids. Na wat rondgefietst en gegeten te hebben, zijn we in de loop van de middag terug op de camping en rusten uit onder een strakblauwe lucht. Het was vandaag weer dertig graden.

  

Dinsdag 24 en woensdag 25 februari

Dag drie in Taroudant, op camping "Du Jardin". De was hangt te drogen, de boel moet opgeruimd worden en de camper moet gewassen worden. Maar dat doen we pas vanmiddag. We gaan eerst weer naar de stad. Het is er druk. Nauwe straatjes met voetgangers, fietsers, brommers, auto's, koetsjes met paarden en wat niet al. Natuulijk drinken we weer koffie op het "artiestenplein". Tegen twaalf uur zijn we uitgekeken en willen terug. Maar dan wordt het pas echt druk. Er zitten veel scholen in het centrum en die gaan allemaal om twaalf uur uit. Alle straatjes worden overspoeld met schooljeugd. Er is bijna geen doorkomen aan. Na de middag is de buitenkant van de camper aan de beurt. Een paar dagen geleden hebben we hem al af laten spuiten bij een benzinepomp. Op z'n Marokkaans, de onderkant vond men belangrijker dan de opbouw. Nog een hele klus om alle bruine troep er af te krijgen. Nu maar hopen op weinig wind en geen regen de komende dagen. Op woensdag gaan we weer rijden, naar Tafraout. We laten de route over aan de TomTom, en die geeft honderveertig kilometer aan. De eerste kilometers zijn ronduit saai. Een kale vlakte en een smalle weg. Tot we de bergen in gaan. Prachtige uitkijkjes, wisselende landschappen, oude dorpjes en een prachtige weg. We doen er dan ook lang over, we hebben geen haast. En dat is maar goed ook, want de laatste twintig kilometer is de weg een piste. Er wordt aan gewerkt, maar dat betekent hier dat het eerst nog veel slechter wordt voordat het ooit beter wordt. In Tafraout is het druk, vooral op de gedoogplaats in het zogenaamde "Keteldal". Het aantal campers op het overigens enorm grote terrein is niet te tellen. Ruimte genoeg voor allemaal. En ook hier is het warm: vanmiddag zo rond de dertig graden.

  

Donderdag 26 en vrijdag 27 februari

Dag twee in Tafraout, het is al vroeg warm. Na wat getut te hebben gaan we het dorp in. We hebben een houten flessenrek in de garage en die is stuk gegaan onderweg. Dus met het ding naar een timmerman. Die gaat er onmiddelijk mee aan de slag. Wij gaan ondertussen naar een beroemde garage hier: Garage Chez Mohamed Farih". Beroemd bij de camperaars. Als wij er zijn staan er zeker zes campers waar aan gewerkt wordt, en dan met name lak- en spuitwerk. Dat gebeurt vooral buiten, in de open lucht. Bij ons zouden de millieu-inspecties, arbodiensten, vakbonden en wat niet al op hun achterste benen staan. Hier kraait er geen haan naar. We willen de achterbumper wat alten bijwerken. en dat is geen enkel probleem. Morgenvroeg om tien uur zijn we welkom. Na koffie gedronken te hebben gaan we het flessenrek ophalen. Keurig gerepareerd, kosten zes euro. Na de middag gaan we op de fiets naar de "Amandelvallei". Tenminste die hopen we te vinden. Helaas lukt dat niet en na tien kilometer gaan we maar terug. Op vrijdagmorgen moet de camper dus naar de garage. We zijn nu één van de dertien. Om klokslag tien uur wordt er begonnen aan onze camper. Wij gaan het dorp in. Wat boodschappen doen, koffie drinken, what's appen, eten enzovoort. Om twee uur mag de camper weer mee. Voor vijfendertig euro zijn alle beschadigingen weggewerkt en is de bumper overgespoten. Aan het einde van de middag gaan we douchen bij Omar van Camping Granite Rose. Vier jaar geleden hebben we daar tijdens de Vagebondreis gestaan. Douchen daar is geen probleem, Omar is gek op Dirhams, douchen kost een euro per persoon. Terug bij de camper staan er vier buurmannen aandachtig onze bumper te bestuderen. Een van hen, een Belg die twee talen spreekt, vindt dat de bumper nog verder afgewerkt moet worden. De man van de garage wordt er bij gehaald (stond toevallig een paar campers verder) en krijgt in keurig Frans te horen dat de bumper nog niet af is. Is geen probleem, we moeten maandag nog een keer langs komen. Best handig als je goed Frans spreekt hier.

  

Zaterdag 28 februari en zondag 1 maart

We willen wandelen vandaag, weer naar de "geschilderde rotsen". Dat hebben we vorig jaar ook gedaan, was erg ver maar erg mooi. Vanwege het warme weer gaan we vroeg op pad. De eerste kilometers is het klauteren door een vallei, met aan beide kanten hoge, bizarre rotsformaties. Na een soort hoogvlakte komen we in het gebied waar een Belgische kunstenaar vijfendertig jaar geleden groepen rotsblokken blauw en rose geverfd heeft. We zijn hier al vaker geweest, maar het blijft een wonderlijk schouwspel. Inmiddels is het half één en we zijn al drie uur onderweg. Het wordt steeds warmer en we moeten ook nog terug. Tegen twee uur hebben we er twintig kilometer opzitten en moeten er nog zes. Dan worden we ingehaald door een oude Renault 4 en die stopt. Blijkt het de man van de garage te zijn en die stopt: we kunnen meerijden! Wobbie en de baas voorin, Wim en een monteur plus een grote camperband achterin. Maakt ons niet uit, we zijn allang blij: al had er een schaap ingezeten waren we nog ingestapt. Binnen tien minuten zijn we terug in Tafraout en om half drie ploffen we uitgeput neer in onze heerlijke campingstoelen. Later in de middag komen we nog weer "oude bekenden" tegen. Ook Marokkogangers en bekenden van het camperforum (onder andere Thole en Everdien). Het is af en toe net een reunie hier en nog gezellig ook. Op zondagmorgen gaan we weer het dorp in. Wat boodschapjes, koffie drinken, what's appen en slippers kopen. Voor de kleinkinderen, we hebben een lijstje met de goede maten. Voor de meiden is dat geen probleem, kleuren en maten zijn ruim voor handen. En omdat we vier paar nodig hebben kun je onderhandelen over de prijs. Zoiets van vier halen en drie betalen. Voor een jongen is het wat lastiger een paar leuke slippers te vinden. En dus ook veel duurder: zeker één euro vijftig. 's Middags luieren we onder de luifel en krijgen regelmatig bezoek van mannetjes die van alles willen verkopen. Om er een paar te noemen: argaanolie, truffels, honing, vers water, wasgoedservice, brood, gebak en een mevrouw die heerlijke haririsoep verkoopt (volgens een buurman is het hari-kiri soep). Allemaal even aardig en als je iets niet wilt geef je dat duidelijk aan en dan is het goed. Behalve een verkoper van ruitenwissers voor de camper. Komt twee keer per dag langs en blijft zeuren. Hij heeft ontdekt dat in één van onze wissers een scheurtje zit en heeft volgens ons het kenteken genoteerd en blijft dus komen en zeuren. Ach, zo is er overal wel wat.

    

Maandag 2 en dinsdag 3 maart

Vorige week donderdag hebben we geprobeerd de "Amandelvallei" te vinden. Dat lukte toen niet. Via ons gastenboek van webklik en een mailwisseling, krijgen we de juiste route van Co en Lia Keizer. We volgen hun reizen via hun site en hebben hen hier al eens ontmoet. We pakken de fietsen en gaan vroeg op pad. Een prachtige route met links en rechts hoge bergwanden waar dorpjes fraai tegen aangeplakt zijn. En verrassend groen, kennelijk nog een gevolg van de hevige regens de afgelopen winter. Als we terug zijn hebben we er zesenveertig kilometer opzitten, waar we drie en een half uur over gedaan hebben.Met wat electrische ondersteuning uiteraard. Na de lunch gaat Wim met de camper naar de garage. De afspraak was "ongeveer" twee uur daar te zijn. Bij de garage is het druk. Er staan vijftien voertuigen, lopen zeven monteurs rond en hangen er een aantal camperaars verveeld rond. De baas is er niet en dat komt de efficientie niet ten goede. Tegen half vier komt hij gelukkig terug en binnen de kortste keren is er orde in de chaos. En staat er iemand onze bumper te polijsten. Na een uur is het klaar. Wij zijn tevreden en gelukkig de Belgische buurman, die er verstand van heeft, ook. Aan het einde van de middag gaan we nog even aan de borrel met nederlandse buren, Piet en Elly. We hebben gezellig de wederzijdse Marokko-ervaringen uitgewisseld. Totdat de mevrouw van de haririsoep langs komt en meldt dat het etenstijd is. We helpen haar van de laatste soep af. Op dinsdag gaan we boodschappen doen in het dorp. Groente, fruit, olijven, vis, toetjes etc. We versturen een pakje naar onze jongste kleinzoon, maar moeten eerst naar de boekhandel, want er moet een envelop omheen. Kost veertig cent, het plakband om de boel te verzegelen is gratis. De verzending naar Europa kost vier euro. En we hebben een router gekocht, mede op advies van de buren: een TP-Link 3G/4G Wireless N Router. Hiermee kunnen we internetten op drie apparaten. Maar dan moet het ding nog wel eerst geinstalleerd worden en dat lijkt nog een hele uitdaging. Na de lunch gaan de stoelen in de ruststand. Een zonnetje, een windje en wat sluierbewolking, waardoor het vandaag wat minder warm aanvoelt. Aan het einde van de middag nemen we afscheid van Piet en Elly. Zij reizen morgen verder, wij hebben nog geen concrete plannen. Om een uur of zeven wandelen we nog even door het dorp. Het is vrij druk met eigenlijk enkel Marokkanen. De toeristen cq camperaars die je overdag veel ziet, zitten nu waarschijnlijk met de kuis voor de buis.

  

Woensdag 4 en donderdag 5 maart

We hebben besloten nog tot zaterdag hier in Tafraout te blijven. Dan kunnen we het begin van de Amandelfeesten nog meemaken. Elk jaar een enorm evenement met muziek, dans, een beurs etc. Het dorp is versierd met vlaggen en iedereen is opgewonden. Zo is de soepmevrouw vandaag voorlopig voor het laatst geweest. Na het weekend is er pas weer soep als het feest voorbij is. Vanochtend kwam de kunstschilder langs met een mapje met voorbeelden van idyllische Marokkaanse plaatjes die op de camper geschildert kunnen worden. Wobbie gaat onderhandelen. In het luik van het toilet zitten twee deuken die met een beschildering minder cq onzichtbaar worden. De deal is uiteindelijk geen twintig euro, maar vijf plus wat dameskleren. Na het middagdutje komt hij schilderen. Als we tegen half een terug komen van een wandeling, is de klus echter al geklaard. Over smaak valt niet te twisten, de deuken zijn echter vrijwel onzichtbaar. De middag wordt nuttig besteed met het installeren van de wireless router. Met wat deskundig advies van buurvrouw Elly lukt dat uiteindelijk. Maar goed dat zij vanochtend niet vertrokken zijn zoals ze van plan waren. Het is hier ook zo leuk....Op donderdag zijn we weer aan de wandel geweest: we hebben een "eigen rondje" gelopen. Met nogal wat klauterwerk over de wonderlijke rotspartijen hier. Als we na zes kilometer weer bijna terug zijn, komen we weer twee "oude" bekenden tegen. Hans en Emy van Camping River in Frankrijk zijn hier ook neergestreken. Samen met meereizende kennissen van hen, gaan we tussen de middag uit eten om bij te kletsen. Was weer erg gezellig. In de loop van de middag komt er iemand langs met zonnepanelen. Omdat we wat problemen hebben met het opladen van al onze apparaten, laten we er een paneel bij plaatsen. Binnen drie kwartier is dat gepiept en het werk als een tierelier.

  

Vrijdag 6 en zaterdag 7 maart

Een beetje een rommeldag. We worden al vroeg gewekt vanuit de moskee. Het is vrijdag vandaag, dus de gebedsdag in de Islam. Met als hoogtepunt de oproep om twaalf uur om te bidden. Meer dan een half uur de immam en een soort jongenskoor. Dankzij de luidsprekers schalmt het door de vallei. We hoeven er geen CD van. Al vroeg wandelen we naar een uitkijkpunt, waar Wobbie met de tab een filmpje en panorama foto's maakt. Via via horen we dat hier ook ergens een hammam moet zijn. We gaan op zoek en met wat moeite vinden vinden we die in een achteraf steegje. Wobbie strikt een buurvrouw en de dames gaan samen in de middag op pad. Voor alle duidelijkheid, het is een dameshammam; heren zijn er niet welkom. En de meesten vinden dat niet erg. Na anderhalf uur zijn de dames terug, gewassen en gescrubt tot bijna op het bot. Een geweldige ervaring rijker. 's Avonds gaan we uit eten en daarna naar het feestterrein. Om acht uur beginnen de optredens. We vinden een plek vlak voor het podium. Binnen de kortste keren worden we omringd door Marokkaanse meiden die enthousiast meedansen op de muziek van de fokloregroepen. Alweer niet onze muziek, maar wat er om ons heen gebeurt is geweldig. Totdat na anderhalf uur Wim op de schouders getikt wordt. Hij staat op het gedeelte dat voor dames bestemd is, en dat is niet de bedoeling. Enigszins teleurgesteld gaan we met een zak vers gebrande pinda's terug naar de camper. We hebben besloten dat de zaterdag onze laatste dag is in Tafraout. We wandelen wat, drinken koffie bij Piet en Elly en luieren in de zon. In de loop van de middag gaan we nog even naar het dorp. Het is er weer gezellig druk. We kopen wat spulletjes, drinken verse jus bij ons vaste adres en hebben het dan wel gezien. Terug bij de camper staan er weer vier flessen water klaar. Die worden dagelijks bezorgd door een aardige schooljongen die zo wat bijverdient.

  

Zondag 8 en maandag 9 maart

We zijn vroeg wakker en gaan inpakken. We nemen afscheid van de buren en vertrekken naar een camping in Tifnit, dicht aan zee. Het eerste deel van de weg is nog goed. Daarna is het kilomters lang een piste. Hier en daar wordt er aan de weg gewerkt, maar volgens ons duurt het nog wel een paar jaar voor alles klaar is. En dan is er natuurlijk het stof dat overal doorheen dringt. Dat blijkt pas goed als we op de plaats van bestemming zijn. Daar waar de weg het slechtst is, is het landschap het mooist: in de bergen dus. De laatste twintig kilometer is de weg weer prima, maar wordt de omgeving saai, vlak en eentonig. We stoppen op camping Bakanou, vijf kilometer van zee en het dorp Tifnit. Een keurige camping, weer van een Fransman. Midden in een beetje een niemansland tussen plastic kassen. Helaas een slechte internetverbinding en maar vier ampere stroom. Op maandag gaan we fietsen. Eerst naar de zee, naar Tifnit. Het is een vissersdorp, oud en haveloos. . Aan het begin van het dorp staan heel veel campers, erg dicht bij elkaar. Boven het dorp staan een heleboel vrachtwagens. Het lijkt op een filmset, te zien aan alles wat er uitgestald staat. Terug bij de camper rommelen we wat aan. Kleren wassen, water bijvullen, de wc legen en een poging de camper van binnen te ontdoen van de bruine stoflaag. Na het luieren in de zon gaan we nog even op zoek naar een winkeltje voor wat inkopen. Dat vinden we een aantal kilometers terug. We zijn niet onder de indruk van deze omgeving. Morgen gaan we verder.

    

Dinsdag 10 en woensdag 11 maart

We trekken een stukje langs de kust, naar het noorden. De terugreis naar Europa is aarzelend begonnen. We stoppen in Agadir en doen eerst boodschappen bij de Marjane: we zijn door de voorraden heen. Het aanvullen bij deze supermarkt is geen probleem, op de alcohol na natuurlijk. Maar ook daarvoor hebben we een adres, we moeten alleen nog even geduld hebben. Na de boodschappen parkeren we de camper bij de boulevard. Drinken koffie en lopen er een paar kilometer langs. Nog steeds veel westerse toeristen en de vele afgezette stukken met parasols en bedjes zijn behoorlijk bezet. Via de app van de NKC zijn we achter de gegevens van een camping gekomen op zo'n vijftien kilometer ten oosten van Agadir. En inderdaad ligt er in de heuvels een prachtige camping verscholen. Eigenlijk een pleisterplaats voor 4x4 voertuigen. Met Berbertenten, huisjes en een mooi restaurant. En mooi sanitair; er is zelfs een fraai, nu nog koud, zwembad. Met een groen grasveld en ligbedjes. Er staan nu drie campers en als er acht staan is volgens ons de ruimte wel vol. De naam voor de liefhebbers: Paradis Nomade (officieel nog in Agadir). Kost wel twee euro meer dan nu nog in de NKC app staat (nu tien euro). Aan het einde van de middag maken we nog een flinke wandeling van anderhalf uur. Eerst door een vallei heen en terug over een pad halverwege de helling van de heuvels. Op woensdagmorgen zien we de prijslijst van de camping hier. Voor ons is dat omgerekend twaalf euro. En dat, we blijven Nederlanders, vinden we erg veel: de duurste camping tot nu toe. We besluiten om verder naar het noorden te rijden. Weer door het grote en drukke Agadir. Tien kilometer voorbij de stad maken we een tussenstop in Aourir, waar we weken geleden op de camping gestaan hebben. We gaan naar de woensdagmarkt: een enorm terrein met weer van alles en nog wat te koop. Wij gaan voor de groente en het fruit. Met een enorme zak met van alles en nog wat voor een euro of acht komen we terug bij de camper. Na nog koffie gedronken te hebben, met cake voor iets meer dan een euro, en gezellig gekletst te hebben met Nederlanders die hier in de buurt een huis hebben, gaan we weer verder. We rijden honderdveertig kilometer naar het noorden en komen weer uit in Sidi Kaouki; ook hier hebben we weken geleden gestaan. Nu echter niet op de luxe camping maar één er voor. Erg basic hier: water en afvalemmers en verder niets. Wel een mooi terrein met uitzicht op de omgeving en de wind valt gelukkig deze keer mee. De mist waarin we een groot deel van de dag gereden hebben is hier verdwenen en we kunnen nog heerlijk in de zon zitten. De naam van de camping: Paradis Aicha Sidi Kaouki.

  

Donderdag 12 en vrijdag 13 maart

We worden erg vroeg gewekt vanochtend. De bakker staat voor de deur en wacht tot we het bed uitkomen voor een broodje. De bakker zit hier op een ezel en komt daar niet van af; erg vermakelijk. Verder een dag zonder spectaculaire hoogtepunten. Wandelen, koffie drinken, in de zon zitten, snijbonen snijden (1 kilo voor tachtig cent) voor de vriezer, weer wandelen, eten en onder de douche in de camper. Nog steeds de hele dag zon met echter wel een toenemende wind. We zitten nog te dubben wat we morgen gaan doen. Op vrijdag gaan we naar Essaouira, vijfentwintig kilometer naar het noorden. Daar zit een Carrefour met een drankafdeling. Achter een onopvallende deur met een nog onopvallender briefje: open van 10 tot 20 uur, vrijdags gesloten. Hebben wij weer, maar het is niet voor niets vrijdag de dertiende. We parkeren de camper op de CP bij de vuurtoren en gaan de stad in. We kopen wat spulletjes, drinken koffie en gaan uit eten op een pleintje. In de tijd dat we daar zitten wordt er zeven kee gebedeld om geld: muzikanten, gehandicapten, oude mannen etc. We hebben nergens anders in Marokko zoveel bedelaars gezien als hier. Terug bij de camper is er op het strand een enorm spectakel aan de gang. Een Spaanse ralley van wel tweehonderd Fiat Panda's is geeindigd op het strand. Die moeten het strand ook weer af, nu via de camperplaats. En daarbij komen er wel vijftig vast te zitten in het mulle zand. En die moeten eruit getrokken, uitgegraven en uitgeduwd worden. En dat alles in een decor van drommedarissen, quads en paarden, waar nu geen toerist belangstelling voor heeft. Essaouira is een leuke, levendige plaats en ook qua temperatuur is er vandaag niets mis. Alleen de harde wind en de zandvlagen: alles en iedereen wordt gezandstraald hier. 

  

Zaterdag 14 en zondag 15 maart

We gaan weer honderdvijfentwintig kilometer naar het noorden. Nu naar de plaats Safi, bekend van de vele pottenbakkers. Eerst nog even naar de Carrefour voor wat drank en we proberen te skypen, wat niet lukt. Ik ga vast rijden terwijl Wobbie nog bezig is met een sms'je. Worden we aangehouden door een agent: Wobbie heeft geen gordel om. Uit een ooghoek zie ik dat er maar twee agenten zijn: dat biedt enig perspectief. De man maakt zenuwachtig grapjes over Ajax en van Basten en blijft vragen voor de hoeveelste keer we in Marokko zijn (4 keer dus) en waar we naar toe gaan (Safi). Tussen neus en lippen vertelt hij dat we driehonderd dirham (€ 27) kwijt zijn. Ondertussen haastig om zich heen kijkend door wie hij gezien wordt. Dan een luid commando dat de camper naar de kant van de weg moet en ik moet meekomen. Uiteindelijk sta ik met de man achter de politieauto, uit het zicht van passanten. Ik moet de driehonderd dirham afgeven, en de man vraagt of ik daar een "ticket" voor wil hebben. Ik zeg: voor driehonderd dirham wel. Waarop de man tweehonderd dirham tussen mijn autopapieren stopt, die teruggeeft, en honderd dirham tussen zijn eigen papieren laat verdwijnen. "Omdat ik voor het eerst in Marokko ben is de honderd dirham een waarschuwing om beter op te letten", krijg ik te horen. En ik krijg een hand van hem. Enigszins beduust vervolgen we de reis. We hadden dit soort ervaringen al meer gehoord en gelezen. Bijzonder om zelf mee te maken dat het hier echt zo gaat, soms. De camping in Safi, "Complex Touristique", is prachtig qua ligging. Helaas is wat het onderhoud betreft, er de laatste jaren weinig meer gedaan; doodzonde. In de loop van de middag zijn we nog even naar de pottenbakkerswijk geweest. Weinig toeristen helaas en iedereen wil zijn "shop" laten zien. De zondagmorgen begint met corvee: kleren wassen, water verversen, de camper uitvegen en de voorkant wassen. Daarna komen de buren koffie drinken: Jan en Pieta uit Emmen. En omdat Wobbie Emmen kent vanuit haar werk vroeger, wordt er flink bijgekletst. Daarna gaan we weer Safi in. Ook hier missen we het gevoel van de zondag. Alles is open en overal wordt op straat in van alles en nog wat gehandeld. We komen Jan en Pieta weer tegen en gaan samen koffie drinken: weer erg gezellig. Het weer vandaag: volop zon en gelukkig veel minder wind dan gisteren. 

    

Maandag 16 en dinsdag 17 maart

We waren van plan vandaag tweehonderd kilometer naar het noorden te rijden. Maar na zeventig kilometer hebben we er al genoeg van. Het is prachtig weer en we willen nog even in de zon zitten, want de voorspellingen voor de komende dagen zijn minder goed. We stoppen in Oualdia, op de grote parkeerplaats, waar we op 28 januari ook al gestaan hebben. We wandelen, luieren in de zon en kletsen met de buren Jan en Pieta die hier ook vanuit de vorige camping neergestreken zijn. En we bestellen weer een tajine met kip: we maken er maar een traditie van hier in Oualidia. De dinsdag begint nog redelijk wat het weer betreft: veel wolken en af en toe wat zon. We gaan weer tweehonderd kilometer naar het noorden. In El Jadida maken we een tussenstop bij de supermarkt Marjane en vullen de voorraden aan. Waarschijnlijk voor de laatste keer hier in Marokko. Gedurende de hele rit is het landschap wat saai. Vlak, erg groen en overal wordt groente verbouwd: bloemkool, wortelen, komkommer, knollen etc. We stoppen in Mohammedia, een grote stad tussen Casablanca en Rabat. Dit keer op een camping waar we nog niet eerder geweest zijn: Camping Said. Verscholen tussen nieuwbouwcomplexen, oude huizen en een kerkhof. De mensen zijn erg aardig maar voor de rest zijn we niet enthousiast. Een erg "Marokkaanse" camping: weer slecht onderhouden en zeer matig sanitair. Het ziet er wat triest uit. Maar dat komt zeker ook door het weer. Voor het eerst sedert weken hebben we weer regen! En dat verveelt erg snel. Als troost halen we om de hoek vers gebakken patat in een pannetje. Nog niet eerder meegemaakt hier in Marokko, maar hier kan het.

  

Woensdag 18 en donderdag 19 maart

We gaan naar de laatste camping in Marokko voor dit jaar, naar Moulay Bousselham. Het mooie weer is op, dus we gaan terug naar Europa. Vanochtend was het nog droog, maar vanmiddag, op de camping, kregen we regelmatig een bui over ons heen. Het is erg druk op hier, kennelijk zijn wij niet de enigen die morgen terug gaan. Wie zeker niet terug gaan zijn de schapen, die ook nu weer op bezoek komen. Het blijft een wonderlijk schouwspel, een kudde schapen die tussen de campers loopt te scharrelen. En we komen Hans en Amy weer tegen (van Camping River in Frankrijk). Ook zij zijn met de terugreis bezig. Aan het einde van de middag met een borrel afscheid genomen. Natuurlijk was dat weer erg gezellig. Morgen de boot op! Op donderdag gaan we dus vroeg op pad. We moeten honderdzeventig kilometer rijden naar de haven in Tanger Med, waar we om half elf aankomen. In de stromend regen, het is hier noodweer. Volgens ons schema vertrekt de boot om elf uur. Maar om half twaalf, na de grensformaliteiten, sluiten we nog achteraan de rij met vooral campers. Uiteindelijk zijn we om drie uur Marokkaanse tijd, in de haven van Algeciras. Hier in Spanje is het dan al vier uur. Voor ons gevoel hebben we dan al een hele dag op zitten en we besluiten om bij de Lidl, elf kilometer van de haven, te overnachten. En ook hier enorme hoosbuien.

  

Vrijdag 20 maart en zaterdag 21 maart

De vierde slechte dag op rij wat het weer betreft. We verlaten Algeciras en gaan naar de plaats Sanlucar de Barrameda. Ligt aan zee, vlakbij de grote plaats Jerez de la Frontera. We hebben een gratis camperplek uitgezocht, dicht bij het centrum en nog wel aan zee ook. En het is inderdaad een erg mooie plek. Een groot vlak terrein met een ondergrond van zand. Erg groot, er kunnen misschien wel honderd campers staan. Maar nu niet; het middenterrein is een enorme vijver als gevolg van de grote hoeveelheden regen de afgelopen dagen. En het is hier nog koud ook: maar acht graden! Op zaterdag vertrekken we vroeg naar Portugal; we willen naar de Algarve, naar de grote camperplek in Manta Rota. Hoe dichter we daar in de buurt komen, hoe fraaier het weer wordt. De regen is opgehouden en in Manta Rota zien we zelfs de zon. We laten eerst een gasfles vullen (17 liter voor twaalf euro) en pikken één van de laatste mooie plekken in op de camperplaats. Het staat er weer bijna vol. We wandelen weer zeven kilometer en kunnen onderweg en na de wandeling nog heerlijk in de zon zitten.

  

Zondag 22 tot en met dinsdag 24 maart

Vandaag zijn we naar Monte Gordo gefietst. Zowel onderweg als in het dorp zelf zijn we eigenlijk alleen maar Nederlanders tegen gekomen. Van onze leeftijd maar ook veel ouder. Pas op het strand, tussen de vissersbootjes, zien we Portugezen die hun netten op orde brengen. We zijn bijna terug als Wobbie een lekke band krijgt; en ook dat is een traditie geworden hier. Bovendien begint het te regenen, en dat gaat een groot deel van de middag door. Als het weer droog is gaan we inpakken, de band plakken, water bijvullen etc. morgen, maandag, gaan we een klein stukje verder. We gaan dan naar Pedras del Rei, maar maken eerst een tussenstop in Tavira, bij het overdekte winkelcentrum "Gran Plaza". Wobbie gaat naar de kapper, we drinken er koffie en kijken er wat rond. Daarna, in de regen, naar de camperplek tussen het bungalowpark en het moerasgebied. En daar stonden we tot en met vorig jaar nog op grind en keien. Nu is het hele terrein geasfalteerd en voorzien van vakken. Met een slagboom: een dag hier staan kost nu vier euro. Helaas geen voorzieningen en dat vinden wij een gemiste kans. En wij niet alleen. Vorig jaar stonden we hier met wel veertig andere campers, nu maar met tien anderen. Gelukkig is het wel droog hier en aan het einde van de middag zitten we zelfs nog even in de zon. Op dinsdag gaan we terug naar Manta Rota: daar komen Thea en Emile ook naar toe en we willen even bijkletsen. Dus koffie gedronken en een pittige wandeling gemaakt naar het gehucht Cacela Velha. Was weer ouderwets gezellig. Het weer vandaag: droog, af en toe een zonnetje en een harde koude wind.

  

Woensdag 25 en donderdag 26 maart

Een rustdag. De hele dag volop zon, maar een harde wind. We zijn even druk met het opzetten van een windscherm. Als het ding staat gaan we uitgebreid koffie drinken met Thea en Emile. Verder doen we niets vandaag. We hoeven zelfs niet te koken: dat doet Thea voor ons, en hoe!. We hebben heerlijk gegeten. De donderdag begint zwaar bewolkt, tijd om Manta Rota te velaten. Zoals elke ochtend vertrekken er zo'n tien campers en rond het middaguur staat alles weer vol. Wij gaan naar Falesia, een buurtschap op tien kilometer van Albufeira. Wij rijden een mooie route door het binnenland en maken een tussenstop in Loulé. Bij de Lidl, de voorraden moeten weer aangevuld worden. Op de camperplek in Falesia is het ook al druk. We pikken één van de laatste plekken in waar we nog tv kunnen ontvangen met de schotel. Vorig jaar stonden we hier nog met vier campers, nu met vijfenvijftig. Een mooie plek trouwens, qua ligging en voorzieningen: acht euro inclusief stroom, douches vijftig eurocent. Natuurlijk maken we nog een wandeling over het strand en terug over de prachtige rotsen.

  

Vrijdag 27 en zaterdag 28 maart

Twee dagen met prachtig weer. Dus we wandelen, fietsen en luieren op het strand. Op zaterdag zijn we op de fiets naar Quarteira geweest. Daar was zelfs al een "paasmarkt", met vooral streekproducten. Aan het einde van de middag komen we in een soort winkelcentrum terecht vlakbij de camperplek. Met een bord "Dutch Bar": natuurlijk gaan we even kijken. Blijkt het een Deventernaar te zijn die daar net begonnen is: Wim Lutgerink (van de gelijknamige modezaak). We waren de enige klanten en hebben gezellig zitten kletsen.

  

Zondag 29 en maandag 30 maart

We trekken vijftig kilometer verder naar het westen, naar Portimao. We staan weer op de enorme camperplaats bij de haven. Ook hier is het erg druk met opvallend veel Franse campereraars, die kennelijk niet naar Marokko durfden. Op maandag gaan we "shoppen". Op de fiets naar een groot nieuw winkelcentrum "Aqua". Veel mooie winkels, vooral op het gebied van mode, met als grote publiekstrekker de Primark. Groot, vol kleding in alle soorten en maten en druk, zelfs op de maandagmorgen. We kopen het nodige, drinken koffie en eten wat en zijn zo maar een paar uur verder. Na de middag komen Thea en Emile nog langs. Zij zijn hier vandaag aangekomen. Weer even gezellig bijgekletst. Daarna een flink eind langs de zee gelopen en aan de borrel geweest op de boulevard.

  

Dinsdag 31 maart tot en met donderdag 2 april

We gaan weer verder richting de westkust: vandaag nog geen tien kilometer. De plaats die we uitgezocht hebben heet Alvor en heeft een heuse camperplek. Een grote zandvlakte, nu gelukkig droog, want als het hier geregend heeft is het blubber. Kost vier euro vijftig inclusief water. En erg mooi weer hier, echt strandweer. Dus ook hier weer veel wandelen en op het strand uitrusten. We hebben zelfs nog een keer in zee gezwommen.

  

Vrijdag 3 tot en met zondag 5 april

We verlaten de kust en rijden vijftig kilometer het binnenland in. Daar, boven Silves, ligt het dorp met de mooie naam Sao Bartolomeu de Messines. En daar, vijf kilometer vandaan ligt een camperplaats met de naam "Camperstop Messines". Van bijna alle gemakken voorzien, behalve stroom, en midden in de natuur. De plek is van een Nederlands stel en bestaat nu een jaar of twee. En, heel opvallend, er staan hier bijna enkel Nederlanders en Belgen. Op zaterdag fietsen we naar het dorp Sao Bartolomeu. Niet echt mooi, maar wel gezellig en erg levendig. En hier vallen dan weer de Engelsen op die hier wonen of een tweede huis hebben. In de middag hebben we gewandeld. Dat kan hier eindeloos. Er zijn veel routes beschikbaar op alle nivo's en diverse afstanden. Overigens zijn de vooruitzichten wat het weer betreft niet al te best. Dat merken we al op zondag; het is bewolkt en zien bijna geen zon. We wandelen weer in de middag en gaan daarna heerlijk onder de douche. Daarna het uitgaanstenu aan: we gaan vanavond uit eten. Er staat wild zwijn op het menu. Morgen het verslag.

  

Maandag 6 en dinsdag 7 april

We hebben heerlijk gegeten gisteravond. En met tien andere camperaars was het heel gezellig. Helaas was er geen "javelin" (wild zwijn) meer. Of op of niet geschoten vandaag. Het alternatief, de tamme variant met de naam "black pork", smaakte ook uitstekend. Vandaag, maandag, is Pasen in Portugal al voorbij, een tweede Paasdag kennen ze niet hier. Wij gaan weer terug naar de kust. Vanwege de mindere weersvoorspellingen zoeken we de gezellige plaats Lagos aan de kust op. De camperplaats ligt tegen het centrum aan, mooi aangelegd, maar helaas is de boel al weer aardig aan het versloffen. Veel zwerfafval en campers op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn. Op dinsdag gaan we terug naar Albufeira, naar de camperplek bij het voetbalstadium (Parque da Palmeira). Zij hebben een actie: vijf euro per nacht inclusief alles (stroom, douches, wifi etc.). Handig ook in verband met de minder goede weersverwachtingen. Die vielen vandaag overigens erg mee: droog, veel zon maar wel erg veel wind. In Albufeira is het erg druk, nog erger dan in Lagos. De voertaal is hier Engels, zowel op straat als op de terrassen. Veel families met kinderen en zoals altijd veel shirtjes van Engelse voetbalclubs, bijzondere hoofddeksels en rood verkleurde ledematen. Aan het einde van de middag nog weer even aan de borrel geweest met "oude" bekenden. Mensen die we hier in Portugal en ook in Marokko al vaker tegen gekomen zijn. Morgen willen we met de bus naar de grote markt in Quarteira. 

    

Woensdag 8 tot en met vrijdag 10 april

Na een stormachtige nacht, met zelfs een heus onweer, is het bij het opstaan zwaar bewolkt, maar nog wel droog. Als we in de bus zitten naar Quarteira begint het te regenen en dan blijken de ruitenwissers van de bus niet te werken. Na twintig minuten vertraging kunnen we weg in een andere bus. Een veeg teken voor de rest van de dag. Na een uur rijden zijn we in Quarteira, en ook daar regent het. Met wat moeite en drijfnat vinden we een koffietent die open is. Als het wat minder hard regent gaan we op weg naar de markt. Als we daar aankomen om twaalf uur worden net de laatste kramen afgebroken en ingepakt. Het enorme terrein is al bijna leeg. We vluchten de nabij gelegen Lidl in en doen heel lang over het kopen van een paar broodjes. Eenmaal terug bij het busstation moeten we nog een uur wachten op de volgende bus, dus nog maar weer ergens koffie gedronken. Gelukkig stond de verwarming erg hoog in de bus, zodat we na een uur weer redelijk droog terug waren in Albufeira. Op donderdag gaan we nog een keer terug naar de camperplek in Falesia. Na een erg natte nacht begint de dag droog en gedurende de dag verdwijnen de wolken. We fietsen wat rond en komen langs een kapper, waar Wobbie nog even op bezoek gaat. Terug bij de camper zijn Thea en Emile hier ook aangekomen: met kleindochter Jolijn, die een weekje op bezoek is. Na de dagsluiting zijn we met z'n allen pizza's wezen eten. Op vrijdagochtend gaat Wobbie nog een keer terug naar de kapper, nu met Thea en Jolijn. Behalve haren kunnen daar ook voeten en handen gerestaureerd worden. De dames waren zeker drie uur onder de pannen. Verder weer veel gewandeld en vogeltjes gefotografeerd. Het weer vandaag: veel zon met een frisse wind.

  

Zaterdag 11 en zondag 12 april

Onze laatste dag in Falesia: geen strandweer maar mooi genoeg om te wandelen. We nemen afscheid van Thea, Emile en Jolijn. Zij moeten om vijf uur op het vliegveld van Faro zijn. De kleindochter gaat dan terug naar Nederland. Morgen gaan wij richting de westkust en vandaar naar het noorden. Zo langszaam maar zeker gaat de terugreis beginnen. Op zondagmorgen hebben we nog helemaal geen zin om weg te gaan. 's Ochtends maken we een wandeling tussen de sinaasappelboomgaarden en 's middags gaan we naar het strand. En tussendoor kletsen we volop met buren: Engelsen, Limburgers en Friezen. Het wordt steeds gezelliger hier. Desondanks willen we morgen toch echt verder.

  

Maandag 13 en dinsdag 14 april

Vanmorgen hebben we Falesia echt verlaten. Zeventig kilometer verder, nog aan de zuidkust, zijn we gaan kijken in wat wij noemen, de verlaten vallei Boca do Rio. Daar hebben we elk jaar nog gestaan, behalve vorig jaar, toen was men er een parkeerplaats aan het aanleggen. Die parkeerplaats is nu klaar en ondanks de verbodsborden voor campers, stonden er nog zeven. Helaas is echter met de komst van de parkeerplaats de charme van de vallei voor ons voorbij. We trekken verder en staan nu echt aan de westkust. Bij het dorp Carrepateira, bij het strand "Bordeira". Een mix-parking, met nog tien andere campers. We maken een wandeling door een rotsachtig duingebied en verbazen ons over de explosie van bloemen. Zoveel hebben we hier nog niet eerder gezien. De dinsdag begint zwaar bewolkt  en er staat een harde wind. Verder naar het noorden dus. Onderweg stoppen we even voor en koffiepauze. Staan we maar zo naast een weegbrug voor vrachtwagens Voor twee euro is dit de kans om te zien hoeveel te zwaar we zijn. De dieseltank zit vol en we hebben heeeel veel water bij ons. Conclusie: vierhonderd kilo te zwaar! We waren er al bang voor. Na een kleine honderd kilometer stoppen we tegen het middaguur in Porto Covo, pal aan zee. Twee gedoogplekken hier, één aan zee en de andee in het dorp. Vanwege de wind kiezen we voor de laatste. We beginnen met wandelen door en rond het dorp. Een leuk dorp met bijzondere souvenirwinkeltjes. Inmiddels laat de zon zich weer zien en kunnen we, voor de camper, lekker bijkomen.

  

Woensdag 15 en donderdag 16 april

Weer verder naar het noorden: tegen het weekend moeten we in de buurt van de plaats Coimbra zijn. Daar ergens vindt een reunie plaats met twee oud-collega's van Wobbie. De één heeft een camping in Portugal, de ander is op zoek naar een huis hier. Vandaag komen we terecht in het dorp Vila Nova de Barquintha, aan de rivier de Taag  en ergens tussen Lissabon en Coimbra. Een wonderlijk dorp met een enorm park langs de rivier. Mooi aangelgd en vol met moderne kunst en een plek waar campers mogen staan. Het dorp zelf staat al jaren voor de helft leeg en maakt een trieste indruk. En het weer werkt ook al niet mee. Als we aankomen begint het te regenen en dat duurt tot het het einde van de middag. Maar we hebben een hele goede internetverbinding hier. Tot negen uur: dan gaat er kennelijk iemand ergens naar huis en trekt de stekker er uit. Na een eenzame nacht met nog één andere camper, reizen we in de mist verder, weer naar de kust. Onderweg komen we langs Fatima, een beroemd bedevaartsoord vergelijkbaar met Lourdes. Daar gaan we kijken. Het verhaal luidt als volgt. In 1917 verschijnt Maria in een eikenboom aan drie kinderen. En dat gedurende een half jaar vrijwel dagelijks. Op die plek staat nu een enorme kerk met de graven van de kinderen, meerdere kapellen en een enorm plein (nog groter dan in Rome). En enorme parkeerplaatsen voor auto's en een aantal campers. En uiteraard de hele dag door missen en elke avond een processie. Het is er rustig nu, ht parkeren van de camper is geen enkel probleem. Helaas wordt het gigantische bordes voor de kerk gerestaureed en die is daardoor gesloten. Over mooi of niet mooi valt te twisten, maar indrukwekkend door de enorme afmetingen is het zeker. Ook hier bedevaartgangers die het laatste stuk op de knieen afleggen, soms met en soms zonder kniebeschermers. Wel allemaal met een duidelijk zichtbare rozenkrans. De plaats zelf is vergelijkbaar met Lourdes: talloze winkels met souverniers. Maria is alle soorten en maten en prijzen en uiteraard heel veel beelden van drie geknielde kinderen. Na een paar uur ronddwalen hebben we genoeg inspiratie opgedaan en gaan we weer verder. Uiteindelijk stoppen we in het dorp Pedrogao, pal aan zee, en parkeren de camper keurig in een rij van zo'n zeven anderen. Het vakantiedorp maakt ook hier nog een verlaten indruk. En alles ligt vol zand, kennelijk door de najaars- en winterstormen over het strand het dorp in geblazen. Of dat nog opgeruimd wordt voor de start van het vakjantieseizoen betwijffelen we. Zoals de afgelopen dagen komt de zon in de loop van de middag weer te voorschijn. De wind blijft echter fris.

  

Vrijdag 17 tot en met zondag 19 april

Gisteravond hebben we nog visite gehad. Petra, een oud collega van Wobbie, en Rob. Die zijn op zoek naar een huis hier in de buurt. Gezellig gekletst en voor ons doen werd het een "latertje". Vandaag, vrijdag, een rondrit gemaakt naar twee grotere plaatsen. De eerste, Leiria, was erg druk. We konden de camper er niet kwijt. Toen doorgereden naar Batalha. Een plaats met alweer een enorme, oeroude kerk inclusief klooster. Veel graftombes en zelfs een graf met een onbekende soldaat uit de eerste wereldoorlog. We kunnen er weer even tegen en hebben nu genoeg kerken gezien deze reis. Aan het einde van de middag gaan we naar Rob en Petra. In hun vakantiehuis hebben we heerlijk gegeten, gekletst en de foto's van de huizen bekeken die ze op hun zoektocht tot nu toe zijn tegen gekomen. De zaterdag is gereserveerd voor een "reunie". Met Rob en Petra gaan we naar Coimbra en daat ontmoeten we Jikke en Sietse. Jikke, Petra en Wobbie hebben alle drie in Emmen gewerkt, in de zorg bij dezelfde mevrouw. Daarnaast hebben Jikke en Sietse een camping hier in de buurt. Koffie gedronken, een wandeling door Coimbra gemaakt en tot slot met z'n allen gegeten. Erg gezellig uiteraard en een leuke afsluiting van ons verblijf in Portugal. Want op zondag beginnen we echt aan de terugreis. We trekken dwars door het midden van Porugal, langs de Siera Estrela, naar de grens met Spanje. Een mooie route en een zonnige dag. Alleen in de laatste kilometers zitten een paar "spannende" dorpen: kennelijk een grapje van TomTom. We stoppen vlak voor de grens met Spanje, in het grensdorp Vilar Formoso. Op een camperplek van een enorme winkel-van Sinkel, waar zelfs bussen stoppen vol mensen uit de wijde omgeving die een dagje uit zijn.

  

Maandag 20 en dinsdag 21 april

Op naar Spanje, naar de plaats Palencia, ongeveer halverwege Frankrijk. Bij het opstaan is het nog koud, vier graden, maar eenmaal in Palencia, om half twee 's middags, zitten we weer in de korte broek buiten. We maken een fikse wandeling door "ons" park en 's avonds gaan we nog even de stad in. Erg gezellig: kennelijk ligt het accent van het winkelen in de avonduren hier. Op dinsdag maken we voor ons doen een flinke rit, bijna vierhonderd kilometer. Van Palencia naar Logrono, dan naar Pamplona en vervolgens richting Biarritz. Een mooie rit waarbij we een stukje Pyreneen. Bovendien komen we onderweg heel veel wandelaars tegen op weg naar Santiago de Compostella. We kijken er met bewondering naar. We stoppen in Anglet, even boven Biarritz. En het is hier verschrikkelijk druk, zowel wat het verkeer betreft als op de stranden. Waarschijnlijk vanwege een schoolvakantie in combinatie met het prachtige weer.

  

Woensdag 22 tot en met vrijdag 24 april

We beginnen de dag met een wandeling naar het centrum van Anglet. Niet bijzonder vinden wij. We kopen er brood en drinken er koffie. Voor de prijs hier kun je in Portugal drie keer koffie drinken. Dan betrekt het en we gaan terug naar de camper. Als de eerste regen druppels vallen, besluiten we verder te reizen. We gaan honderdveertig kilometer het binnenland in en komen terecht in Villeneuve de Marsan, vlakbij de grote plaats Mont de Marsan. Een klein dorp met één grote supermarkt en een bibliotheek. Met een goede internetservice, waardoor we de site weer kunnen bijwerken. Op donderdag trekken we verder naar het noorden. We rijden via Bergerac, Perigueux naar Limoges. Daar dertig kilometer boven ligt een mooie camperplek bij het meer van Saint Pardoux. Na de regen onderweg is het er droog en laat de zon zich af en toe zien. We zijn aan een wandeling toe en denken om het meer te kunnen lopen. Dat kan wel, maar dan moet je 's ochtends vroeg beginnen en niet om drie uur 's middags. We lopen en blijven lopen tot we om half negen, na éénentwintig kilometer, terug zijn bij de camper. En of we het meer wel rond geweest zijn, weten we niet eens. Overigens willen we dat ook niet meer weten. Gelukkig hebben we nog hariri soep uit Marokko. Die hoeft enkel opgewarmd te worden en kunnen we nog op tijd naar bed. Nog wat stijf in de kuiten gaan we op vrijdagmorgen om negen uur weer op pad. We rijden via Chateauroux en Vierzon over de vierbaansweg (geen tol) en daarna door het binnenland via Salbris, Gien, Montargis en Sens tot halverwege Troyes. Een aardige route. We stoppen in het dorp Aix-en-Othe op een prachtige camperplek. Een soort camper-camping. Met douches kost dat zes euro, zonder stroom: dat hebben we niet nodig. En ook vandaag kunnen we aan het einde van de middag nog lekker in de zon buiten zitten.

  

Zaterdag 25 en zondag 25 april

De één na laatste etappe vandaag. En het regent weer tot voor in de middag, wat het rijden door de Noordfranse heuvels een beetje triest maakt. We hebben een camperplek in Bastogne (Bastenaken) uitgekozen als laatste overnachtingsplek. Die ligt midden in het drukke centrum en we zijn niet onder de indruk. We lopen er wat rond en besluiten een camperplek veertig kilometer verder op te zoeken. Nu staan we aan de oever van de rivier de Ourthe bij een stuwdam met de naam Barrage de Nisramont. Als we aankomen staan er een aantal auto's van wandelaars. Als die vertrekken blijven we met twee campers over: erg rustig dus. We zoeken een "frituur" op want we willen nog een keer echte Belgische friet eten. Heerlijk gegeten, alleen stinken onze kleren naar de vieze baklucht. En dus ook de camper, tot laat in de avond. Op zondagmorgen zijn we vroeg wakker en vertrekken bijtijds. Een makkelijke rit, bijna driehonderd kilometer over enkel vierbaans wegen. om twee uur zijn we weer in Apeldoorn en kan het uitpakken en de grote schoonmaak beginnen. We hebben er tienduizend kilometer opzitten en zijn op de kop af veertien weken weg geweest. We kijken terug op een prachtige reis. Veel moois gezien, leuke dingen meegemaakt en heel veel gezellige mensen ontmoet. De voorbereidingen voor de volgende reis zijn al begonnen!